De stille kracht in de Tweede Kamer

De tijd dat de ene fractievoorzitter in de Tweede Kamer aan de andere vraagt: 'Is die krullenbol daar van jou of van mij?', is weliswaar voorbij, maar de backbencher bestaat nog steeds....

tekst Lidy Nicolasen fotografie Martijn Beekman

Whoah! Mamma, hier kom ik! Zet de televisie aan, luister naar de radio, lees de krant, de wereld zal van mij horen. Ik ga me ermee bemoeien, want ik ben gekozen tot lid van de Tweede Kamer der Staten Generaal!

Ruim anderhalf jaar zitten ze er nu, de nieuwe Kamerleden, en weg zijn de ijdele dromen over roem. Hoon is sneller verdiend. Elke dag opnieuw is het buffelen om de ingewikkelde wet onder de knie te krijgen, gehaaidere fractiegenoten op een afstand te houden en onwillige collega's van andere partijen van jouw waarheid te overtuigen. En oh wanhoop, die fractie. Wanneer gaan ze nou eindelijk eens naar me luisteren?

De pikorde in de Tweede Kamer is een struggle for life. Wie zich na vier jaar niet heeft onderscheiden, wordt afgerekend op verregaande onbeduidendheid. Dag Kamer. 'Je komt naar de Kamer om rotsen te verplaatsen, niet om kiezels aan te harken', zegt Hans Hillen (CDA). 'Buiten staanders zeggen wel dat je D66 anders moet organiseren: vijf spraakmakende gezichten en waterdragers. Kan niet. Je moet worden herverkozen en dat lukt niet als je je niet hebt laten zien. De samenleving, je eigen partij rekent met je af. Jammer, maar je bent volksvertegenwoordiger, geen ambtenaar', zegt Thom de Graaf ( D66).

Dus slaat elk nieuw Kamerlid manmoedig om zich heen, verzuipend in bureaucratie, overgeleverd aan razend complexe wetgeving, vreemde mores en interne kippendrift.

Elke week weer jammert het Presidium, het dagelijks bestuur van de Kamer, over Kamerleden die onnozel of brutaal zondigen tegen de spelregels. 'Het collectieve geheugen verdwijnt', klagen ze als er weer iemand pijnlijk zichtbaar demonstreert niet te weten hoe een stemverklaring af te leggen.

Fractiegroepen monden uit in groepstherapieën, waar ongeleide projectielen uit pure onkunde de boel ophouden. Ruzies en liefdesaffaires beginnen in de krochten en daar vloeien ook de tranen. Soms komt het nooit meer goed en loopt de herrie zo uit de hand dat de hele Kamer er lucht van krijgt.

Zet honderdvijftig ambitieuze lieden bijeen en de dadendrang spat er af. Het afgelopen jaar werden meer dan duizend moties ingediend en een record aantal schriftelijke en mondelinge vragen. Allemaal bedoeld om de aandacht op de vragenstellers te vestigen. Toch blijven de meeste Kamerleden hun hele politieke leven lang onbekend en ongeliefd bij het volk. De Kamer pakt hen op en dekt hen toe onder de deken van de bureaucratie. 'Je kunt niet als een jeugdelftal allemaal op de bal springen', zegt Clemens Cornielje (VVD).

Samen vormen ze een stille macht en worden naar Brits gebruik backbenchers genoemd, ook al zitten ze in Den Haag verspreid over alle bankjes. Wee de fractievoorzitter die hen tegen zich in het harnas jaagt. Wijlen Enneus Heerma overkwam het en hij werd als CDA-leider naar huis gestuurd. Ad Melkert, de PvdA-fractieleider, rook aan dat gevaar toen hij de vara de helpende hand wilde reiken die de fractie weigerde uit te steken.

