De strijd om drinkwater

Water is een deel van de natuur dat aan alle mensen toebehoort. Maar multinationals maken van water een verhandelbaar goed, ten koste van de armen in de Derde Wereld, zeggen de Canadese activisten Barlow en Clarke....

Maude Barlow grinnikt als ze denkt aan de verbaasde blik op de gezichten van de gestropdaste topmannen. In hun luxueuze bus met airco namen de executives van de grote waterbedrijven tijdens de VN-top over Duurzame Ontwikkeling in Johannesbrug vorige zomer een kijkje bij het ingenieuze watermeetsysteem van het Franse bedrijf Suez in de buitenwijk Orangefarm. Barlow en andere activisten van de anti-globaliseringsbeweging waren er ook, en konden later dus haarfijn navertellen hoe de topmannen, die tevreden en dankbare bewoners hadden verwacht, ineens een woedende menigte op zich af kregen. Barlow wordt ernstig: 'De menigte riep; ''Wij gaan dood, omdat jullie het water afsluiten bij iedereen die het niet kan betalen'', en: ''Nu zijn we afhankelijk van de rivier waar cholera in het water zit.'''

Talloze voorbeelden kan Barlow geven van hoe het mis ging met de privatisering van watervoorzieningen in arme, maar ook rijke landen. Berucht is het fiasco in de Boliviaanse stad Cochabamba waar de waterprijs 35 procent omhoog ging nadat het Amerikaanse Bechtel de watervoorziening had overgenomen. Ook in landen als Argentinië (gebrekkige watervoorziening) en Groot-Brittannië (slechte kwaliteit van het water) ging het mis na privatisering. In Cochabamba werd duidelijk dat de overheid in dat geval niet zomaar een contract op kan zeggen: Bechtel klaagde de staat aan voor veertig miljoen dollar aan gederfde inkomsten.

Deze privatiseringsdrama's beschrijven de Canadezen Barlow en Tony Clarke in hun boek Blue Gold. Het is een aanklacht tegen de toenemende greep van commerciële ondernemingen op zoiets schaars en essentieels als water. Sinds de uitgave van hun boek in 2001 zijn Barlow en Clarke boegbeelden geworden van de anti-globaliseringsbeweging, die 'water' heeft geadopteerd als belangrijk actiepunt. Deze maand verschijnt Blue Gold in een Nederlandse vertaling.

Nu grote delen van de wereld kampen met droogte en vervuilde waterwegen, is water de olie van de 21ste eeuw, en daar proberen grote transnationale waterbedrijven van te profiteren, aldus Barlow en Clarke. Gesteund door de Wereldbank, het IMF en de heersende neoliberale opvattingen in het Westen, proberen zij op agressieve manier de watervoorzieningen en waterzuiveringsinstallaties in de wereld in handen te krijgen. Armlastige derdewereldlanden worden gedwongen om hun watervoorzieningen over te dragen.

Watergiganten als het Franse Vivendi en Suez voorzien inmiddels zo'n tweehonderd miljoen consumenten verspreid over 150 landen van water.

De slachtoffers in deze wateroorlog zijn de consumenten, en vooral die in arme landen. De waterbedrijven, of de waterlords, zoals Barlow en Clarke ze noemen, maken grote winsten, rekenen hoge prijzen voor het water, en sluiten de kraan van armen die hun rekening niet kunnen betalen zonder pardon af. Er is weinig transparantie in hun manier van zakendoen, ze produceren water van slechte kwaliteit en worden verdacht van omkoping en corruptie. Aldus Blue Gold.

Het boek dankt zijn aantrekkingskracht voor een groot deel aan zijn principiële uitgangspunten. Water is een onderdeel van de natuur dat principieel aan alle mensen toebehoort, vinden Barlow en Clarke. Maar steeds vaker maken multinationale ondernemingen van de natuur een verhandelbaar goed. Water is echter een menselijke basisbehoefte die onder geen beding overgelaten mag worden aan ondernemingen die zich in de eerste plaats bezighouden met winstmaken, stellen zij. Zeker niet met de enorme waterproblemen in de wereld: de hoeveelheid drinkbaar zoet water - minder dan 1 procent van de totale hoeveelheid water op aarde - neemt drastisch af door vervuiling en verzilting. In 2025 zal tweederde van de wereldbevolking te maken hebben met waterschaarste, is de inschatting van de Verenigde Naties. Er moet dus verantwoord met water worden omgesprongen en de armen moeten meer toegang krijgen tot schoon water, aldus Barlow en Clarke, en dat is niet de prioriteit van commerciële ondernemingen. Alle watervoorzieningen moeten daarom volgens hen terugkomen in handen van de overheid.

