De tragedie die Dunblane altijd blijft achtervolgen

In Dunblane, een dorpje in Schotland, voltrok zich in 1996 een drama. Een schutter doodde zestien kinderen en een lerares. Die tragedie probeert Dunblane een klein beetje te verdringen met de successen van Andy Murray.

De 11-jarige Conell en de een jaar jongere Ian kijken naar een poster van het beroemdste lid van de Dunblane Tennis Club. Ze willen net zo goed worden als Wimbledonkampioen Andy Murray, die op de astroturfbanen in zijn geboorteplaats voor het eerst een racket in handen kreeg. 'Ik kan nog niet zo goed tennissen als Andy, maar hij is mijn idool', zegt Ian. En Conell: 'We kregen alle-bei zijn handtekening, toen Andy hier vorig jaar werd gehuldigd. Hij is cool!'


Het hele dorp was uitgelopen, toen Murray de replica van zijn Wimbledonbokaal toonde, vertelt jeugdtrainster Fiona Bennie. 'Andy was drie uur te laat en zijn begeleiders zeiden dat hij moest opschieten. Ik blijf hier net zo lang tot ik alle leden van de club heb gesproken, zei Andy. Wij kennen de ware Andy, niet de tennisser die het publiek op Wimbledon ziet.


'Dan is hij agressief en gedreven en telt slechts de volgende overwinning. Buiten de baan is Andy een rustige, gevoelige jongen, die niet is veranderd door zijn Wimbledontitel. Je zult hem nooit in een nachtclub zien, hij rijdt niet in snelle auto's. Andy is nederig gebleven. Een kind van Dunblane gaat niet zweven na succes, hij staat met beide benen op de grond.'


Murray inspireert de jeugd van Dunblane, maar de kinderen hoeven niet alles van hem te kopiëren, zegt Bennie. Ze gruwt soms van zijn taalgebruik, zeker als het 'f-woord' uit zijn mond spat. 'Dan zet ik de televisie wat zachter. Kinderen die vloeken, worden bij ons meteen van de baan gehaald. Dat tolereren we niet.'


Fiona Bennie leerde tennissen van Shirley Erskine, clubkampioene in de jaren zeventig, moeder van Judy Murray en de oma van Andy. Als profspeelster mocht Judy Murray niet meedoen aan de lokale tenniskampioenschappen. Onder haar meisjesnaam Erskine werd Judy in 1988 squashkampioen van Dunblane, een jaar later prolongeerde ze haar titel als Judy Murray.


Judy Murray en haar oudste zoon Jamie komen nog geregeld langs in Dunblane. 'Dan helpt Jamie op zaterdagochtend met koffie schenken', aldus Bennie. 'De familie Murray staat midden in de samenleving.'


In het centrum van Dunblane, een dorp met ongeveer 8.000 inwoners, maken toeristen 'selfies' voor de gouden postbus, een eerbetoon aan de olympisch kampioen Andy Murray. Trots vertelt Alan Booth, secretaris van het gemeentebestuur van Dunblane, over de zegeningen van de Wimbledontitel van Murray. Eindelijk wordt Dunblane niet langer in een adem genoemd met het bloedbad van 1996.


Op de Dunblane Primary School spelen kinderen in hun blauwe uniformen op het grasveld, zoals de destijds 8-jarige Andy en zijn twee jaar oudere broer Jamie Murray. Een grimas trekt over het gezicht van Booth en het lijkt symbolisch dat hij zijn auto meteen omdraait, als we voor het schoolgebouw staan. 'Je zult niemand in dit dorp vinden, die over 1996 praat', zegt Booth.


Op 13 maart 1996 liep de 43-jarige Thomas Hamilton met 4 pistolen en 700 patronen de school binnen, sneed de telefoondraden door en begon wild om zich heen te schieten. Hamilton schoot 16 kinderen dood en een lerares, verwondde nog eens 17 kinderen en pleegde zelfmoord. Zijn motieven bleven onbekend.


Booth: 'We hebben die tragische gebeurtenis niet uit ons geheugen gewist. Zo'n dag kun je onmogelijk vergeten, het was te groot voor zo'n kleine gemeenschap. Maar het is te pijnlijk om er aan te worden herinnerd.'


De gymzaal waar Andy en Jamie Murray nietsvermoedend zaten, is verlaten. De school sluit zijn deuren. De leraren zijn niet te spreken, de directie weigert bezoek. Ook een verzoek via de mediavertegenwoordiger van de gemeente Dunblane wordt op strenge toon afgewezen.


Niemand op school heeft '96' meegemaakt. Laat het rusten, is de boodschap. Maar het duistere verleden is zo tastbaar in Dunblade dat het onmogelijk valt te negeren. En niet alleen door het gedenkteken voor de slachtoffers in de 800 jaar oude kathedraal.


In het Dunblane Museum moet de vitrine van Andy Murray nodig worden bijgewerkt. Zijn olympische trainingspak hangt er naast het shirt, dat hij droeg in de finale van de US Open in 2012. Trofeeën van Wimbledon 2013 ontbreken nog, maar het museum pronkt vooral met de spirit van Andy Murray.