Maar in de regel zijn backbenchers loyaal tot op het bot, onbereikbaar voor opstandelingen. Ze zijn er in alle soorten en maten. Kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven daagde parlementaire journalisten onlangs uit de backbencher van het jaar te kiezen. 'Achter de schermen en onzichtbaar voor de buitenwereld, verzetten zij bergen werk. Ze hebben een grote betrokkenheid en bevlogenheid ten aanzien van hun politieke ambt en zijn bereid werkweken van zestig tot tachtig uur te maken.'

Een backbencher van het jaar zou onmiddellijk backbencher af zijn. Anonimiteit is immers het treurige lot van de backbencher. Wordt een debat spannend of politiek gevoelig, dan neemt de politiek leider het woord over. Tineke Witteveen (PvdA) is het type van de hardwerkende backbencher. Betrouw baar, sympathiek, geprezen als 'Tineke Waddenzee', maar niet charismatisch. Toen het ging spannen in het debat over de gasboringen, haar finest hour in de Kamer, zochten de camera's haar niet.

Het type dat vaker wordt aangeduid als backbencher is het Kamerlid dat je nooit hoort. Ze lijken per ongeluk in de Kamer te zijn beland, hebben kleine portefeuilles en worden consequent overgeslagen als zich grote debatten aandienen. De Bijlmercommissie was, Rob Oudkerk (PvdA) uitgezonderd, samengesteld uit backbenchers. Na hun optreden zijn de meesten weer terug bij af. Ook voorzitter Theo Meijer (CDA) kreeg in de fractie tot z'n teleurstelling niet de erkenning waarop hij had gerekend. Hij doet weer 'landbouw', zij het nu als voorzitter van de moeilijke CDA-landbouwcommissie waar ze elkaar voortdurend de tent uit vechten.

Iedere fractie kent ook dit type backbenchers, de rest van de Kamer kent ze nauwelijks. Het PvdA-Kamerlid Annet van der Hoek hield pas vorige week haar maidenspeech. Van Eric Balemans (VVD) hebben sommigen onder de Haagse kaasstolp nooit gehoord en Marry Visser (de moeder van couturier Mart Visser) is de grote onbekende van het CDA. Hun invloed in en buiten de fractie is gering.

De 'excuus-Truus' bestaat niet meer. Er zijn goede en slechte vrouwelijke Kamerleden. De rol lijkt overgenomen door de 'etalage-allochtoon'. Opvallend veel allochtonen staan onderaan de pikorde, hoewel ervaren rot Mohamed Rabbae (GroenLinks) en de nieuwkomer Nebahat Albayrak (PvdA) die stelling ook weer onmiddellijk logenstraffen.

Wat maakt een Kamerlid tot een goed Kamerlid? 'Toeval', zegt Jan Peter Balkenende, die onverwachts financieel woordvoerder van het CDA werd en de kans greep flink van leer te trekken over minister Gerrit Zalms gesteggel met de Victory Boogie Woogie. 'Iemand die in de fractie en daarbuiten een helder verhaal heeft en niet in de techniek blijft steken', zegt Marjet van Zuijlen (PvdA), die in de vara-kwestie moest schipperen tussen fractie, kabinet en overtuigde vara-leden annex partijgenoten.

Je moet je zaakjes kennen, zeggen zij en anderen. Coalities kunnen smeden. Authentiek zijn. 'Als iemand een rol speelt in de Kamer, dringt dat tot iedereen door. Als je van andere fracties hoort dat hij of zij niet meetelt, en dat is ook in de eigen fractie zo, dan is het niks', zegt Thom de Graaf, fractievoorzitter van D66, die dankzij de irt-enqûte opdook uit de anonimiteit.

'Er is meer dan snel, dynamisch en jong. Je hebt ook zwoegers nodig', zegt Jan van Zijl, die in een vorige periode de visserij-affaire in de schoot geworpen kreeg. 'Je moet je het parlement niet voorstellen als Het Lagerhuis van Paul Witteman. Drie gevatte opmerkingen en je bent een goed politicus. Het is dealen en wheelen, stukken lezen, praten met de achterban, geduld, doorzettingsvermogen', voegt Hillen er aan toe.

