De stilte in Malishevo is bijna volmaakt

Een groepje vrouwen en kinderen wandelt over het asfalt richting Djakovica. De lege waterflessen wijzen erop dat ze ver hebben gelopen....

Van onze correspondent

Michel Maas

PRISTINA

Vluchtelingen wagen zich bij daglicht niet op deze weg. Er wordt nog steeds gevochten. Een paar kilometer naar het noorden klinken twee knallen. Een zwetende Servische politieman schiet op iets wat niemand ziet.

Teruggeschoten wordt er niet, maar zijn collega's bukken toch weg achter zandheuvels, bomen of een auto. Anderen verdwijnen in hun kleine eenmansbunkers van zandzakken langs de weg.

De ongeschoren, vermoeid ogende mannen zijn alleen op hun controlepost. Niemand dekt hen in de rug. De weg van Djakovica naar Klina die ze bewaken, loopt dood. Zij weten het nog niet, maar drie kilometer verderop heeft het UCK een hoge wal van rotsblokken opgeworpen die verder rijden onmogelijk maakt. In het struikgewas boven de wal hangt een dreigende stilte.

De weg van Djakovica naar Klina doorsnijdt het 'bevrijde gebied', waarvan Malishevo de officieuze hoofdstad was. In het oosten, voorbij een groep heuvels, ligt Malishevo, waarvandaan sinds dinsdag de eerste vluchtelingen en vooral ook UCK-strijders deze kant op komen.

De voortdurend opflakkerende gevechten tussen het UCK en de Serviërs verhinderen de grote uittocht van de tienduizenden vluchtelingen, die zich nu in de dorpen rond Malishevo moeten bevinden. Bovendien is het westen voor vluchtelingen onaantrekkelijk.

De enige stad hier is Djakovica - omringd door kazernes en door de politie van de buitenwereld afgesloten. Djakovica kampt met een overschot aan vluchtelingen en een absoluut gebrek aan voedsel en medicijnen. Maar voor het groepje op het asfalt is alles beter dan zonder eten in de dorpen rond Malishevo te blijven wachten tot de Servische troepen komen.

In Malishevo galopperen een paar losgebroken kalveren in paniek over de weg. Een glijdt uit op het gladde asfalt en valt vlak voor de wielen van een auto, die het dier maar net kan ontwijken. Dieren waren de enige levende wezens die de Servische troepen tegenkwamen, toen ze Malishevo binnentrokken. Er werd nauwelijks een schot gelost. Door af te zien van geweld bespaarde het UCK Malishevo het lot van tal van dorpen in Kosovo: de totale verwoesting.

Vooral langs de Kosovaarse hoofdwegen is nu alle leven dood. Er walmt rook uit nasmeulende huizen van dorpen, die niet meer een naam verdienen. Ze bestaan niet meer, omdat de mensen zijn vertrokken, de huizen zijn gebombardeerd.

Of ze zijn verlaten. In Suva Reka woont geen mens meer, uit Orahovac is na het bloedbad van een week geleden iedereen weggevlucht, Glogovac en Srbica zijn spooksteden; en de paar grote steden die niet verlaten zijn, zijn op slot. Langs de weg in Djakovica en in Pec is geen luik meer open.

Woensdag paraderen Servische officieren door Malishevo. Ze laten zich fotograferen op het povere terras van 'Restaurant Europa' waar maandag UCK-strijders hun laatste biertje zaten te drinken. Of ze zoeken in winkels en huizen naar iets van waarde. Ze voelen zich veilig.

Maar in de dorpen buiten Malishevo zijn de mannen in hun kleine geïmproviseerde bunkers op zichzelf aangewezen. Her en der klinkt mitrailleurvuur, passerende auto's worden tot stoppen gedwongen met een nerveuze wijsvinger aan de trekker. Bepaalde plekken - in het zicht van sluipschutters - worden gemeden. Het UCK is uit Malishevo verdreven, maar het is nog overal in de bossen en bergen.

Te zwak om het in een rechtstreeks gevecht tegen een leger met tanks op te nemen, maar talrijk genoeg om de Serviërs angstige momenten te bezorgen. Gevreesd wordt dat het UCK na het verlies van zijn hoofdstad Malishevo en een groot deel van het 'bevrijd gebied' zijn tactiek zal veranderen. Gevreesd wordt dat het van een bevrijdingsleger een guerrilla-organisatie wordt die aanslagen pleegt - in Pristina, in Belgrado of elders in Europa.

De ideologische toon die woordvoerder Jakup Krasniqi van het UCK aanslaat, voedt de vrees voor een omslag bij het UCK. Hij heeft gezegd dat het UCK niet alleen voor de onafhankelijkheid van de Albanezen in Kosovo vecht, maar voor alle Albanezen in Kosovo, Macedonië en Montenegro.

De stilte in Malishevo is bijna volmaakt. De wind speelt met plastic zakjes, hier en daar klappert een luik. Nergens vertoont zich een mens. Twee kilometer buiten het stadje weiden twee jongens hun schapen. Angstig kijken ze wie hen nadert. Ze steken hun hand omhoog in een aarzelende groet, verlaten de beschutting van de kudde. Smekend wijzen ze naar de horizon: achter die helling, daar zijn hongerende mensen. Het is een lange, gevaarlijke weg, want de Serviërs schieten op alles wat beweegt.

Meer over