De stok wordt sexy

Steeds meer geld brengen strijkstokken op - zoveel dat ze in handen komen van beleggers. Terwijl met de stok muziek moet worden gemaakt....

Natuurlijk, de opwinding was weer groot vorige week bij Sotheby's Londen. De trend had zich doorgezet. Niet de violen, maar de strijkstokken zorgden voor de grootste verrassing. Niet alleen de legendarische stokken van rond 1800, maar zelfs die van nog geen eeuw oud stegen al richting de 20 duizend euro.

Eigenlijk was dat wel te verwachten, relativeert Tim Ingles, instrumentenspecialist van Sotheby's. Om meteen maar het record te noemen: 115 duizend euro, in 1988. Een stok gemaakt door de man die door de veilingwereld ronkend de 'Stradivarius onder de strijkstokkenmakers' wordt genoemd: François Xavier Tourte. Gewicht: iets minder dan 60 gram. Materiaal: beetje gouddraad aan het begin, een stukje schildpad op de slof - goudschildpad uiteraard - haar van een merrie om mee te strijken, en de stok zelf: hout uit een Braziliaanse boom, Pernambuco.

Het was een nieuw ijkpunt, zegt Ingles. Hij pakt er een computeroverzicht van alle veilingen bij: kijk, sinds de jaren zeventig gaat het steeds beter met de stok. Waarom? 'Je zou kunnen spreken van een langzame gelijkschakeling aan de viool. De strijkstok is een instrument op zichzelf geworden. Onder musici, maar ook steeds meer onder beleggers.'

Wen er dus maar aan, waarschuwde muziekblad The Strad de musici onlangs. 'De strijkstok is sexy geworden, omdat hij hard to get is.' Lang is de stok een voorwerp geweest 'dat je in je kist vond als je een nieuwe viool had gekocht'. De viool kreeg alle aandacht. Van de spelers, van de handel en van de pers. Die tijd is voorbij, schrijft The Strad. Er wordt voor betaald, er wordt naar gezocht. De strijkstok is van muurbloempje tot 'belle of the ball' geworden. Met alle problemen die erbij horen.

Yehudi Menuhin had het er al over. 'De strijkstok is even belangrijk als de degen voor de edelman. Een geliefkoosd bezit, misschien nog wel meer dan de viool zelf.'

Strijk één viool aan met zeven strijkstokken en je krijgt zeven verschillende klanken, zegt strijkstokkenbouwer Andreas Grütter. 'Een mooie klank is voor mij een erotische ervaring', schrijft hij in zijn essay A bow on the couch: 'Ik ben een psycholoog van de strijkstok, geobsedeerd door klank.'

Elke stok is volgens hem uniek. De hoeveelheid en de soort paardenhaar, de trilling van het hout, alles bepaalt de klank die uiteindelijk uit de viool zal opklinken. Maar hoe ijverig Grütter ook balanceert en analyseert, om vernieuwingen gaat het hem niet zozeer: 'Eigenlijk is de standaard al tweehonderd jaar geleden gezet, en beter is het niet meer geworden.'

De Gouden Periode, heet het in strijkstokkringen. Zoals de Italianen de revolutie in de vioolbouw verzorgden, deden de Fransen dat voor de stokken. Het was net na Napoleon. De kunst veranderde. Het ging om grote gevoelens, om bravoure, om diepe klanken. De tijd dat Paganini liet zien hoe virtuoos hij kon spelen. En dat niet in een leuk zaaltje aan een adellijk hof, maar in steeds grotere zalen in de stad.

De barokstok was nog licht en luchtig gebouwd, en diende daarmee precies de muziek die hij moest voortbrengen. Tourte was de man die alles samenvoegde voor de nieuwe tijd. De slof - dat zwarte, meestal ebbehouten vierkant aan het begin van de stok waar de violist zijn vingers overheen krult - kreeg de schroef die de spanning van het haar en daarmee de kracht van het geluid kan reguleren, het gewicht van de stok werd groter, er kwam een buiging in het midden, en vooral koos hij die ene houtsoort, die precies de juiste mengeling van kracht en flexibiliteit bezat. Pernambuco. Eeuwen eerder was het door Portugese veroveraars uit Brazilië meegenomen, toen nog voor de kleurstof.

