'De tabakslobby krijgt vrij spel'

Marc Willemsen, werkzaam bij Stivoro, het expertisecentrum voor tabakspreventie, is per 1 mei de eerste bijzonder hoogleraar tabaksontmoediging in Nederland, verbonden aan de Universiteit Maastricht....

Zelf ooit gerookt?‘Ja, van mijn 18de tot mijn 26ste ongeveer. Een pakje shag per week, denk ik. Welk merk? Nee, dat zeg ik niet. Ik ga natuurlijk geen reclame maken.’

Hoe bent u gestopt?

‘Heel geleidelijk aan. Niet radicaal van de ene op de andere dag, zoals sommige mensen doen. Ik ging minderen en minderen en uiteindelijk rookte ik alleen nog met uitgaan. En toen dat op een gegeven moment ook niet meer.’

Moeilijk?

‘Ja, ik vond het wel moeilijk. Vooral met uitgaan, dan verbind je roken aan gezelligheid. Roken of stoppen heeft ook met identiteit te maken. Zie je jezelf op een gegeven moment nog steeds als roker of toch als niet-roker? Als je die omschakeling maakt, is het makkelijker om de verleiding te weerstaan.’

Wat is de beste manier om te stoppen?

‘Vroeger was het idee, je moet je goed voorbereiden, een stopdag kiezen, iedereen in de omgeving van tevoren informeren, en op de dag zelf het hele huis rookvrij maken.

‘Nu is de opvatting dat er meerdere strategieën zijn, afhankelijk van het type roker: eerste minderen en dan stoppen, cold turkey of planmatig. Alleen of in groepsverband, met of zonder farmacotherapie (pillen of pleisters). Goede begeleiding is heel belangrijk. In feite is de psychische afhankelijkheid het moeilijkste om van af te komen. Vaker een stoppoging doen, is overigens helemaal niet erg. Dat blijk ook uit onderzoek. Mensen leren van elke poging, en er komt vanzelf een moment dat het lukt.’

Wat is er gebeurd dat u nu anti bent?

‘Ik ben op zich niet anti. Ik denk juist dat ik, doordat ik zelf gerookt heb, veel begrip en sympathie heb voor rokers die willen stoppen. Ik weet wat het is, hoe mensen worstelen, hoe hardnekkig verslaving kan zijn. Het is trouwens gebleken een fabeltje dat ex-rokers het fanatiekst anti zijn. Nooit-rokers en ex-rokers kijken hetzelfde aan tegen roken.’

Wat gaat u als bijzonder hoogleraar tabaksontmoediging onderzoeken?

‘Sinds 2008 volgen we tweeduizend rokers. We doen onderzoek naar de effecten van maatregelingen als het rookverbod op de werkplek, en in publieke ruimten, en vergelijken de resultaten met metingen in andere landen. Wat doet zo’n verbod met rokers? Elk jaar doen we een meting, we hebben net de derde gehad. Tot 2011 hebben we subsidie, ook daarna hopen we de studie te continueren.

Vanwaar de fascinatie?

‘De volksgezondheid. In een maatschappij met veel rokers zie je veel vroegtijdige sterfte. Een deel van de samenleving is zich aan het vergiftigen, want dat is roken. Je wilt de samenleving gezonder maken. Dan is de vraag: hoe kun je door grootschalige interventies, dus door middel van overheidsbeleid en campagnes, mensen van het roken afhelpen?

‘Ik heb als psycholoog vroeger veel onderzoek gedaan naar stoppen met roken op individuele basis. Maar in de loop der jaren ben ik steeds meer geïnteresseerd geraakt in tabaksontmoediging op populatieniveau. Dat heeft te maken met het effect. Bij de individuele risicobenadering via de huisarts of de longarts heb je een groot effect op een kleine groep: de meeste mensen lukt het wel om zo te stoppen. Maar bij een tabaksontmoediging op grote schaal, heb je met een klein effect meteen een heel grote groep die niet meer rookt.

‘Nu rookt 28 procent van de Nederlandse volwassenen. Stel dat je dat met 1 procent weet te verlagen, dan zijn dat meteen 150 duizend mensen.’

Maar stelt u zich niet voor een onmogelijke taak? Mensen weten hoe ongezond roken is, en ondanks de campagnes doen ze het toch.

