Reportage

De toch al overbelaste mantelzorger krijgt er door de afgeschaalde zorg nog meer taken bij

Om de personeelskrapte in de wijkverpleging op te vangen, gaat het ziekenhuis Maastricht UMC mantelzorgers opleiden om sommige zorgtaken over te nemen, zoals oogdruppelen. Maar kan de al overbelaste mantelzorger nog meer in coronatijd afgeschaalde zorg opvangen?

Charlotte Huisman
Ria Keen verzorgt haar broer Hans.
 Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Ria Keen verzorgt haar broer Hans.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Twee keer per dag, ’s ochtends en ’s avonds, kreeg Hans Keen (74) bezoek van de wijkverpleging. Om hem in en uit bed te helpen, zijn wonden te verzorgen, hem te helpen met aankleden en uitkleden en om hem twee keer per week te douchen.

Tot drie weken geleden. Niet langer kwam er ’s avonds een zorgmedewerker naar de woning in Boekelo. Meteen belde Hans zijn zus Ria Keen (69): kom je me helpen? Met haar man woont Ria een paar honderd meter verderop in het Twentse dorp. Zij en haar echtgenoot zorgen voor Hans, sinds een kleine twintig jaar geleden hun ouders zijn overleden. Als hartpatiënt heeft Hans al een aantal bypasses achter de rug, bovendien heeft hij diabetes. Deze zomer is een deel van zijn rechtervoet geamputeerd. Met een rollator loopt hij weer een beetje.

Met liefde, zegt Ria, gaat ze bijna dagelijks bij haar broer langs. Ze doet zijn was en zijn boodschappen. Ook brengt zij hem zijn avondmaaltijden, die ze vaak zelf kookt. Maar nu de wijkverpleging in coronatijd zo beknibbelt op de zorg, vraagt deze mantelzorg eigenlijk te veel van haar.

‘Waarom komen jullie niet meer ’s avonds’, vroeg ik aan die zorgorganisatie. Ze zeiden dat ze het te druk hadden. Steeds meer mensen hebben thuis hulp nodig, ook omdat de ziekenhuizen veel operaties uitstellen. Steeds meer zorg voor mijn broer komt zo op mij en mijn man neer.’

Alle gaten dichten lukt niet

Ria Keen is niet de enige mantelzorger die de gaten vult van de afgeschaalde zorg. Ongeveer eenderde van de mantelzorgers die zorgt voor iemand die ook professionele zorg ontvangt, kreeg sinds corona al te maken met een vermindering van bijvoorbeeld de wijkverpleging, de huishoudelijke hulp of de dagbesteding. De ontbrekende zorg vullen deze mantelzorgers grotendeels zelf in. Dit blijkt uit een peiling van MantelzorgNL, de landelijke vereniging voor mantelzorgers. Ze doen wat ze kunnen, toch vindt eenderde van deze mantelzorgers dat hun naaste momenteel te weinig zorg ontvangt. Alle gaten dichten lukt niet.

Sommige wijkverplegingsorganisaties met een nijpend personeelstekort denken dat het niet anders kan: dat mantelzorgers een deel van hun taken overnemen. ‘Mits dit verantwoord gebeurt’, zegt opleidingscoördinator Marion van Mulekom van het Maastricht UMC. In samenwerking met de wijkverpleging is het ziekenhuis woensdag begonnen met het trainen van enkele tientallen mantelzorgers in – om te beginnen – oogdruppelen. ‘Dan hoeft de wijkverpleging daarvoor niet langs te komen.’

Al langer leert het ziekenhuis mantelzorgers en patiënten om zelf zorghandelingen uit te voeren. Door de druk van corona op de zorg breiden ze deze trainingen nu flink uit, voor mogelijk honderden mantelzorgers. Op het programma staan bijvoorbeeld: antibiotica toedienen via een infuus en sondevoeding geven. Alsmede steunkousen aantrekken, nierdrains schoonhouden, een katheterzak verwisselen en wondverzorging. ‘Uiteraard kijken we vooraf of de mantelzorger het wel aankan’, zegt Van Mulekom. ‘Maar op deze manier houdt de wijkverpleging wel tijd over voor de meest complexe patiënten.’