'Een oude stokkenbouwer heeft me ooit verteld', zegt Andreas Grütter, 'dat kijken naar het goede pernambucohout hetzelfde gevoel geeft als kijken in een diep meer.'

Violist Leonidas Kavakos, die vanavond in Rotterdam optreedt, zweert bij de Gouden Periode: 'Ik kan horen met wat voor stok iemand speelt.' Want met de stok wordt pas echt muziek gemaakt, vindt Kavakos. Voor hem is de stok onderdeel van zijn bredere speelfilosofie: de rechterarm wordt sowieso veel te veel ondergewaardeerd door strijkers. Terwijl daarmee het verschil in expressie wordt gemaakt, níet door links, door vibrato.

Kavakos kiest al naar gelang het muziekstuk een stok uit zijn collectie. Een Sartory, die net bij Sotheby's een record haalde, heeft hij ook, maar bespeelt hij nauwelijks meer. 'Die kreeg ik toen ik 18 werd. Maar die is te jong.' Voor het Sibelius Vioolconcert heeft hij kracht en diepte nodig, en dan is Peccatte de bouwer die erbij hoort. Voor een Beethovenconcert zou hij zijn Tourte bespelen: 'Ik speel alleen op oude Franse stokken. Die zijn nu eenmaal de beste. Ze hebben meer te zeggen.'

Maar Kavakos geeft toe dat hij makkelijk praten heeft. Zoals Menuhin immers al opmerkte: 'Toen ik mijn eerste Stradivarius kreeg, kreeg ik mijn Tourte er gratis bij.' En nu is de oude stok een beleggingsobject geworden. Kavakos waarschuwt: 'Over tien jaar is er geen oude stok meer om op te spelen. De mooiste instrumenten zitten vast in collecties. Dit is ziek.'

Volgens Kavakos ligt het probleem alleen bij de handelaren, die de prijs opdrijven. Maar dat is slechts een deel van het probleem, zegt Frits Schutte van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds. Hij vindt dat het tijd is voor een bewustzijnsverandering onder musici. Het Fonds ondersteunt jonge musici met bruiklenen van instrumenten. Ze komen steeds meer langs voor stokken, oude zeldzame stokken. Maar hoewel het Fonds wel een collectie heeft, investeert het niet in aankopen. 'Musici gelóven te veel in oud. Voor het gevoel moet een stok passen bij de muziek die ze spelen. Ze worden beïnvloed door hun docent, of een collega, die dan net weer voor 50 duizend euro een stok heeft aangeschaft. Ik verwijs ze door naar nieuwbouw, dat is erg goed tegenwoordig. Maar musici zijn er te wantrouwig over.'

Er is, in de woorden van cellist Ernst Reijseger, sprake van een hardnekkige 'oudheidsmythe' in de muziekwereld. 'Oude stokken beter? Gelul. Misschien zijn er vioolhandelaren die dat fabeltje de wereld in blijven sturen, net als het idee dat oude instrumenten beter zouden klinken, om hun handel continuïteit te geven. De prijzen lijken zelfs behoorlijk te zijn opgedreven.'

Is er een probleem, zoals Kavakos stelt? Welnee, zegt Reijseger, die vindt dat we juist nu in een 'hele leuke stokkenfase' zitten: 'Er bestaan nu kunststof carbonstokken, rond de 200 euro, die zeer goed zijn. Je zou kunnen zeggen dat de code eindelijk gebroken is: de eigenschappen waar het om gaat bij een goede stok - gewicht, balans en veerkracht - zijn nu echt na te maken.'

