De tragiek van een verdedigingsfort

Aan het eind van een doodlopende weg bevindt zich het grootste museum van Nederland, het Kustverdedigingsfort bij Hoek van Holland....

WIL THIJSSEN

HET telt meer dan honderd kamers, tientallen duistere gangen en trapjes, is zeventig meter breed en ligt acht meter beneden zeeniveau. Met zijn omvang is het Kustverdedigingsfort in Hoek van Holland het grootste museum van Nederland, en tevens een van de minst bezochte. Het fort ligt een kilometer verwijderd van het 'eindpunt' van Nederland, waar de doorgaande weg overgaat in het veer naar Engeland.

Door de onopvallende ligging en het feit dat het museum uitsluitend door vrijwilligers wordt gerund, is de publiciteit gering en het bezoekersaantal laag. Dat is jammer, want wie Hitlers geheime eenmansduikboot - de Biber - wil zien, of urenlang wil rondhangen in een doolhof van metersdikke muren en gewerengalerijen, kan in dit verdedigingswerk zijn hart ophalen.

Het fort heeft dienst gedaan als kazerne, gevangenis, veldhospitaal, telegraaf- en telefooncentrale, als washuis en bakkerij. Zelfs de ministerraad kwam er in mei 1940, na de vlucht uit het veroverde Den Haag, bijeen voor de laatste kabinetsvergadering op vrij gebied. Op deze historische plek werd definitief besloten dat de regering naar Londen moest uitwijken teneinde uit handen van de Duitsers te blijven.

In een heringerichte kamer van het fort staan gipsen beelden van oud-premier De Geer en toenmalige ministers als Gerbrandy, Bolkestein en Albarda, die zich beraden over hun vertrek naar Engeland. De afgietsels zijn geboren in de 'poppenkamer' op de middelste verdieping van het fort, een werkplaats waar de talloze gipsen en wassen beelden van het museum zijn gemaakt. Hoofden en ledematen sieren er de planken boven zakken gips, potten verf, naaimachines en gereedschap. De modellen tonen originele uitrustingen en beelden oorlogssituaties uit. Zo zien we hoe Duitsers, tot de tanden gewapend, het vuur openen op Nederlandse soldaten in uniformen die nauwelijks verschillen van die uit de Eerste Wereldoorlog. En het bronzen plaatje op hun helm, waarin de Nederlandse leeuw is gestanst, is van een ijdelheid die ze zich beter niet hadden kunnen permitteren, weet onze gids. Het plaatje is immers niet rond zoals de helm, en kogels ketsen er niet op af; het kostte menig soldaat een gaatje in zijn voorhoofd.

De beelden vormen samen met authentieke foto's, maquettes, audiovisueel materiaal en heel veel tastbare herinneringen aan de twee wereldoorlogen een vrij complete expositie van de functies die het fort had in drie verschillende perioden: de tijd dat de kustartillerie er gelegerd was (1889-1940), de Tweede Wereldoorlog en de jaren vijftig en zestig, toen het als marinekazerne was ingericht. Na 1970 stond het fort jaren leeg. Tachtig vrijwilligers hebben het van de slopershamer gered.

We worden door de verschillende kamers geloodst, langs luchtafweergeschut, vleugelwapens uit Spitfires en Messerschmitts, de vijftien meter lange loop van een kanon van een Duitse slagkruiser, en granaten van 315 kilo.

De 'Normandiëkamer', die met kerst wordt geopend, toont authentieke foto's en documenten die werden gemaakt en gebruikt tijdens de landing van de geallieerden in Normandië. Ze zijn geschonken door de weduwe van kapitein Meijer van het stoomschip Mecklenburg, dat later is ingezet op de verbinding Hoek van Holland-Harwich, waar nu de Stena Line de dienst uitmaakt.

Het fort is de moeite waard om in rond te dwalen. Het stamt uit 1889 en is een van de vier forten die eind vorige eeuw werden gebouwd. Het is het best bewaard gebleven in vergelijking met de forten in Den Helder, op Pampus en bij IJmuiden. De holle ruimtes staan met elkaar in verbinding door smalle gangen, die muren van soms zeven meter dik doorkruisen.

Het Kustverdedigingsfort is het enige in Nederland met een gewerengalerij voor landverdediging. Onder de pantserkoepels, waar ooit zware kanonnen de kust moesten verdedigen, staat tot op de meter nauwkeurig aangegeven hoe een soldaat zijn mitrailleur moest richten om precies de spoorlijn, een duinvoet of een bushokje te raken.

In de voorraadkamers, die tijdens de Tweede Wereldoorlog dienst deden als gevangenis, zijn de initialen, handtekeningen en noodkreten te lezen van mannen die er maandenlang in het donker zaten. De kanonnen zijn in 1943 weggehaald en door de Duitsers omgesmolten voor hun wapenindustrie. De plek onder het dakgewelf, waar ze ooit stonden, is nu een donkere, holle ruimte die leidt naar de kamer van de doodskistenmaker.

De tragiek van het fort is dat de kanonnen in oorlogssituaties nooit zijn gebruikt. De kust is nooit aangevallen, de Duitsers kwamen van de andere kant. Nog tragischer is het feit dat Nederlanders, die tijdens de bezetting zijn opgepakt, in hun eigen fort gevangen werden gezet. De Duitse vlag, die vijf jaar op het fort wapperde, hangt nu in een van de expositieruimtes als trofee.

Anno 1998 is vocht de ergste vijand van het fort. Het verdedigingswerk wordt onophoudelijk warm gestookt om erosie, rotting en verval tegen te gaan. Dat maakt een rondleiding, die zeker vier kilometer lang is en minimaal twee uur duurt, des te aangenamer. Wie door de eindeloze gangen van de vesting waart, hoort het onophoudelijke gekletter van water in de druipkokers, een drainagesysteem dat gefilterd regenwater afvoert naar drinkwaterbakken in de diepste krochten van het fort. Samen hebben de bassins een inhoud van 210 duizend liter. Het overtollige vocht wordt geloosd in de Nieuwe Waterweg, het kanaal waarvoor het fort aanvankelijk is gebouwd en dat het moest verdedigen.

Nu wordt het monument nog gebruikt om gebeurtenissen te herdenken uit de Tweede Wereldoorlog. De Gedenkkamer is elk jaar op 5 mei een ontmoetingsruimte voor Britse en Ierse militairen, die een eerbetoon brengen aan hun wapenbroeders die bij de Nederlandse kust zijn gesneuveld. Leden van de kustartillerie die in mei 1940 op Duitsers schoten die zich in het Staelduinse Bos hadden verschanst, houden nog elk jaar een reünie in 'hun' fort. En wie nog een heuse veldslag tussen militairen wil bijwonen, kan elk weekend getuige zijn van een rendez-vous van een club liefhebbers van tinnen soldaten. In het fort hebben ze een van de mooist denkbare onderkomens om oorlogen na te spelen.

Het Nederlands Kustverdedigingsmuseum is het eerste weekeinde van de maand en op feestdagen geopend. Daarbuiten alleen toegang met gids. Rondleidingen zijn aan te raden. Toegang vijf gulden, korting voor kinderen en groepen. Reserveringen en informatie: 0174-382898. Adres: Stationsweg 82, Hoek van Holland.

Meer over