Toeval, talent en overtuigingskracht bepalen het lot van een Kamerlid. Maar let op, uiterlijk ook. 'Je hoeft geen Armani-pak te dragen, blauw of grijs is prima. Elk Kamerlid heeft iets ijdels, maar er wordt niet veel over gesproken', zegt Balkenende. Paul Rosenmoller, de leider van GroenLinks, heeft de slobberlook ingeruild voor een Armani-pak. 'Prachtig', vindt fractiegenoot Kees Vendrik. 'Ik vind het aangenaam als mensen zich goed kleden' en hij zingt onverwachts de lof van VVD'er Henk Kamp, die hij als politicus hartgrondig verfoeit vanwege diens 'emotieloze politiek van de angst' in het asielvraagstuk.

'Henk heeft stijl in zijn smaak. Bert Bakker van D66 spreekt soms smalend van Armani-oppositie. Dan zeg ik: C & A66. Denk je dat je er iets van zou merken als De Graaf en De Hoop Scheffer van pak ruilen? Ik denk het niet. Vrouwen doen het wat dat betreft veel beter.'

Haantjes zijn het, etters soms, het talent dat komt bovendrijven nu het front van nieuwkomers scheurt. Ook in hun kleding onderscheiden ze zich. Neem Atzo Nicolaï (VVD). Op de dag van het mediadebat droeg hij met opzet een paars jasje om het vara-rood te verdringen. Femke Halsema (GroenLinks), nu al genoemd als opvolger van Paul Rosenmoller en even onbevangen als opgewonden, moet dagelijks de vraag van mannelijke aanbidders beantwoorden waarom ze haar haar modieus kortwiekte.

Onberispelijk gaat ook Joop Wijn, het moderne CDA-gezicht, door het leven. Improviserend en springerig en met net iets meer lef dan CDA's eigen love baby Camiel Eurlings. Agnes Kant, kampioen vragensteller en aankomend talent van de sp, oogt vooral jong en dynamisch. Wouter Bos, een snel opkomende PvdA'er, neemt in hemdsmouwen deel aan het debat over het nieuwe belastingplan. Maar over dat overhemd zit wel het gilet van de eigentijdse man.

Maar talent houdt niet op bij high fashion. Philip Brood bijvoorbeeld, een jongere uitgave van VVD-tycoon Vonhoff, geldt nu al als gezaghebbend in en buiten eigen kring. Jet Bussemaker (PvdA) oogt streng en onopvallend, maar breekt in eigen kring wel door. Theo Rietkerk (CDA) zal nooit een trendsetter zijn, toch wordt hij meer dan serieus genomen.

Bijna alle partijen zijn op zoek geweest naar jonge of bekende spraakmakers die de Kamer op z'n kop hadden moeten zetten. IJdele hoop, de 'oudjes' hebben de meeste macht en dus het meeste te vertellen. Sommigen noemen de Kamer de meest brave aller tijden, passend bij een paars kabinet en de tijdgeest waarin de samenleving geen zin heeft in politiek laat staan polemiek. Buiten dat: niemand krijgt gratis en voor niks een plaats in de pikorde aangewezen.

Jacques de Milliano (CDA) hield het snel voor gezien. De arts Siem Buijs (CDA) kwam als nummer drie op de lijst binnen, maar over volksgezondheid voert collega Nancy Dankers het woord. Gerda Verburg (CDA), nog voor haar komst getipt als de toekomstige minister van Gezinszaken, bleek in de praktijk minder verrassend en verwerft zich moeizaam een positie. Judith Belinfante (PvdA), belast met het personeelsbeleid van de fractie, hoort niet bij de frontrunners.

