De subtiliteit van magistraal regisseur

De regisseur (86) overleed zaterdag aan kanker. 'Ik weet dat ik het mooiste beroep heb.'

De muren kruipen dichterbij, het plafond komt omlaag, de zweetdruppels worden dikker. Het achterkamertje waarin een twaalfkoppige jury over het lot van een moordverdachte beslist, krimpt bijna letterlijk. De beklemmende sfeer voert regisseur Lumet op door achtereenvolgens boven, op en onder ooghoogte te filmen, alsmaar binnen dat achterkamertje.

Mooier had de filmcarrière van Lumet, die afgelopen zaterdag op 86-jarige leeftijd aan lymfekanker overleed, niet kunnen beginnen. Maar het is ook typerend dat pas bij een tweede keer kijken, opvalt hoe geweldig het camerawerk van 12 Angry Men is. De film leverde Lumet meteen zijn eerste van vier Oscarnominaties als Beste Regisseur op, maar verzilverd werd er geeneen. In 2005 kreeg hij een ere-Oscar vanwege zijn 'briljante verdiensten voor scenaristen, acteurs en de kunst van de speelfilm'; woorden die alles zeggen over de reputatie die hij tot aan zijn dood bleef houden. Nooit werd hij beschouwd als iemand met een eigen, sprekende stijl; in de eerste plaats gold hij als een magistraal acteurs-regisseur, door de briljante vertolkingen die hij aan sterren als Al Pacino, Marlon Brando, Paul Newman en Katharine Hepburn ontlokte.

Met die reputatie had hij zelf weinig moeite. Logisch dat iedere film er anders uitzag, vond hij; elk script vroeg immers om een andere stijl. Bovendien: 'Een slecht shot is een shot dat je opvalt', zei hij in 1997 tegen Venice Magazine.

Lumet groeide op in New York, als zoon van joodse acteurs. Als kleuter stond hij op Broadway, en als vijftienjarige speelde hij zijn enige rol in een lange speelfilm - Dudley Murphy's One Third of a Nation (1939). Een loopbaan als acteur lag in het verschiet, maar alles veranderde toen hij via via bij de TV terecht kwam, en honderden afleveringen van diverse series mocht regisseren. In de hoogtijdagen van zijn TV-loopbaan leverde hij talloze, hoogstaande drama's van tweeenhalf uur af - gemiddeld één per week.

Die nononsense werkwijze bleef hij bij zijn speelfilms hanteren. Nooit overschreed hij het budget, altijd bleef hij binnen de voorgeschreven draaiperiode. Het liefst repeteerde hij twee weken voordat de daadwerkelijke productietijd begon, en nam hij een scène in één of twee takes op.

Het was niet alleen die kwieke aanpak die Lumet erg geliefd maakte bij acteurs. Doordat hij zelf als acteur was begonnen, wist Lumet precies hoe pijnlijk het acteerproces kon zijn wanneer zijn spelers zich voor de camera helemaal gaven.

Terwijl hij geen voorstander van improvisaties was, mochten de acteurs van zijn meesterlijke bankoverval-drama Dog Day Afternoon (1975) tijdens de repetities hun eigen woorden gebruiken, zo lang de inhoud van de scène maar niet veranderde. Die opgenomen improvisaties vormden vervolgens de basis voor het script. In de uiteindelijke film, hoe rauw en realistisch hij ook aanvoelt, zijn slechts enkele momenten volkomen geïmproviseerd; waaronder de intense scène waarin overvaller Wortzik (Al Pacino) en politie-officier Moretti (Charles Durning) tegenover elkaar komen te staan, onder het oog van een joelende menigte, en Pacino met zijn ter plekke bedachte strijdleus 'Attica!' de situatie tot totale hysterie opvoert.

Lumet gaf zijn acteurs stevige kost. Van de politie-klokkenluider uit Serpico (1973) tot de gehavende advocaat uit The Verdict (1982) en de tragische criminelen uit Lumets mooie zwanenzang, Before The Devil Knows You're Dead (2007): stuk voor stuk bijten ze zich vast in hun wanhopige gevecht tegen het systeem. Zo lastig als je Lumets stijl kunt vastpinnen, zo transparant is de thematische eenheid van zijn films.

En dan is er natuurlijk nog New York. Het gros van Lumets 44 films speelt zich daar af. Alles liever dan Hollywood. Een fantasiedomein noemde hij het, dat zich dermate van de realiteit afzonderde dat hij er onmogelijk zou kunnen werken. 'Ik moet tegen iets werkelijks aan kunnen wrijven om te kunnen creëren', zei hij in een interview.

Geen wonder dat het hem weinig kon schelen dat hij nooit een 'echte' Oscar kreeg. Hij was meer dan gelukkig met het regisseursvak zelf - wat hem betreft het mooiste beroep ter wereld.

undefined

Meer over