'Je hebt het Dunblane van voor 1996 en er na', zegt Tom, medewerker bij het Dunblane Museum. 'Wij dachten dat zoiets alleen mogelijk was in Amerika. En nu gebeurde het in Dunblane. De successen van Andy Murray hebben Dunblane een nieuw, positief imago gegeven. We hadden het nodig.'


Ook de hoogbejaarde Renee leidt de bezoekers van het museum rond. 'Jarenlang heb ik niet verteld dat ik uit Dunblane kwam. Dan zei ik dat ik in de buurt van Stirling woonde om niet te hoeven vertellen over de doden van Dunblane. Het is achttien jaar geleden, maar het lijkt nog zo dichtbij.'


Toen Renee op 13 maart 1996 zag hoe de paniek in Dunblane om zich heen greep, rende ze naar de plaats van het onheil om te helpen. 'Het zong snel rond. De stemming was angstaanjagend. We vermoedden dat er iets ergs was gebeurd, maar niemand besefte nog hoe vreselijk de gevolgen waren.'


Judy Murray was een van de honderden moeders, die de wegafzettingen negeerden om de school te bereiken. Ze vertelde onlangs aan Radio Times dat ze zich schuldig voelde, toen haar kinderen ongedeerd bleken. 'Een politieman vertelde een moeder naast me naar welke klas de schutter was gerend. Ze zei: 'Mijn God, dat is de klas van mijn dochter'. Haar kind behoorde tot de slachtoffers.'


Murray kende Thomas Hamilton, ze had hem zelfs een lift gegeven. Ze beschreef de dader als een 'ietwat sullige, kale man met een bril'. Haar zoon Andy heeft er tot vorig jaar nooit over gesproken, tot hij in een documentaire van de BBC zijn jeugd in Dunblane beschreef.


Murray barstte in tranen uit en kon geen woord uitbrengen, toen hij werd herinnerd aan die fatale dag. 'Het is zo knap hoe de gemeenschap zich heeft hersteld na die tragedie.' Murray huilde wederom, toen hij in april terugkeerde naar zijn oude school in Dunblane, Hij kreeg de 'Freedom of Stirling', de hoogste onderscheiding voor een burger. Zijn stem brak, toen hij zei: 'Iedereen weet hoe trots ik ben op Dunblane.'


Zijn Wimbledontitel was voor het dorpje een triomf van hoop en hunkering. Het 'Murray-effect' is ook zichtbaar in Kinbuck, enkele kilometers buiten Dunblane, waar de 27-jarige Schot in april het Cromlix Luxury Hotel heeft geopend. Het voormalige landhuis heeft een kapel, waarin zijn broer Jamie is getrouwd.


Een Britse krant sprak er vorige week schande van dat het management van Murray veel te dure champagne en Schotse whisky's liet schenken. En 400 tot 500 euro voor een suite, waarin een spiegel tevens dienst doet als televisie, is ook prijzig voor een vijfsterrenhotel. Toch laat de beroemde chef-kok Albert Roux zijn gasten in de 'Cromlix' voor een schappelijke prijs lunchen en dineren. Het restaurant is al tot augustus volgeboekt.


Vandaag zitten de inwoners van Dunblane wederom voor de televisie gekluisterd als Andy Murray in de vierde ronde aantreedt tegen de Zuid-Afrikaan Kevin Anderson. 'Ik hoop dat hij Wimbledon opnieuw wint om te bewijzen dat het niet bij een eenmalig hoogtepunt blijft', zegt tenniscoach Bennie. 'Dunblane zal net zo hard voor hem juichen als het vorig jaar deed.'


Toch zal het stille verdriet nooit uit Dunblane verdwijnen. De begraafplaats is verlaten, maar de graven op een heuveltje bij de ingang trekken meteen de aandacht. Niet alle slachtoffers zijn hier begraven, maar de aanblik is hartverscheurend.


David Charles Kerr, 5 jaar. Kevin Hasell, 5 jaar. Abigail Joanne, 5 jaar. Joanna Caroline Ross, 5 jaar. Charlotte Louise Dunn, 5 jaar. Currie Helen, 5 jaar. Hannah Louise Scott, 5 jaar, Mejan Turner, 5 jaar. John Alexander Petrie, 5 jaar. En natuurlijk ook Gwen Mayor, de onderwijzeres die zich vergeefs voor de schutter wierp om de kinderen te kunnen beschermen.


'Voor altijd in ons hart, never to be forgotten', staat op haar graf geschreven. Emily Morton, our sunshine girl, 5 jaar. Brett McKinnon, 6 jaar, met naast zich zijn in 2004 overleden oma. Sophie Jane North, 5 jaar. Op elk graf liggen verse bloemen, bij Kevin Hasell waakt Batman over zijn ziel.


Elk graf voelt als een mokerslag. Wie hier staat, begrijpt de woede en de frustraties bij de bevolking van Dunblane. Waarom?


Al die kinderen hadden nu 23 jaar moeten zijn. Misschien hadden ze in 2013 op het centercourt van Wimbledon gezeten of op 'Murray Mountain' de titel voor hun voormalige schoolgenoot gevierd.


Andy Murray weet het als hij in april zijn oude school bezoekt. Niemand kan de wonden helen van Dunblane, zelfs hij als Wimbledonkampioen niet.


Alan Booth


gemeentesecretaris Dunblane


Andy Murray


Wimbledonkampioen 2013

Meer over