Analyse

De tijd van ‘gratis geld’ is voorbij: rentelasten lopen op, ruimte voor reparatie koopkracht wordt kleiner

Ambtenaren waarschuwen minister Sigrid Kaag van Financiën voor de oplopende rentelasten op de staatsschuld. Na drie jaar van profijtelijk schulden maken, moet het kabinet weer wennen aan het aloude adagium ‘geld lenen kost geld’.

Yvonne Hofs
Minister van Financiën Sigrid Kaag krijgt hulp bij het openen van het koffertje voordat ze het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2021 presenteert aan de Tweede Kamer.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Minister van Financiën Sigrid Kaag krijgt hulp bij het openen van het koffertje voordat ze het Financieel Jaarverslag van het Rijk over 2021 presenteert aan de Tweede Kamer.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Het tij is razendsnel gekeerd. Nog geen jaar geleden werden de paar economen die waarschuwden voor hoge inflatie weggezet als zeurderige doemdenkers. En na veertig jaar van gestage rentedalingen konden weinigen zich nog voorstellen dat voor krediet ooit weer een serieuze prijs zou moeten worden betaald.

De Nederlandse regering, inclusief de Tweede Kamer, lag de laatste jaren niet meer wakker van de staatsschuld. Sinds juni 2019 betaalde Nederland immers geen rente meer op nieuwe staatsleningen. Beleggers wilden de Nederlandse overheid zo graag geld lenen dat ze bereid waren ervoor te betalen. Hoe meer de overheid leende, hoe meer de schatkist werd gespekt: een situatie die zich in de geschiedenis nooit eerder had voorgedaan.

In de euforie van dit (achteraf kortdurende) ‘gratis geld’-tijdperk bedachten Hoekstra en zijn collega-minister van Economische Zaken, Eric Wiebes, dat ze deze unieke situatie moesten benutten door een investeringsfonds op te richten. Het vorige kabinet leende 20 miljard euro voor het Nationaal Groeifonds dat de Nederlandse economie moest versterken met investeringen in innovatie, infrastructuur en onderwijs. Het huidige kabinet heeft daar nog een schep bovenop gedaan, door tientallen miljarden euro’s te reserveren voor nieuwe klimaat-, stikstof-, onderwijs- en woonfondsen.

Staatsschuld verder omhoog

Het coalitieakkoord verhoogde de jaarlijkse uitgaven op de langere termijn met ongeveer 24 miljard euro, berekende het Centraal Planbureau. Na een aantal jaren van daling (voor de coronapandemie) zou de staatsschuld daardoor weer flink toenemen. De tussentijdse begrotingsbijstelling die Kaag vrijdag publiceerde jaagt de staatsschuld nog wat verder op, omdat de jaarlijkse begrotingstekorten de komende jaren groter zullen zijn dan het kabinet bij zijn aantreden dacht.

In het coalitieakkoord deed het kabinet nóg een aanname die achteraf te optimistisch lijkt: dat Nederland deze kabinetsperiode geen rente op zijn nieuwe staatsschuld zou hoeven betalen. Kaags ambtenaren waarschuwen dat die ‘nul procent rente’-hypothese niet langer reëel is. De rente op Nederlandse staatsobligaties is dit jaar razendsnel gestegen en staat nu op 1,3 procent voor een 10-jaarslening. Dat is het hoogste renteniveau in bijna acht jaar.

Het ziet er niet naar uit dat de rente op de staatsschuld weer omlaag zal gaan. Integendeel: de Europese Centrale Bank (ECB) sorteert voor op zijn eerste renteverhoging in meer dan tien jaar. De centrale banken van het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben al renteverhogingen doorgevoerd in een poging de hoge inflatie te temmen. Kaags ambtenaren gaan er nu van uit dat Nederland de komende jaren 1,4 à 1,5 procent rente zal moeten betalen op staatsleningen met een looptijd van tien jaar. Over de hele kabinetsperiode berekend betekent dit een uitgaventegenvaller van 5 miljard euro.

Miljoenennota

Het kabinet zal deze begrotingstegenvaller moeten verwerken in de Miljoenennota op Prinsjesdag. Hierdoor is er dan minder financiële ruimte voor koopkrachtreparatie dan gehoopt. Kaags staatssecretaris Marnix van Rij wil namelijk een deel van de spaartaksgedupeerden die geen bezwaar maakten tegen hun belastingaanslag alsnog compenseren, liet hij dinsdag doorschemeren tijdens het Vragenuur. Dat gebaar kan tot wel 4 miljard euro kosten.

Het is even wennen voor het kabinet. De rentelasten zijn decennialang bijna alleen maar gedaald, terwijl de staatsschuld is gestegen. In 2016 was het kabinet 8,2 miljard euro kwijt aan rente; dit jaar is daarvoor nog maar 3,4 miljard euro begroot. Het kabinet incasseerde vorig jaar de eerste tegenvaller, leert het vorige week gepresenteerde Jaarverslag van het Rijk. In 2021 waren de rentelasten 500 miljoen euro hoger dan geraamd. Dit jaar zal die tegenvaller – volgens de nieuwste schatting van Kaags ministerie – 250 miljoen euro zijn, oplopend naar 3,8 miljard euro in 2027.

De huidige rentestanden zijn nog steeds kinderspel vergeleken met wat ministers van Financiën in het verleden te verduren kregen. Rentetarieven van 6 tot 10 procent waren decennialang heel normaal. Kaags verre voorganger Fons van der Stee gaf eind 1981 een tienjarige staatsobligatie uit met een rentepercentage van 12,75 procent, de duurste staatslening die Nederland ooit is aangegaan. Als Nederland dat tarief over de hele staatsschuld van 450 miljard euro zou moeten betalen, zou het kabinet bijna 58 miljard euro per jaar kwijt zijn aan rente.

Meer over