De tragiek aan de kont

Zijn persoonlijke leven kende diepe dalen, maar het publiek kende John Kraaijkampvooral als de komiek met een perfecte timing.

KARIN VERAART

Hij had dat grappige lachje. Dan trok hij even met een lip en ontblootte zijn kleine ondertanden. Zijn gezicht kreeg meteen iets komisch, en tegelijkertijd ook iets ongemakkelijks. Johnny Kraaijkamp was een komiek van de oude stempel, geprezen om zijn perfecte timing. Maar de tragiek was nooit ver weg, en dat kon hij gebruiken in zijn serieuze toneelrollen. Zondag overleed hij op 86-jarige leeftijd in het Rosa Spier Huis, residentie voor kunstenaars op leeftijd.

Jan Hendrik heette hij eigenlijk, maar dat werd al snel Johnny. Geboren op 19 april 1925 aan het Kadijksplein in Amsterdam en opgegroeid in de Kinkerbuurt, waar het gezin Kraaijkamp - hij had twee oudere zussen en een broer - al snel naartoe verhuisde. Zijn vader was een groenteman én een grapjas. 'Heel gekke man, die ouwe van mij. Hij deed niks, maar als ie wat zei, moest je lachen.'

Nadat hij na een ongeluk met zijn groentekar arbeidsongeschikt was geworden, deed vader Willem letterlijk niks meer. Zijn moeder maakte huizen schoon voor wat geld. Op zijn 13de moest Johnny zelf aan de bak.

Zijn komisch talent openbaarde zich al snel. Eerst op school, later op een Amsterdamse straathoek rond een haringkar. Op z'n 14de stond hij in Carré, als jongenssopraan. Niettemin zei hij later in een interview: 'Ik had nooit gedacht entertainer te worden. Dat is na Duitsland gekomen (hij werd in 1943 opgepakt en daar te werk gesteld, red.). Ik zong bij Heck in Amsterdam, had een gitaar, deed net alsof ik mezelf begeleidde. Daar is het flauwekul maken begonnen. Toen entertainen in een bar. Praten met het publiek, de lach uitlokken, als een sport, een soort verslaving.'

Vermoedelijk zal Johnny Kraaijkamp (of John sr. - 'op mijn 58ste en met vier kinderen is het geen Johnny meer, maar John') bij het jongere publiek vooral bekend zijn als Piet Bovenkerk uit de comedyserie Het Zonnetje in Huis, dat vanaf 1993 tien jaar lang te zien was op tv. In de serie speelde hij naast zijn zoon John Kraaijkamp jr. en Martine Bijl een oude knorrige pa die bij zijn zoon in huis wil komen wonen nadat zijn vrouw is overleden.

Ouder publiek zal sneller denken aan Kraaijkamps samenwerking met Rijk de Gooijer, die hij leerde kennen in het Amsterdamse amusementscircuit en met wie hij optrad in De Weekendshow. Met De Gooijer maakte hij ook enkele grammofoonplaten ('Wij zijn twee eenzame cowboys'). Ze gingen uit elkaar en kwamen weer samen in de jaren zestig bij de befaamde tv-inzamelactie Open het dorp met Mies Bouwman. Daarop gingen ze verder met hun eigen show, Johnny en Rijk (later voortgezet als Een paar apart) met Rijk als aangever en John als komiek. Ze leken onafscheidelijk, maar vrienden werden ze pas op hoge leeftijd.

Minder bekend is dat Kraaijkamp op latere leeftijd in het theater zware toneelrollen op zich nam. De titelrol in King Lear bij het Ro Theater in 1979 betekende zijn doorbraak op de planken. 'Ik hoopte het wel, maar ik wist niet dat een artistieke loopbaan voor mij mogelijk was. De serieuze kant was er altijd, maar ook de uitstraling van de komiek. Nu is er een combinatie ontstaan, maar veel mensen blijven toch in mij de komiek Kraaij zien.'

Hij was doodsbenauwd bij de première, en bijna niet opgegaan. Maar het betekende een kentering in zijn carrière. In 1984 kreeg hij de Louis d'Or, de hoogste toneelonderscheiding, voor zijn vertolking van Jacques in Jacques de fatalist en zijn meester. Hij kon het niet geloven. 'Die man zegt: 'U bent echt unaniem door de jury voorgedragen.' Toen waren we hier echt effe kapot. Ja, toen was het echt tranen met tuiten, effe.'

Hij is toneel blijven spelen tot op zijn 80ste, al kon hij toen al een tijdje niet meer zonder 'oortje', de 'elektronische souffleur'. Hij zou meermaals worden onderscheiden, ook voor zijn filmrollen (met een gouden kalf in De Aanslag en De Wisselwachter). In 2007 ontving hij de Blijvend Applaus Prijs vanwege zijn 'bijzondere bijdrage aan het Nederlands theater, de film en de televisie'.

In zijn persoonlijk leven kende Kraaijkamp diepe dalen. Hij raakte in de jaren vijftig heftig aan de drank, zocht heil in het katholieke geloof en de parapsychologie. Verruilde Amsterdam voor rustieke plekjes, verloor zich in (zeil-)boten en (vlieg-)vissen. Driemaal was hij getrouwd en scheidde hij. Met zijn laatste vrouw, Mai, kocht hij rond 1995 een huis in Zuid-Afrika om het BN'er-schap te ontvluchten.

Maar het vak bleef trekken, en alles wat erbij hoorde net zo goed. Hij miste het geroddel, de herkenning op straat en in restaurants (altijd een goed tafeltje), maar bovenal het acteren, in welke vorm dan ook. 'Als je doet of je Onze Lieve Heer bent, mis je een belangrijke factor van dit gekke rare vak, waarin mensen nou eenmaal stomme dingen doen.'

Hij keerde terug. Speelde. Werd ernstig ziek en klom er weer bovenop. 'Ik heb de adem des doods geroken', zei hij al in 1984 naar aanleiding van sombere periodes, ellende en afzondering. 'Maar ik ben aan een extreme manier van sterven ontsnapt. Waarschijnlijk zal ik sterven in een ziekenhuis al of niet met een verwonderde verpleegster bij mijn bed.'

Vrijdag kan het publiek van 11.00 uur tot 13.00 uur afscheid nemen van Johnny Kraaijkamp sr. in het DeLaMar Theater in Amsterdam. Aansluitend zal er een besloten herdenkingsdienst gehouden worden in de Mary Dresselhuys zaal. Het was Kraaijkamps wens dat zijn publiek hem in het DeLaMar Theater een laatste groet kan brengen. De crematie vindt zaterdag in besloten kring plaats. Tijdens zijn lange carrière speelde Kraaijkamp vele malen in het voormalige Nieuwe de la Mar Theater; in 1991 samen met Mary Dresselhuys in Hoog tijd; 2004 speelde Kraaijkamp er zijn laatste toneelstuk.

In Het Zonnetje in Huis met Martine Bijl, Adèle Bloemendaal en John Kraaijkamp jr. Rechts in De Aanslag met Derk de Lint.

undefined

Meer over