Achtergrond

De straat roept om verandering en de Colombiaanse staat reageert met een oud recept: repressie

De onvrede in Colombia leidt al weken tot hevige protesten, die al zeker veertig mensen het leven heeft gekost. De problemen waarvoor burgers de straat opgaan zijn diepgeworteld: grote ongelijkheid, dagelijks geweld en het mislukte vredesakkoord met de Farc.

Jongeren in een zelfgemaakte auto in de arme wijk Siloe in Cali, het centrum van de protesten tegen de regering.  Beeld  Luis Robayo / AFP
Jongeren in een zelfgemaakte auto in de arme wijk Siloe in Cali, het centrum van de protesten tegen de regering.Beeld Luis Robayo / AFP

Aan de overkant van de rotonde klinken pistoolschoten. Een jongen met capuchon en een mondkapje met clownopdruk ijsbeert heen en weer. ‘Ze komen eraan! Ze komen eraan!’ Het is donker in de wijk Siloe in de Colombiaanse stad Cali, de laatste druppels van een regenbui vallen uit de lucht. Buurtbewoner Héctor de Jesús Arcila tuurt over de rotonde, richting de jongeren van de ‘frontlinie’ die al twee weken in een gespannen, soms dodelijk gevecht zijn verwikkeld met het nabijgelegen politiestation.

Vanuit de volkswijk, opgetrokken uit beton tegen de berghellingen, komt een motor in volle vaart naar beneden. Tussen chauffeur en bijrijder bungelt een slap lichaam, op weg naar een medische post. ‘Een gewonde’, zegt Héctor. De man met het hoofd slingerend op de borst is geen slachtoffer van politiekogels, maar van het leven in een arme buitenwijk in een van Colombia’s meest gewelddadige steden. Toevallig komt hier het dagelijkse geweld samen met de gewelddadige reactie van een staat die amechtig probeert de overkokende onvrede te beteugelen.

‘Nationale staking’

Sinds 28 april gaan dagelijks duizenden tot tienduizenden Colombianen de straat op. Wat begon als protest tegen een extra belastingheffing midden in de pandemie, groeide uit tot breed verzet tegen ongelijkheid, armoede, gebrek aan kansen en politiegeweld. Precieze cijfers van het aantal demonstranten ontbreken. Uit een recente peiling blijkt dat 75 procent van de bevolking de ‘nationale staking’ steunt. Tegelijkertijd bestaat er groot wantrouwen richting staat én straat: 60 procent van de respondenten acht beide kanten verantwoordelijk voor de geweldsuitbarstingen die al zeker veertig slachtoffers heeft geëist.

Het harde politieoptreden is een erfenis uit de decennialange strijd tegen marxistisch-leninistische guerrillabewegingen, zegt politicoloog Laura Gil, hoofdredacteur van opiniesite La línea del medio (De middenweg). ‘Bij de veiligheidsdiensten bestaat nog steeds een doctrine gericht op het gewapend conflict, op een interne vijand.’

Vijf jaar geleden tekende toenmalig president Juan Manuel Santos een vredesakkoord met de Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (Farc), de gewapende revolutionaire strijdkrachten. Het akkoord moest een punt zetten achter ruim vijftig jaar burgeroorlog die meer dan 200 duizend Colombianen het leven kostte. ‘De vrede is nooit bereikt’, zegt Eduardo Pizarro, emeritus hoogleraar politicologie aan de Nationale Universiteit van Colombia. Het Nationaal Bevrijdingsleger (ELN) en afsplitsingen van de Farc dromen nog steeds van de gewapende revolutie. In voormalig Farc-gebied is in 2016 het drugsgeweld weer opgelaaid, honderden boeren die geen coca wilden verbouwen, zijn vermoord.

Héctor de Jesús Arcila voor zijn huis in buitenwijk Siloe, in de Colombiaanse stad Cali. Achter hem hondje Lulu en dochter Mayra. Beeld Joost de Vries
Héctor de Jesús Arcila voor zijn huis in buitenwijk Siloe, in de Colombiaanse stad Cali. Achter hem hondje Lulu en dochter Mayra.Beeld Joost de Vries

Verzetshaard

Héctor (53), Mirian Ramírez (40) en hun dochters Mayra (19) en Marcela (18) wonen bovenaan de berg in een relatief rustige uithoek van Siloe. Langs de steile weg die vanaf de rotonde – een van de vele verzetshaarden in Cali – naar boven slingert, klinkt salsa uit openstaande deuren. De ongelijkheid is in Colombia geïnstitutionaliseerd; wijken zijn gerangschikt naar economische status en hebben een cijfer van een tot zes. Siloe behoort tot de eerste categorie: de armste.

Het huis dat Héctor zelf bouwde, kijkt uit over Cali. De afgelopen weken was de lucht boven Siloe meermaals gevuld met helikopters en klonken schoten. Hij is taxichauffeur, zijn vrouw verpleegkundige. Hij deelt de gele taxi voor zijn deur met een collega en rijdt zelf in de nacht. Sinds de protesten is het werk te gevaarlijk geworden en heeft hij amper iets verdiend. ‘We leven van het inkomen van Mirian.’

