De theocentrische Jordaan

Dit is het laatste nieuws: in de Amsterdamse Jordaan wordt een brug genoemd naar Kees de Jongen, een andere brug naar zijn grote liefde Rosa Overbeek....

Op de hoek van de Lindengracht en de Brouwersgracht, op de rand van de Jordaan, werd in 1979 een standbeeld voor Thijssen onthuld. Het werd gemaakt door Hans Bayens. Een onderwijzer buigt zich over een in de bank zittend kind, om het te helpen bij de vraagstukken van het leven. Bij de onthulling werd een pamflet uitgereikt, waarin tegen onderwijsbezuinigingen werd geprotesteerd. Carmiggelt, die naast mij stond, ontdekte meteen een onvergetelijke zin erin: 'Als Theo Thijssen nog had geleefd, zou hij zich in zijn graf hebben omgedraaid.'

Het pamflet was gemaakt door leerkrachten van de school die in 1947 naar Theo Thijssen werd genoemd. De school was toen in de Westerstraat, in de Jordaan. Boven de naam werd een plaquette aangebracht, gemaakt door de beeldhouwer Carasso: in het midden Thijssen zelf, met een boek, links een zinnebeeldige jongeman die de vrijheid (en het geluk van goed onderwijs!) verbeeldt, rechts een ook al erg zinnebeeldige moeder met een kind en in haar hand een lauwerkrans. Het reliëf draagt de tekst: 'Het natuurlijk vermogen van de mens is lief te hebben.' Dat is een diepe gedachte van Thijssen zelf.

In de Eerste Leliedwarsstraat in de Jordaan staat het geboortehuis van Theo Thijssen. Het is nu een aan hem gewijd museum, misschien wel het liefste van Amsterdam. Er zijn nu en dan piepkleine tentoonstellingen. Van daaruit kun je ook Theo Thijssenwandelingen maken. Die zal wel beginnen met een bij het verlaten van het museum onmiddellijke blik naar rechts: daar staat de Westertoren (die over enkele jaren wel Thijssentoren zal gaan heten) en dat, volgens Thijssen, op zijn mooist.

Het zal duidelijk zijn: de Jordaan is geheel aan Thijssen gewijd, hij is theocentrisch. Toch heeft Thijssen er maar negen jaar gewoond: van zijn geboortejaar, 1879, tot 1888, toen de familie Thijssen naar de Runstraat verhuisde, vandaar vervolgens naar de Frans Halsstraat (er ver vandaan), toen weer naar de Brouwersgracht. Thijssen is er nooit in de Jordaan teruggekeerd. Hij heeft zijn latere leven op verschillende adressen in Amsterdam-Oost gewoond.

Het zal duidelijk zijn dat er nog heel groot verspreidingsgebied voor de de leer van het klein geluk braak ligt.

De bruggen gaan mij te ver; bewondering en liefde zijn cultus geworden. En cultus overdrijft meestal, want hij heeft uiterlijkheden nodig. De eerste zachte krachten rond persoon en werk van Tijssen werden opgeroepen door de zeer beminnelijke Rob Grootendorst, die - terecht - Thijssen als literaire schrijver miskend zag. Hij schreef daarover al in 1971, stelde vijf jaar later een aflevering van De Engelbewaarder over Thijssen samen en publiceerde in 1983 een biografie. Hij schreef nog veel meer, op zijn altijd bedachtzame wijze. (Hij woonde tot zijn veel te vroege dood op 'historische' grond: niet ver van de plek waar Kees de Jongen en Rosa Overbeek elkaar ontmoetten).

De bedachtzaamheid is geweken voor de actie. Thijssen is in handen van propagandisten, die hem de grootste schrijver aller tijden achten en festiviteiten rond het werk organiseren. De bruggen zullen hun naam ook wel aan hun bemoeienissen danken. Een goede, mooie schrijver wordt met veel lawaai opgeblazen tot zulke grootte dat hij stuk springt. Dat is heel jammer.

Voor wie de nuance wil: Kees 't Hart schreef in zijn net verschenen bundel essays, De ziekte van de bewondering een mooi en nuchter twijfelstuk over de waarde van Kees de Jongen.

Het zal in de Jordaan niet als een stem uit de hemel worden gezien.

Meer over