De stilte van saar **

Puberopera stemt treurig door verpletterend monotone declamatiestijl.

FRITS VAN DER WAA

Over puberleed zijn niet veel opera's gemaakt. Jammer, want het is een rijk en invoelbaar gegeven. De zoektocht naar een eigen identiteit, ontluikende lichamelijkheid, conflicten met ouders, wensdromen, frustratie - het zit allemaal in De Stilte van Saar, een nieuwe anderhalf uur durende opera van componiste Vanessa Lann en librettist Erik-Ward Geerlings.

In zijn intelligente libretto exploreert Geerlings de innerlijke wereld van het 17-jarige meisje Saar, dat geveld is door een 'catatone psychose'. Terwijl haar familie en de medici zich tobbend om haar ziekbed bewegen, gaat zij al dromend de strijd aan met Vlieg, de personificatie van haar tegendraadse, negatieve kant. En zoals het hoort wint ze die strijd, zodat ze aan het eind haar eigen weg kan gaan.

Dat is een mooi moment. De panelen die de spiegelende achterwand van de zaal afschermden gaan omhoog, waardoor de ruimte met trappen daarachter zichtbaar wordt, als een nieuwe wereld. Een toepasselijke onthulling, want De Stilte van Saar is de eerste voorstelling in het fraai verbouwde en totaal opgeknapte Energiehuis in Dordrecht, de vaste stek van Muziektheater Hollands Diep.

Helaas komt die ontknoping als een verlossing. Want alle theatrale mogelijkheden die het libretto biedt, worden ontkracht door de verpletterend monotone declamatiestijl die Lann erop heeft losgelaten. De zangerspartijen pendelen in lijzig tempo heen en weer tussen twee tonen, soms zelfs drie of vier, waardoor de opera zich voordoet als een eindeloze reeks geestdodende variaties op Klikspaan boterspaan. De zeven uitstekende instrumentalisten van het Ensemble Klang bieden weinig meer dan wat steuntonen en accenten. Bij uitzondering ontstaat er iets wat lijkt op harmonie of een liedje. Pas als de karigheid extreem wordt doorgevoerd, zoals in het solootje voor speelgoedpiano, of de laatste, naar het niets reikende monoloog van Saar, krijgt ze dramatische zeggingskracht.

Tegen een dergelijke aftelrijmpjesesthetiek is niets bestand. Niet de kwaliteit van de zangers, niet de sinistere uitstraling van Arnout Lems als Vlieg, niet het ongerepte tienerstemmetje van hoofdrolspeelster Jennifer Claire van der Hart, evenmin als het sobere decorontwerp van Wouter Sieuwerts of de fraaie, deels groteske kostuums van Marjan van Geene. Regisseuse Cilia Hogerzeil heeft gekozen voor een rituele, gestileerde speelstijl, die weliswaar aansluit bij de muziek, maar nogal kil aandoet. De grotendeels onleesbare en dus zinloze tekstprojectie is de laatste nagel aan de doodkist van deze treurig stemmende productie.

undefined

Meer over