De strategische paradox

De verkiezingscampagne is begonnen, maar de paarden van boer Lootsma krijgen meer aandacht dan, laten we zeggen, de spie-rinkjes van Mark Rutte....

H.J. Schoo

Waarom honderd bedreigde paarden meer aandacht krijgen dan de campagne-ideetjes van Rutte laat zich nog begrijpen. Paarden zijn fotogeniek, het wad ook. Maar dat de wadpaardjes het ook winnen van de honderdduizenden in armoede opgroeiende kinderen van Jan Marijnissen, de hongerende verpleeghuisoudjes van Wouter Bos en, niet te vergeten, de armoedzaaiers die zich op hun tandvlees naar de voedselbanken slepen – dat is onbegrijpelijk.

Zijn de Nederlandse kiezers plotseling en masse onverschillig voor leed in eigen land? Waarschijnlijker is dat zij weten dat overdrijven bij een campagne hoort en dat je daar straal doorheen moet kijken: politiek, niet waar. Zolang zij niet bijster gegrepen zijn door de verkiezingscampagne zullen ze zich ook graag door bijzaken laten afleiden.

Er zijn programmatische verschillen tussen de – grote – partijen, maar zij zijn geen bron van grote opwinding. Ook op de flanken houdt men zich redelijk koest, misschien op stoorzender Wilders na. Tot voor kort ‘extreem links’ en ‘christelijk rechts’ gelden niet langer als verwerpelijk of belachelijk, maar als salonfähig. Ook politiek-inhoudelijk schurken SP, GroenLinks en ChristenUnie tegen het brede midden aan. Iedereen wil meeregeren, is gouvernementeel, wappert met z’n CPB-rapport.

Wat de campagne ook weinig boeiend maakt, is het ontbreken van een dominant issue, een kwestie die de verkiezingen definieert. Het hadden de vergrijzingskosten zullen zijn, maar de kans lijkt klein dat de PvdA haar afwijkende standpunt in deze offensief gaat gebruiken.

Daar is het afbreukrisico (‘Bosbelasting’) te groot voor, temeer daar niet alleen CDA en VVD niks zien in sleutelen aan de AOW, maar ook de SP pal staat voor ‘rijke’ bejaarden.

CDA en PvdA hebben de campagne bovendien primair een strategische inslag gegeven door er een race Balkenende-Bos van te maken. Wie wordt de minister-president? Dit voorjaar lag zo’n aanpak voor de PvdA voor de hand, want Bos deed het in de peilingen stukken beter dan Balkenende. Intussen is het tij gekeerd en kan de PvdA heel wel het slachtoffer van deze strategie worden.

Dat gebeurt wanneer ‘strategisch’ stemmen het midden – CDA en PvdA – zo laat opzwellen, dat ‘flankcoalities’, een linkse of rechtse, geen meerderheid kunnen halen. En wanneer niet Bos zegeviert en de premierprijs binnenhaalt, maar Balkenende daar andermaal mee van door gaat.

Zelfs als Bos wint – dat wil zeggen: genoeg would-be SP-stemmers alsnog voor de PvdA kiezen teneinde Balkenende uit het Torentje te bezemen –, is sprake van een Pyrrhus-overwinning. De Bos-of-Balkenende-strategie lijkt immers onontkoombaar af te stevenen op een CDA-PvdA- dan wel PvdA-CDA-kabinet. Dat is een kabinet dat, om begrijpelijke redenen, maar weinig kiezers willen. Die kiezers blijken weer eens veel minder onbenullig dan zwartkijkers beweren en weten dan ook piekfijn uit te leggen dat de regering belangrijker is dan de premier.

Logisch dus dat de wadpaarden het deze week publicitair beter deden dan de campagne. Die is weinig inhoudelijk, ‘dwingt’ kiezers om strategisch te stemmen en heeft ook nog eens ongewenste uitkomsten tot gevolg. Straks hebben we met z’n allen netjes de premier gekozen, maar dan wel van een kabinet dat vrijwel niemand wilde.

Er zijn nog enkele weken te gaan. Misschien slaat de vlam nog in de pan en komt een meer inhoudelijke campagne onder stoom. Misschien ook laten kiezers de strategie voor wat die is en geven zij hun stem uiteindelijk vooral aan de partij van hun eerste, echte voorkeur. Dus niks Balkenende stemmen als je eigenlijk voor Rutte bent, of Bos als Marijnissen je man of Halsema je vrouw is. Als een stem op Bos er tegelijk een op Balkenende is, en omgekeerd, dan wordt strategisch stemmen een erg dubieuze aangelegenheid.

Zitten we na de verkiezingen toch met bijna negentig zetels voor CDA en PvdA samen, precies evenveel als in 2003, en met een praktisch even groot ‘links’ als ‘rechts’ blok, dan kan natuurlijk braaf de steven worden gewend naar een Grote Coalitie. Een minder orthodoxe interpretatie van het politieke spectrum levert echter een legitiem alternatief voor een CDA-PvdA-coalitie op.

Uitgangspunt is dat VVD en CDA stuivertje hebben gewisseld en Balkenendes conservatieve CDA rechts van de liberalen staat. Dan ziet het politieke spectrum er als volgt uit: klein rechts, CDA, VVD, PvdA, ChristenUnie, GroenLinks, SP. De VVD is dus tussen CDA en PvdA gekropen, terwijl de gangbare coalitietheorie wil dat coalities geen gaten in het spectrum laten vallen. Een Grote Coalitie doet dat dus wel en ligt daarom helemaal niet zo voor de hand. Eerder is de beurt aan een neo-paarse coalitie met PvdA en VVD als kern.

De kiezers heten een hekel aan het ‘coalitiespel’ te hebben. Toch zouden tijdens de campagne coalitiemogelijkheden wel degelijk besproken moeten worden. Maar laten we hoe dan ook niet strategisch stemmen, dan krijg je in elk geval wat je niet wilt.

Meer over