Jan Strumphler is zestien jaar strijkstokkenbouwer in Vleuten. Hij krijgt veel beginnende professionele musici over de vloer, op zoek naar een stok, die bij hem gemiddeld 2300 euro kost. En zijn klanten willen geen kunststof, maar hout. Pernambucohout.

Strumphler is 'in het gat gesprongen dat door de handel is ontstaan'. Sterker nog: je zou zelfs kunnen zeggen dat dankzij de prijzen op de markt de moderne strijkstokkenmaker is geboren. Het beroep was in de jaren zeventig al bijna verdwenen, door de opgekomen geïndustrialiseerde productie. Toen in die tijd de prijzen de lucht in gingen, kwam er tegelijk een vraag naar handwerk, en 'authenticiteit'; het betekende een toename van het aantal zelfstandige strijkstokkenbouwers.

'Oud zit tussen de oren', wil Strumphler nog wel als kanttekening plaatsen bij het idee dat alles wat nieuw is slecht is. 'Ook vioolbouwer Vuillaume stopte begin 19de eeuw zijn violen in de oven om ze ouder te laten lijken.'

Maar dat is het enige: verder niets slechts van de oude meesters. Die hebben nu eenmaal de standaard gezet, en zo moet het nog steeds gebeuren. Machinewerk? Liefst zo min mogelijk. Strumphler doet alles ambachtelijk: 'Een zilveren ringetje voor op de slof kan ik natuurlijk van een buis afzagen, maar dat dóe je niet: ik maak het zelf.'

Ach, het zijn nu eenmaal de mythes en tradities die, zegt Strumphler, bij de wereld van de strijkstokken horen. Die leeft op overlevering. 'Er bestaan geen scholen voor strijkstokkenbouw. Op de vioolbouwschool waar ik zat, hing het vak erbij. Je leert het van een voorganger, of je doet het zelf. Van de techniek van de oude meesters is weinig vastgelegd. De concurrentie is daarom groot. Als je net die ene lak ontdekt die precies die klank geeft die je wilt, ga je die niet aan je buurman geven. Je ontdekt zelf hoe het moet, je wordt daarom steeds beter. Stradivarius was ook pas op zijn top toen hij 71 was. Dat hoop ik ook te bereiken.'

De vraag is of de wereld kan blijven zoals men wil. In kleine kring is aan de bel getrokken. De Braziliaanse regering dreigt al sinds de late jaren negentig met een verbod op de export van het legendarische Pernambucohout, dat ook voor andere doeleinden wordt gekapt en daardoor schaars is geworden.

Het probleem is zeer reëel, zegt Marco Ciambilly, handwerksman in Parijs. Hij heeft de kwestie tot zijn dagtaak gemaakt. Hij richtte het International Pernambuco Conservation Initiative (IPCI) op, en riep 'alle 250 stokkenbouwers ter wereld' op om geld te storten. Zes van de tien doen mee, zegt hij, en inmiddels is hij begonnen met noodmaatregelen: zoals een wonderlijk verbond met cacao-fabrikant Ceplac. Want, legt hij uit: cacaoplanten groeien bij beschutting van natuurlijk materiaal, zoals pernambuco-bomen. Arme dorpsbewoners krijgen van IPCI betaald om de bomen te onderhouden. De toekomst is echter onzeker: 'Nu is er net een nieuwe regering gekomen, met nieuwe ambtenaren. We weten niet wat er gaat gebeuren.'

Dus, dan toch maar carbon? Nee, zegt Strumphler, pernambuco is echt het beste. Van enige houtschaarste heeft hij tot nu toe gelukkig geen last gehad, enige zorgen maakt hij zich wel. Hij is donateur van het IPCI geworden. Misschien zou er toch meer contact moeten komen in de beroepsgroep, zoals dat in Amerika gebeurt. Nu hoor je soms verhalen waarvan de status onduidelijk blijft. Zo zou een aantal stokkenbouwers 'ergens in Europa' een enorm pakhuis hebben gebouwd. Vol met het beste pernambuco.

Meer over