De toorn van de bovenmeester

In een cabine bovenop een tribune huist tijdens het EK hockey in Dublin Roger Self. 's Avonds hangt meneer Self aan de bar van een groot hotel in de binnenstad waar dorstige hockey-officials vette declaraties voor hun bonden veroorzaken....

Roger Self is een zelfstandig ondernemer die financiële adviezen verkoopt. De zaken gaan goed en daarom gunt de directeur zichzelf een zomervakantie die hij wijdt aan zijn geliefde sport, hockey. Namens de Europese hockeyfederatie mag Self het EK op de winderige campus van de universiteit van Dublin runnen en van die eervolle opdracht heeft de oud-hockeyer uit de buurt van Birmingham een gigantisch ego gekregen.

Spelers, coaches, teammanagers en bondsofficials vrezen de toorn van bovenmeester Self die zelfs de geringste ondeugendheid onmiddellijk afstraft. Wie in zijn ogen over de schreef gaat dient de trap naar zijn cabine te bestijgen en krijgt de wind van voren. Self is niet van deze tijd, maar heeft in Dublin de alleenheerschappij en daarom ontmoet hij 's avonds bij de hotelbar louter beleefd knikkende innemers die hem voorzichtig op de schouder kloppen en er voor zorgen dat zijn glas altijd vol is.

Roger Self ontbiedt keepers om te controleren of hun handschoenen niet te dik, te breed of te lang zijn, waarschuwt teammanagers voor de allerlaatste keer omdat hij een iets te groot sponsorlogo heeft ontwaard en is op zijn best wanneer hij gemene spelers op het matje roept.

Wie het zo bont heeft gemaakt, dat hem een gele kaart is voorgehouden, dient de driftig met de rechter wijsvinger zwaaiende Self om vergiffenis vragen. Marc Delissen moest zelfs op de knieën voor de toernooidirecteur omdat hij uit frustratie over het stroeve spel van Nederland tijdens de poulewedstrijden tot twee keer toe naar de strafbank was verwezen.

Tijdens het WK van eind vorig jaar in Sydney betekende twee keer geel automatisch een wedstrijd schorsing, maar op het EK kan de hoogste baas anders beslissen. Delissen kreeg zowaar gratie van Self zodat de captain van het Nederlands elftal gisteren gewoon kon aantreden in de halve finale tegen Engeland.

Selfs lankmoedige bui wekte verbazing alom, behalve binnen de Engelse ploeg waar ze hun pappenheimer kennen als een rancuneus baasje. Self was manager van de Britse ploeg die goud dolf in het Olympisch toernooi van Seoul en wenst voor de Spelen van Atltanta in die functie terug te keren. Maar hij is niet langer gewenst omdat de spelers hem onderhand kunnen luchten noch zien. Voor Self reden genoeg om zijn landgenoten eerder tegen te werken dan te bevoordelen.

Met Delissen als de centrale middenvelder om wie weer heel veel draaide, hield de voornaamste titelfavoriet de Engelsen uit de EK-finale. Maar zelfs zonder zijn sterk spelende aanvoerder zou het Nederlands elftal de eindstrijd in Dublin hebben bereikt, want het verschil met de steriele Engelse ploeg was aanzienlijk groter dan de krappe 2-1 overwinning doet vermoeden.

De Europese titelstrijd op het desolate sportcomplex van de Dublinse studenten biedt een al even trooststeloze aanblik als het EK van vier jaar geleden in Parijs. Toen werd er gebald pal aan de Périphérique en bleef de belangstelling beperkt tot wat verbaasd opzij blikken van in de file gestrande automobilisten.

De halve EK-finales in Dublin trokken gisteren krap duizend toeschouwers waardoor andermaal de vraag werd opgeworpen wat de EHF, de Europese bond, bezielt om zijn vierjaarlijkse partijtje in ontwikkelingslanden als Frankrijk en Ierland te vieren. Het nauwelijks televisiegenieke hockey wringt zich in lastige bochten om nog wat aandacht van de sportnetwerken te trekken. Maar de uitstraling van een EK in een miserabele ambiance is die van een defecte beeldbuis.

Anti-reclame voor het hockey is ook het eigenzinnige optreden van een op zichzelf kickende toernooibaas. Hockey is een spel met gecompliceerde regels en heeft dus baat bij uniformiteit. Van een wispelturige spelleider met grootheidswaanzin als Self kan een sport die modern wil zijn zichzelf maar beter bevrijden.

Het EK heeft voor de vierde keer in zeven edities Nederland - Duitsland als ontknoping gekregen. Een logische eindstrijd, want de Europese top is in de jaren negentig versmald tot de twee rivalen van oudsher. Engeland bereikte nog wel de halve finale, maar kon daarin niet de trieste staat van het Britse hockey verbloemen.

Spanje, normaliter de nummer van vier van Europa, ging al voor schut in de poule met Nederland waardoor België naar de halve finale tegen titelverdediger Duitsland kon glippen. In Sydney, op het WK, was de jonge ploeg van opbouwwerker Lissek nog verstijfd van angst voor het dartele Nederlands elftal. Maar inmiddels heeft de Duitse bondscoach de Olympische kampioen van Barcelona weer tot een strijdbaar en hecht collectief gevormd. Bovendien moet de favoriet van de Bookmakers het in Dublin zien te rooien zonder zijn vedetten Bovelander en Van den Honert, die hun interlandcarrière tijdelijk hebben stopgezet.

Daarom kan het slot van het afzichtelijke EK nog een boeiend schouwspel opleveren. Jammer alleen dat dat wordt opgevoerd tegen een decor waarvoor zelfs een bescheiden Hollandse hoofdklasser zich zou schamen.

Jaap Visser

Meer over