Wie in een kleine fractie zit, is sneller aan de top. 'Ik zou wel willen dat ik meer concurrentie had', zegt financieel specialist Kees Vendrik. Hij was 'tweede keuze' toen hij binnenkwam en hij kreeg de minst begeerde portefeuille. Nu onderricht hij zijn fractiegenoten in het lezen van begrotingen en hoort hij tot de fractietop.

In de VVD-fractiekamer zitten ze niet op alfabet, maar anciënniteit. Wie het hoogst op de lijst stond, zit het dichtst bij leider Hans Dijkstal en dat zijn zonder uitzondering oudgedienden. Zij maken de dienst uit. De vele nieuwelingen danken hun plaats behalve aan verkiezingswinst ook aan partijgenoten die naar het kabinet vertrokken. Dijkstal schoof ze het afgelopen jaar allemaal naar voren, door ze de begrotingen van de departementen te laten behandelen.

Er werden fouten gemaakt zoals beginners die maken. Een begroting 'doen', bleek meer te zijn dan een begroting hebben gelezen. Sommigen ontbeerden vakkennis, anderen dienden moties in waarvoor geen dekking was. Misstap pen. In de fractie bleven ze niet onopgemerkt. Maar het regende ook complimenten. Frans Weisglas: 'We vonden dat ze zich meer moesten profileren. Het is bijna roerend om te zien hoeveel werk ze eraan hebben besteed.'

De tijd dat de ene fractievoorzitter aan de andere vraagt 'is die krullenbol daar van jou of van mij?' is definitief voorbij. Heden ten dage voeren fractievoorzitters of hun secondanten jaarlijks functioneringsgesprekken. Ze gaan over portefeuillekwesties, over publiciteit, over profileringsdrang. 'Helemaal in het begin had ik ook last van kippendrift, maar als je ziet dat het goed gaat, geeft dat ook de nodige rust', zegt Van Zuijlen, die zelf veel van zulke gesprekken voor haar rekening neemt.

Anders dan zijn voorganger Frits Bolkestein bepaalt Dijkstal nooit in z'n uppie een standpunt. Tussen de formele vergadersessies door nodigt hij fractieleden op z'n kamer, de mooiste kamer van het Binnenhof die hij een paar weken geleden overnam van De Graaf. Wie onverwachts binnentreedt, vindt weleens een snipper papier op het antieke bureau, maar doorgaans zijn alle tafels brandschoon, is het licht gedempt en speelt op de achtergrond jazz-muziek.

In de fractie lachen ze een beetje om Dijkstals zorgvuldig gekoesterde pose van luchthartigheid, passend bij de liberale cultuur. 'Hij wil wel alles precies weten.' De enige VVD-spraakmaker is Henk Kamp, die onverstoorbaar ijzig de confrontatie met kabinet en PvdA zoekt over asielzoekers. 'Kamp doet niks zonder de fractie', zeggen z'n collega's, wier enige kritiek is dat Kamp het 'allemaal misschien wat gepolijster' zou moeten zeggen.

De VVD-nieuwkomers hebben geen flauw idee van de ruzies van voor de Bolkestein-periode, toen de fractie in groepjes uiteenviel. In het CDA is de sfeer van het verleden nog tastbaar. De vorige periode, toen Heerma terugtrad en oudgedienden van de lijst werden gevoerd, wordt in het spraakgebruik aangeduid als de 'crisis'. Zo'n stuk of elf fractieleden zijn van voor de crisis, de rest van erna. 'Nooit meer zo'n slangenkuil', hebben ze op het eerste fractieweekend met elkaar afgesproken.

Van alle coryfeeën uit het verleden spelen alleen oud-premier Lubbers en ser-voorzitter Wijffels een rol op de achtergrond. Ook in de fractie zijn de meest ervarenen de opinieleiders. Zoals Pieter Jan Biesheuvel. Hij speelt geen spetterende rol in de Kamer, maar zijn fractiegenoten raadplegen hem als procedures of standpunten in het geding zijn.

