De taal van de kinderrechter

Florian is een puber. Zijn wereld is er een vol verleiding en twijfel. Bij de directe taal van de kinderrechter over zijn seksuele gedrag voelt Florian zich bepaald niet op zijn gemak....

Florian is 15. Hij wordt ervan verdacht de afgelopen anderhalf jaar acht meisjes van ongeveer zijn leeftijd seksueel te hebben misbruikt. Florian is minderjarig. Dat betekent dat hij voor de kinderrechter moet verschijnen.

De zittingen bij de kinderrechter zijn altijd besloten. Maar Florian, zijn ouders, zijn advocaat en de drie kinderrechters hebben ons speciale toestemming verleend om bij de zitting aanwezig te zijn. Er zijn wel voorwaarden: zo moet Florian onherkenbaar blijven; zijn leeftijd mag worden genoemd, maar waar hij woont, op welke school hij zit, of hij broers en zussen heeft, wat zijn ouders doen, het moet allemaal geheim blijven. Ook de rechtbank, de namen van de kinderrechters en die van de officier van justitie mogen niet worden vermeld.

Want Florian is kwetsbaar, dat weet hij. Het Openbaar Ministerie verdenkt hem van aanranding en verkrachting.

Voor de zekerheid, verkrachting betekent juridisch gezien: het dwingen van iemand ‘tot het ondergaan van handelingen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam’. Ongewild tongzoenen is dus ook verkrachting, en Florian wordt door een van de meisjes ervan beschuldigd dat hij met haar heeft getongzoend op een schoolfeestje terwijl ze dit niet wilde.

Een ander meisje zegt dat Florian haar in het zwembad heeft betast. Een derde heeft bij de rechter-commissaris verklaard hoe ze met Florian naar een stil plekje is gegaan. Daar zou hij aan haar vagina hebben gezeten. Het meisje zegt dat ze dat niet wilde, twee dagen ervoor had ze net met een andere jongen verkering gekregen. Florian drong zich op, zegt ze.

Het tekent hoe complex de situatie is: het gaat om pubers, allen op zoek naar hun eigen identiteit en seksualiteit, waarbij ze letterlijk de grenzen aftasten.

Op de zitting leest de rechter voor uit de verklaringen die de meisjes bij de politie en de rechter-commissaris hebben afgelegd. Er wordt veel gesproken over het hebben van verkering. Soms van enkele weken, soms van een dag en een nacht. Het gaat over feestjes bij schoolvriendinnetjes en hoe daar is gebobbeld (met de onderlijven tegen elkaar aan dansen) en gebumpt (met de zijkant van je lichaam tegen een ander aan dansen). Het gaat over zoenen, over handen op billen. Maar ook over kettinkjes met beertjes als symbool van verkering.

De wereld van een 15-jarige is er een vol verleiding en vol twijfel. Zo’n wereld klinkt heel vreemd als die plots zakelijk en zonder emotie wordt beschreven. Je ziet Florian ermee zwoegen. Hij is een puber. Met zijn ouders praat hij al niet over seks, laat staan met onbekenden. De toon van de kinderrechter is bovendien zo direct dat de 15-jarige geen kans krijgt om zich ook maar enigszins op zijn gemak te voelen.

De rechter: ‘Heb je weleens seks gehad?’

‘Nee.’

‘Hoe ben je voorgelicht?’

‘Op school, bij biologie. We hebben drie lessen gehad.’

‘En door je ouders?’

‘Ja.’

‘Dus je weet wat vingeren is, althans in theorie?’

‘Ja.’

‘En je weet wat ballen is?’

‘Ja.’

‘Het is de rechtbank bekend dat ballen straattaal is voor vrijen, neuken.’

En dan gaat het over vingers in vagina’s en over zijn penis in de vagina van het meisje dat heeft verklaard dat Florian haar tegen haar wil heeft ‘geneukt’. Op zijn slaapkamer, waar hij haar eerst zo hard en zo lang heeft geslagen dat ze ‘bloed proefde’, waarna hij haar naar het bed sleurde.

Florian ontkent, zoals hij alles ontkent. En dat maakt hem in de ogen van de kinderrechters ongeloofwaardig. Een jongen van 15 die zegt niet geïnteresseerd te zijn in seks, je ziet de rechters – allen vrouw maar dat terzijde – twijfelen.

Dus komen de insinuaties als vanzelf.

De rechter: ‘Wat ook lijkt op te maken uit de verklaringen, is dat je meisjes zoekt die tenger, slank en veel kleiner zijn dan jij. Meisjes die geen nee durven zeggen.’

En over het meisje dat zegt dat Florian een vinger in haar vagina heeft gedaan: ‘Is Simone een fantast?’

En over Florian zelf: ‘Uit verhalen maak ik op dat je wordt gezien als een player.’ Dat is een negatieve kwalificatie voor iemand die een spel speelt om erbij te horen.

Maar Florian heeft zich dan allang teruggetrokken in zichzelf. Hij laat niks van zichzelf zien. Wie is hij? Waar houdt hij van? Wat zijn z’n hobby’s? Nooit is er een moment waarop de kinderrechters een band met hem hebben gekregen. De rechter vraagt het zichzelf tijdens de zitting hardop af: ‘Wie is Florian eigenlijk?’

Meer over