Barlow: 'We zijn helemaal niet tegen het bedrijfsleven. Dat er auto's of meubels worden gemaakt en verkocht is prima. Maar water is zo'n fundamentele behoefte van de mens, dat er geen prijskaartje aan mag worden gehangen. En dat is precies wat er in de afgelopen jaren is gebeurd. Na de verkoop van staatsondernemingen worden nu de sociale voorzieningen geprivatiseerd: de gezondheidszorg, het onderwijs en nu dan de watervoorziening. Dat mag niet gebeuren, want niemand mag het eigendom hebben van water. Toegang tot water is een mensenrecht.'

Deze maand zitten regeringen, maatschappelijke organisaties, bedrijven en wetenschappers tijdens het derde Wereld Water Forum in Kyoto rond de tafel om te praten over de waterproblemen in de wereld. Barlow heeft echter geen enkel vertrouwen in de uitkomst van de mega-bijeenkomst. 'Bij de Wereld Water Fora is privatisering the name of the game. Ze worden gekaapt door grote ondernemingen, die de gelegenheid gebruiken om lucratieve deals af te sluiten. Op die manier zullen er nooit een verantwoorde oplossingen komen voor de waterproblemen in de wereld.'

Uit ongenoegen over deze gang van zaken, richtte Barlow na het tweede Wereld Water Forum, dat in 2000 in Den Haag werd gehouden, een water-actiegroep op bestaande uit non-gouvernementele organisaties (ngo's), vakbonden en activisten die zich de Blue Planet Project noemt. Barlow: 'De organisatie van het Wereld Water Forum wil ons graag erbij hebben in Kyoto, zodat ze later kunnen zeggen dat er brede consensus bestaat over het belang van de deelname van de private sector in de oplossing van de waterproblematiek.'

Hoewel Barlow heeft toegestemd een sessie over privatisering van de watersector voor te zitten, willen zij en de anderen van het Blue Planet Project onder geen beding instemmen met 'de consensus'. 'Zolang particuliere bedrijven worden betrokken bij deze kwesties doen wij niet mee. Voor ons is de oplossing gebaseerd op twee principes: gelijkwaardige verdeling van het water en een duurzame omgang met water. Bedrijven kunnen nooit aan deze principes voldoen, anders zouden ze geen winst maken.'

Deze visie is weliswaar heel ethisch maar absoluut niet toepasbaar in de praktijk, vindt Daniel Zimmer, directeur van de World Water Council die het Wereld Water Forum samen met het gastland organiseert. 'Als de private sector de watervoorziening beter kan beheren dan de publieke sector voor dezelfde kosten, en dat is heel vaak het geval, dan zie ik niet in waarom we daar nee tegen moeten zeggen. Iedereen is het erover eens dat niet alles in handen moet komen van bedrijven, ook de bedrijven zelf. Overheden moeten altijd de prijzen kunnen blijven reguleren en het algemene beleid bepalen. Maar binnen die marges kunnen bedrijven heel veel bijdragen.'

Zimmer somt de voordelen op: 'Bedrijven werken vaak efficiënter dan de overheid en zijn dus goedkoper. Hun bedrijfsvoering is transparant, omdat er bij het afsluiten van het contract veel duidelijkheid moet worden gegeven. Bij de overheid zijn de waterprijzen verborgen in het geheel van de publieke faciliteiten. Bovendien hebben de grote waterbedrijven vaak een enorme know-how: alle ervaring die ze in andere landen hebben opgedaan, nemen ze met zich mee.'

Ook Meine-Pieter van Dijk, als hoogleraar in Water Services Management verbonden aan het instituut voor water educatie (IHE) van de UNESCO in Delft, is een groot voorstander van zogeheten public-private partnerships. 'Zo'n vijf tot tien procent van de watervoorzieningen in de wereld is helemaal in handen van commerciële ondernemingen, en dat is meestal geen succes gebleken. Maar in de meeste gevallen wordt gewerkt met een langdurige concessie, waarbij een onderneming bijvoorbeeld de infrastructuur aanlegt en vervolgens de watervoorziening of waterzuiveringsinstallatie exploiteert en onderhoudt. De overheid houdt dan het eigendom. Dat werkt heel goed.'

Tegenover alle mislukkingen die Barlow en Clarke opsommen in hun boek, staan dan ook talloze successen, aldus Van Dijk. 'In Uganda bijvoorbeeld zijn de waterprijzen verlaagd en meer aansluitingen gekomen, nadat de overheden prestatiecontracten met bedrijven hebben afgesloten. Laatst was ik in de Indiase stad Ahmedabad, waar voorheen buiten het centrum vaak geen water te krijgen was. Nu een waterbedrijf is ingeschakeld is dat wel het geval.'