De PvdA kent net zo'n voor de buitenwereld onzichtbare kracht: Gerrit Jan van Oven. Een vakman, wiens woord voor de hele Kamer wet is. Hij regelt de zaken en gaat zich zelden te buiten aan moties of mondelinge vragen. De fractie zelf verkoos hem in het bestuur boven de in het land veel populairdere Rob Oudkerk. Een verschijnsel dat vaker optreedt. Boris Dittrich (D66) heeft een fenomenaal vermogen publiciteitgevoelige onderwerpen aan te pakken, terwijl hem dat in eigen kring niet altijd in dank werd afgenomen.

Gert Schutte (GPV) gold lange tijd als het 'geweten' van de Kamer. Schutte is in zijn laatste periode en wordt zoetjesaan voorbijgestreefd door de welbespraakte Bas van der Vlies (SGP) en zijn eigen partijgenoot Eimert van Middelkoop. Achter de schermen van de kleine religieuze groeperingen is een revolutie gaande door de komst van de Christen Unie, die GPV en RPF van Leen van Dijke zal opslokken. In de Kamer zitten ze op dezelfde gang, ze vervangen elkaar soms bij debatten, maar daar houdt het vooralsnog mee op. De nieuwe naam wordt nog niet gevoerd en wie de partij straks gaat aanvoeren is voor iedereen nog een groot geheim.

Echte rebellen hebben de religieuze kleintjes niet. Die zitten bij de grootste regeringspartij PvdA, van oudsher de minst brave club en nu de fractie met de meest ervaren politici. 'Ondeugend', noemt Weisglas (VVD) ze. 'Kwestie van cultuur', zeggen anderen minzaam. 'Felix Rottenberg scheldt publiekelijk op zijn troetelkinderen Van Zuijlen en Van der Ploeg in de vara-kwestie! Dat kan toch alleen maar bij de PvdA.'

Tegelijkertijd noemen ze Melkert 'de dapperste' van de hele Kamer; Adri Duivesteijn de beste onruststoker. De rebel van de Kamer, die zich 'door niemand een oor laat aannaaien'. Als nieuwkomer al gooide Duivesteijn de kont tegen de krib. Hij weigerde medewerker en telefoon, maar wilde een antwoordapparaat. Andere nieuwkomers dompelen zich eerst onder in het collectief om zich daarna te onderscheiden, Duivesteijn beleed van begin af aan zijn non-conformisme.

Ze zijn lang niet allemaal dol op hem, maar inmiddels is hij toegetreden tot de bureaucratie en slaagt hij erin de constante loopgravenoorlog in de PvdA-buitenlandgroep in goede banen te leiden. Rondjes lopend slaat hij in fractievergaderingen op beslissende momenten toe en weet de fractie op sleeptouw te nemen. Naar hem wordt geluisterd, zoals naar Jeltje van Nieuwenhoven die zich in de beslotenheid van de fractiekamer flink roert. 'Ze blijven zichzelf en praten niemand naar de mond', verklaart een collega hun gezag intern.

Anders dan zijn voorganger Wallage is Melkert een eenling, die elke snipper van zijn fractie ziet en beoordeelt. De coterietjes zijn verdwenen. Lang niet altijd is zijn strategie te volgen, omdat hij soms omwegen bewandelt om zijn doel te bereiken. Hij sloeg voor het eerst met de vuist op tafel, toen een groepje rond de twee Robben (Rob Oudkerk en Rob van Gijzel) de dioxine-kwestie hoog wilde opspelen.

De twee zijn ervaren en eigenzinnige politici, ze hebben een eigen netwerk en hebben zich 'onttrokken aan de sociale knuffelcultuur'. De nasleep van de Bijlmer-enqûte zat ze niet lekker. Toen kort daarop bekend werd dat het kabinet te laat in actie was gekomen tegen de Belgische dioxine-kippen, was voor hen de maat vol en eisten ze het aftreden van minister Borst (D66) en de eigen staatssecretaris Faber.