‘Ja dat is zo. Het begint bij het individu. Maar je kunt wel de motivatie versterken. 80 procent van de rokers geeft aan te willen stoppen. 75 procent van de rokers heeft spijt dat ze ooit zijn begonnen. De meeste mensen zijn begonnen toen ze minderjarig waren, ze hebben er niet bewust voor gekozen. De laatste paar jaar zijn er drie intensievere overheidscampagnes geweest – onder andere rond de millenniumwisseling en in 2003-2004 met de rookvrije werkplek – en dan zie je structureel een afname van minimaal 1 procent van het aantal rokers. Daaraan zie je dat campagnes die gedragsverandering wel kunnen bewerkstelligen.’

Welke trekt mensen over de streep?

‘Prijsverhoging: er is een aantoonbaar verband tussen daling van de consumptie en het opdrijven van de prijs. Maar ook het rookvrij maken van de omgeving, het voeren van voorlichtingscampagnes, een goede infrastructuur ter ondersteuning van stoppen met roken bij huisartsen en rookpoli’s in ziekenhuizen.

‘Ons onderzoek is gekoppeld aan het International Tobacco Control-project, een wereldwijd onderzoek van de WHO naar de effecten van anti-rookmaatregelen. Daaruit voortgekomen is in 2005 het eerste internationale verdrag over volksgezondheid. Daarin zijn richtlijnen opgenomen waar de landen die het geratificeerd hebben, zoals Nederland, zich aan moeten houden om deze ernstige epidemie terug te dringen.

‘Andere maatregelen zijn de waarschuwingen op pakjes, met teksten of met foto’s, en niet onbelangrijk: productregulering, dus het sigarettenproduct zelf minder schadelijk maken. In de VS is een lijst van verboden additieven opgesteld, zoals smaakstoffen die het roken voor jongeren aantrekkelijker moeten maken, vanille of een stof waardoor het minder scherp in de keel aanvoelt.’

Hoe doet Nederland het in internationaal perspectief?

‘We zijn sinds 2004 weer aan het afglijden. We zijn ook weer iets meer gaan roken met zijn allen, in 2008 rookte nog 27 procent van de bevolking, 1 procent minder dan nu. We zijn nu een middenmoter. Groot-Brittannië staat bovenaan. Daar zijn alle horeca en werkplekken rookvrij zonder uitzondering. In Nederland heb je nog rookruimtes met ventilatiesystemen. Dat mag daar niet.

‘Je ziet dat Nederland is blijven stilstaan en nu wordt ingehaald door andere landen. We voldoen dus aan de internationale richtlijn, maar we vragen ons niet meer af of het nog voldoende werkt. We waren er heel snel bij, al in 2003, met van die waarschuwingsteksten op pakjes: Roken is dodelijk. Maar geen hond die inmiddels nog op die waarschuwingen let: 30 procent in Nederland. In Frankrijk leest 69 procent van de rokers die waarschuwingen.

Waar loopt het beleid op stuk?

‘Nederlands beleid is behoudend en terughoudend. En de tabakslobby krijgt hier vrij spel. Dat frustreert de tabaksontmoediging. Die lobby is erin geslaagd om roken in de publieke opinie vast te zetten als een privé-aangelegenheid, als een zaak van vrije keuze. Overheidsbemoeienis is betuttelend. We zijn geen politiestaat, dat idee. Dat zie je terug in leuzen als: ‘Roken, dat lossen we samen wel op’. Ook hun steun aan ‘Redt de kleine horecaonderneming’ is effectief geweest. Die opstand is door de lobby opgepookt. In de rechtszaak tegen Klink hebben ze de horeca voorzien van juridisch advies.’

Wat hoopt u te bereiken als hoogleraar?

‘Het ict-onderzoek is voor ons het belangrijkst, en we gaan op zoek naar subsidie voor meer onderzoek, bijvoorbeeld wat de zichtbaarheid van sigaretten in supermarkten en winkels voor effect heeft, op jongeren en ook op stoppers.’

Gaat u als bijzonder hoogleraar de overheid ook adviseren?

‘Indirect. Het is een deeltijdaanstelling. De rest van de week werk ik bij Stivoro. Die adviseert de overheid wel.’

Stivoro betaalt deze leerstoel ook. Is het wetenschap of campagne?

‘Het is primair wetenschap. Tabaksontmoediging is een toegepaste- wetenschapsveld, verbonden aan de vakgroep gezondheidsbevordering. We werken met een team van artsonderzoekers, epidemiologen en psychologen die allemaal zijn geïnteresseerd in aspecten van tabaksontmoediging. Maar de kracht van deze leerstoel is juist dat je vanuit nieuwe wetenschappelijke inzichten meteen naar de maatschappij kunt gaan. De societal impact, oftewel de maatschappelijke relevantie is gegarandeerd. En voor Stivoro is het goed om feeling te houden met de nieuwste wetenschappelijke ontwikkelingen.’

Meer over