In hun boek schetsen de activisten Barlow en Clarke een wel erg simpel en ideologisch gekleurd beeld van de werkelijkheid, vinden critici. Bedrijven worden gewantrouwd omdat zij van water een economisch goed willen maken. Overheden worden daarentegen positief benaderd: zij vertegenwoordigen immers 'het volk'. In veel derdewereldlanden is de praktijk echter veel complexer.

Het zou helemaal niet goed zijn om de watervoorzieningen helemaal terug te geven in handen van overheden, zo vindt Van Dijk. 'Overheden kunnen het simpelweg niet betalen, en zeker niet in de Derde Wereld. Ook al zou alle ontwikkelingshulp alleen maar worden gespendeerd aan watervoorzieningen, dan zou de Millenniumdoelstelling dat in 2015 het aantal mensen dat geen toegang heeft tot veilig drinkwater moet zijn gehalveerd, nog niet kunnen worden gerealiseerd.'

Zelfs als er genoeg geld zou zijn, dan nog is het maar de vraag of overheden wel in staat zouden zijn de bevolking een goede drinkwatervoorziening te verschaffen, zegt Van Dijk: 'Ze zijn er tot nu toe nog nooit in geslaagd om iedereen aan de kraan te brengen. Vooral in de Derde Wereld wordt er door corrupte regeringen vaak een potje van gemaakt. Hoge posten in de overheidsbedrijven worden gegund aan vriendjes van de regering, en zij zorgen weer dat er veel onnodige baantjes worden gecreëerd voor hun vrienden en familie. Dat werkt al helemaal niet.'

Toch is de afgelopen jaren gebleken dat ook een grote rol van bedrijven in de watervoorziening niet zaligmakend is, aldus Van Dijk. 'Er zijn op sommige plekken inderdaad dingen misgegaan.' In Kyoto zal er daarom wat genuanceerder worden gedacht over privatisering dan tijdens het tweede Wereld Water Forum, verwacht Van Dijk. 'Na enkele mislukkingen in public-private partnerships heeft men zich wel gerealiseerd dat de overheid echt de vinger aan de pols moet houden via hele strikte regelgeving. In een contract moet precies staan welke kwaliteit water moet worden geleverd, wat de prijzen moeten zijn en dergelijke. Daar zal tijdens dit Forum veel over worden gesproken.'

Deze omslag is een teken dat de protesten van consumenten en anti-globalisten overal ter wereld helpen, zegt Barlow triomfantelijk. 'De consumenten beginnen duidelijk terug te vechten. Vorige maand is een dochterbedrijf van Suez nog de Amerikaanse stad Atlanta uitgezet. Op een gegeven moment kwam er alleen nog bruine smurrie uit de kraan. Inwoners in paniek. Nu heeft de gemeente het weer overgenomen. Ook op andere plekken hebben de bedrijven problemen: in Jakarta, Manilla, Zuid-Afrika, Melbourne, Adelaide, noem het maar op. De bedrijven raken in het defensief.'

Dit is maar een deel van het hele verhaal, meent Jan Hoffer, investment manager bij het Nederlandse Nuon, dat deelneemt in enkele waterbedrijven die concessies hebben in het buitenland. 'Ook van de kant van de bedrijven is er steeds minder animo om te investeren in watervoorzieningen. Vooral in ontwikkelingslanden komen ondernemingen van een kouwe kermis thuis. Vaak wordt er niet betaald door de consumenten, je hebt te maken met corrupte regeringen, en met plotselinge schommelingen in de wisselkoers. In Argentinië zijn de investeringen van ons en andere waterbedrijven veel minder waard geworden.'

De privatisering van watervoorzieningen zal de komende jaren dan ook stagneren, denkt Hoffer. 'Misschien zal er nog wat activiteit zijn op de Oost-Europese en Amerikaanse markten, maar ook daar zie ik het niet echt ver gaan. De risico's zijn te groot.'

Via het Nederlandse waterbedrijf Cascal heeft NUON een aandeel in een waterconcessie in het stadje Nelspruit, zo'n driehonderd kilometer ten oosten van Johannesburg. Regelmatig betalen de consumenten de rekening niet, en dat stelt Cascal voor moeilijke keuzes, aldus Hoffer. 'Natuurlijk voel je als bedrijf wel een zekere sociale verplichting om te blijven leveren, maar op een gegeven moment houdt het op. Toch is het aantal afsluitingen waar Barlow melding van maakt schromelijk overdreven.'

Maar wat zal er gebeuren met de watervoorziening in Nelspruit als Cascal het op een gegeven moment voor gezien houdt, vraagt Hoffer zich af. 'Ook dan zullen de consumenten niet betalen, en zal de overheid dus niet in staat zijn om de waterleiding up to date te houden. Bovendien zijn dit soort overheden echt niet zo goed georganiseerd als in Nederland of Canada. Dus wat dan, als wij weggaan? Dan wordt het alleen maar erger.'

Meer over