De discussie in de fractie was heftig en op de gangen klitten groepjes samen. 'Confrontatie in de politiek is nodig om herkenbaar te zijn', zegt Van Zuijlen. Haar collega Van Zijl: 'In die periode werd de fractie volwassen. Eerst spraken we altijd over de nieuwe fractie. Vanaf dat moment gewoon over de fractie. Het was de eerste keer dat nieuwkomers met interne spanningen werden geconfronteerd. Iedereen wilde weten wat er aan de hand was. Er was sensatie en eigenlijk leek het op een soort ontgroening.'

'Winnaars en verliezers waren er niet.' De opmerking past bij Van Zijl, die vice-voorzitter is en de spindoctor van de PvdA-fractie. In Nederlandse termen zijn spindoctors ervaren strategen die vlak naast de fractievoorzitter opereren. Ze verklaren, duiden, dekken toe, doven brandjes en lichten soms een tipje van de sluier op. 'Ik spindoctor? Ik vind het belangrijk processen toe te lichten, dat doe ik regelmatig. Maar voor lekken moet je niet bij mij zijn.'

Spindoctors van regeringspartijen zijn meer in trek dan die van de oppositie, domweg omdat ze meer weten. Hun fractievoorzitter informeert ze over wat er gebeurt in het Torentje van premier Kok, waar ze elke woensdag een broodje eten. Ze zijn vaak bij het overleg met de bewindslieden, die in het begin van de donderdagavond bijeenkomen en daar uit het kabinet klappen.

Hans Hillen, de meest uitgesproken spindoctor, mist als CDA'er die informatie en hoeft nergens geheimzinnig over te doen. Hij leerde het klappen van de zweep toen hij voorlichter was van Onno Ruding, indertijd CDA-minister van Financiën. Hillen maakte studie van het fenomeen waarvan hij in de vorige Kamerperiode bijna zelf het slachtoffer werd. Het partijbestuur deed hem als te bemoeiziek in de ban. Jaap de Hoop Scheffer behield hem voor de fractie.

Hillen is fractiesecretaris. 'Een spindoctor gaat over alles. Hij probeert maximaal mee te doen in het politieke debat on en off the record. Een spindoctor is meer artiest en heeft meer politiek gevoel dan een fractievoorzitter. Alles blijft aan ze plakken, ze pikken alles op. Anderen willen horen wat je weet, omdat je alles weet.'

Het zit in zijn aard, zegt Hillen, het spindoctoren. Een enkele keer praat hij er wel over met Clemens Cornielje (VVD) of Bert Bakker (D66), de twee andere spindoctors die het Binnenhof kent. Ook Cornielje en Bakker staan hoog in de fractie. Niemand heeft ze ooit verteld dat ze het moesten worden, ze werden het. 'Ik weet dat Bakker die functie bij ons heeft', zegt Thom de Graaf. 'Je hebt ze in alle fracties, het is bijna een sociologisch proces. Als het de fractie zou schaden, zou ik zeggen: je moet je mond houden.'

Toen Bakker op de wekelijkse gang naar het Torentje De Graaf een keer verving, lekte er gevoelige informatie uit. Onmiddellijk werd de beschuldigende vinger naar Bakker gewezen, maar hij wierp alle smet van zich af. Hillen: 'Spindoctors nemen risico, maar als het erop aankomt, worden ze er nooit voor beloond.'

'Kind, het is de verjaardag van je vader! Je kunt Melkert toch wel vragen of je een avondje vrij mag?'

'Ma, we zijn geen kantoor met een chef! Ik heb vanavond een vergadering en die kan uitlopen.'

'Is er dan niemand die dat van je kan overnemen? Met hoeveel zitten jullie er niet? Ik zag laatst die jongen, kom, hoe heet-ie ook alweer, Bos ja, Wouter Bos, op tv. Kun je hem niet vragen? De buurvrouw vroeg laatst of je nog wel in de Kamer zit. Wanneer kom jij nou op tv?'

Meer over