Directeur Liesbeth Hoogendijk van MantelzorgNL vindt niet ‘dat de professionele zorg zo kan beslissen over de informele zorg’. De keuze om zulke zorg te verlenen is niet vrijblijvend. Je wilt je naaste niet in de steek laten.’

Overleggen met mantelzorger

Een week of zes geleden probeerde Keen, net terug van haar werk, haar broer te bellen. Toen hij niet opnam, ging ze meteen naar zijn huis. Daar vond ze hem liggend in de gang met zijn rolstoel. Ook met hulp van een buurman lukte het niet hem weer overeind te krijgen. ‘Mijn broer is best fors, hij houdt van lekker eten.’ Daarop belde Ria de wijkverpleging voor assistentie. ‘Die kwamen even langs, maar ze zeiden: wij hebben geen tijd, bel de brandweer maar. Brandweerlieden hebben ons vervolgens geholpen.’

‘Mantelzorgers betalen te vaak de rekening van het afschalen van de professionele zorg’, vindt Hoogendijk. ‘Na de eerste lockdown was vooral het wegvallen van dagbesteding een punt. Nu hebben meer mantelzorgers last van de afbouw van de wijkverpleging.’

Hoogendijk begrijpt dat de zorg soms klem zit. Maar zij vindt dat organisaties die de geboden zorg willen verminderen eerst met de mantelzorger moeten overleggen: kan dit wel?

Voor deze peiling vulden ruim 500 mantelzorgers van het mantelzorgpanel van MantelzorgNL een vragenlijst in over de impact van de coronacrisis op mantelzorg. Het is geen wetenschappelijk onderzoek. ‘Maar deze peiling geeft volgens haar wel ‘een relevant en herkenbaar signaal af’, zegt Karin Proper, bijzonder hoogleraar Arbeid, Gezondheidsbevordering en Beleid bij het RIVM.

Lichaam protesteert

‘Met het afschalen van zorg komen veel extra taken op het bordje van de mantelzorger terecht’, zegt Proper. ‘De meeste mantelzorgers hebben daarnaast nog een baan. Duidelijk wordt dat deze mantelzorgers ondersteuning nodig hebben, om overbelasting te voorkomen.’

Zoals ook Annelies Weij (69) uit Barendrecht. Sinds zij drie jaar geleden met pensioen ging, verleent ze intensieve mantelzorg aan haar echtgenoot (71). Die heeft, naast een progressieve spierziekte, ook reumatische artritis, hartproblemen en diabetes. Toen in maart 2020 de coronacrisis begon, was ze zo bang dat haar man besmet zou raken dat ze de wijkverpleging vroeg om tijdelijk niet te komen. Zelf verzorgde ze de wonden van haar man, en hielp hem met opstaan, douchen en aankleden.

Toen ze in de zomer van dat jaar de wijkverpleging belde om weer twee keer per dag langs te komen, kon dat nog maar drie keer per week. Misschien denken ze wel: die vrouw kan gewoon voor haar man zorgen. Maar erg lang hou je zulke intensieve zorg niet vol.’

Eigenlijk kan ze niet meer, zegt Weij. Haar lichaam protesteert. Ze vindt de situatie onverantwoord, met zo weinig professionele zorg. Haar man gaat ondertussen snel achteruit. Hij valt regelmatig als hij naar het toilet gaat. ‘Toen de buurman niet thuis bleek, heb ik 112 moeten bellen om me te helpen hem op te tillen.’

Er zijn dagen dat Weij alleen nog maar wil huilen. Maar ze wil niet dat haar man en haar kinderen haar stress en verdriet zien. ‘Dan houd ik me groot. De overheid zegt: zorg voor elkaar. Maar zo veel zorg vragen is niet realistisch.’

Meer over