Ondanks alles is Colombia vandaag beter af dan toen de Farc nog gewapend was, zegt politicoloog Gil. Het akkoord uit 2016 gaf ruimte aan een vorm van democratische participatie die tot dan toe onmogelijk was: burgerlijk protest. ‘Decennialang durfden mensen niet te demonstreren uit angst geassocieerd te worden met de Farc, zegt de politicoloog. Wie links was of zo werd gezien, was zijn leven niet zeker. De Patriottische Unie, een partij gelieerd aan de Farc, werd eind jaren tachtig zo goed als uitgeroeid door paramilitairen – extreemrechtse gewapende groepen.

Steeds oplaaiende onvrede

Na de (gedeeltelijke) ontmanteling van de Farc hebben de Colombianen de afgelopen anderhalf jaar de angst om te demonstreren van zich afgeschud. In november 2019 vonden massale protesten plaats. Dezelfde onvrede leefde op in september vorig jaar en de afgelopen tweeënhalve week. Telkens lijkt de rechtse regering van president Iván Duque niet goed te weten hoe om te gaan met ongewapend verzet.

De conservatieve Duque, sinds 2018 aan de macht, is de protegé van ex-president Álvaro Uribe, die tussen 2002 en 2010 een extreem bloedige strijd voerde tegen onder andere de Farc, geholpen door paramilitairen. De nog steeds invloedrijke Uribe riep deze dagen via Twitter meermaals op tot stevig ingrijpen.

Cali, een stad waar veel van Colombia’s problemen samenkomen, groeide uit tot het hart van de protesten en kreeg de zwaarste overheidsreactie te verduren. Het is terug te zien in de cijfers: hier viel driekwart van de slachtoffers. De president stuurde civiele politie, de ESMAD (de zwaarbewapende Colombiaanse ME) en het leger om wegblokkades te verwijderen en het protest te smoren.

Uitputtingsslag

Héctor en dochter Mayra zitten op de bank in de kleine woonkamer en zijn verwikkeld in een discussie over de protesten. Hondje Lulu ligt bij Mayra op schoot, zijn soortgenoot Sacha heeft zichzelf opgevouwen in een kartonnen doos. Zij zijn twee van de acht straathonden waarover Héctor zich heeft ontfermd. Moeder Marian en dochters Mayra en Marcela hebben deelgenomen aan een protestmars, die eindigde in vandalisme en confrontaties met de politie. ­Héctor steunt de roep op verandering, maar gaat er niet voor de straat op. ‘Als een protest voor driekwart vreedzaam is en voor een kwart gewelddadig, dan is het protest gewelddadig.’ Mayra denkt dat verandering alleen mogelijk is door vol te houden, het verzet niet op te geven. ‘Daar profiteert uiteindelijk iedereen van.’

Haar vader gelooft niet in een uitputtingsslag met de regering. ‘Kijk naar Venezuela’, zegt hij. Het buurland dat gebukt gaat onder de autoritaire socialist Maduro, een diepe economische crisis en Amerikaanse sancties, is voor veel Colombianen een schrikbeeld, iedereen kan er zijn eigen angsten op projecteren. Héctor ziet vooral wat de Venezolaanse oppositie níet heeft bereikt: verandering.

Een Colombiaans ingrediënt heeft de situatie extra vertroebeld: gewapende groepen. In Cali namen mannen in witte shirts de wapens op tegen inheemse gemeenschappen die zich hebben aangesloten bij het protest. De politie keek toe. Waren het boze rijke burgers, paramilitairen, drugscriminelen? Niemand die het weet. Politicoloog Gil vermoedt dat verschillende gewapende groepen zich in de protesten mengen. Tussen overheid en straat vindt een strijd om de waarheid plaats. ‘Het verhaal van de regering is: arme ‘nuttige idioten’ laten zich gebruiken door de guerrilla. Aan de andere kant wordt gezegd: een gewelddadige minderheid geeft de protesten een slechte naam.’

Escalatie of uitdovend verzet?

President Duque heeft de belastingwet inmiddels van tafel gehaald en andere hervormingen aangekondigd, maar de straat laat zich vooralsnog niet sussen. Een eerste poging tot dialoog liep deze week op niets uit. Gil vreest verdere escalatie zolang de regering er niet in slaagt een effectieve onderhandeling op te zetten met de demonstranten. Pizarro vermoedt dat het protest eerder zal uitdoven dan dat er een akkoord wordt bereikt. ‘De sociale bewegingen zijn te divers. En met een wensenlijst van 114 punten valt niet te onderhandelen.’ De onvrede zal niet verdwijnen, zegt hij. ‘Die kan zomaar over drie maanden weer opleven.’

In Colombia is elk scenario mogelijk, weet ook Héctor. Aan den lijve ervoer hij het bloedige verleden van zijn land. Vier broers werden vermoord, hij heeft er nog twee en een zus. ‘Door paramilitairen’, zegt hij. ‘Een van mijn broers ging voor werk naar een dorp waar niemand hem niet kende. Hij kwam er niet levend uit.’

Dochter Mayra heeft haar eigen redenen om boos te zijn. Ze is verknocht aan de honden en droomt van een baan als dierenarts, maar het gezin heeft geen geld voor de private opleiding. Héctor: ‘Ik heb een lening afgesloten om het huis te kunnen bouwen. Zolang die loopt, kan ik de studie van mijn meisje niet betalen.’

Meer over