ReportageVerkiezingen

De stemwijzer volgen? We stemmen op gevoel, een glimlach, en uit gewoonte

null Beeld Bas Koopmans
Beeld Bas Koopmans

Als redacteur Esma Linnemann aan de verkiezingen denkt, denkt ze aan die charmante Lodewijk Asscher op wie ze de vorige keer stemde. Maar nu hij is opgestapt door de toeslagenaffaire, moet ze opnieuw kiezen. Hoe kiest een mens? Hoe kies je uit 37 partijen? En heeft de wetenschap goede raad?

Begin januari dit jaar stapte niet alleen een voltallig kabinet op vanwege de toeslagenaffaire, een kafkaëske misstand waarbij zo’n 26 duizend ouders ten onrechte werden opgejaagd en afgestraft als fraudeur. Ook een lijsttrekker kondigde zijn vertrek aan. ‘Mijn’ lijsttrekker Lodewijk Asscher, de man op wie ik had gestemd bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen.

In 2012 had ik de PvdA-voorman Asscher zien spreken in De Balie tijdens een avond over Blue Labour, een nieuwe richting binnen Europese sociaal-democratische partijen. Weg van het neoliberalisme, terug naar de ideologische wortels. Asscher pleitte die avond voor een herwaardering van traditionele waarden; er was te veel technocratie, te veel institutionele oplossingen, de menselijke maat in Nederland was zoek. Ik was onder de indruk van zijn elan, zijn scherpe taalgebruik. Oftewel: dít was gewoon een geschikte peer, en aan die indruk hield ik mij vast toen hij minister werd en partijleider.

Maar de afgelopen maanden kwam een ander beeld naar boven: dat van Asscher als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (2012-2017) die de consequenties van een keihard fraudebeleid niet overzag. In het boek Zo hadden we het niet bedoeld – De tragedie achter de toeslagenaffaire beschrijft onderzoeksjournalist Jesse Frederik hoe iedereen boter op zijn hoofd had in dit dossier. Maar ik blijf hangen bij de passage waarin een wanhopige oma minister Asscher schrijft. Haar dochter is ten einde raad, ze moet 30 duizend euro terugbetalen aan kinderopvangtoeslag, terwijl ze niets heeft misdaan. Asscher – of een ambtenaar die zijn naam gebruikt, wie zal het zeggen – schrijft deze vrouw een brief terug. ‘Het spijt mij te vernemen dat het moeten terugbetalen van het genoemde bedrag zo’n schaduw werpt over het gezinsleven van uw kinderen (...) Ik heb noch de bevoegdheid noch de mogelijkheid op te treden in individuele situaties (...) ‘Rest mij u en uw kinderen het allerbeste te wensen.’

Einde brief, begin ontgoocheling. Dit is niet de Lodewijk Asscher die zo eloquent predikte over het belang van de menselijke maat!

Uit stukken, onder meer in de Volkskrant, kwam naar voren dat Asscher wel degelijk signalen had gekregen dat ouders onevenredig hard werden gestraft. Huwelijken strandden, mensen verloren hun banen, kinderen werden zelfs uit huis geplaatst. En Asscher, die had – net als iedereen, dat wel – onvoldoende in de gaten welk leed zich onder zijn neus afspeelde.

Het was niet de eerste keer dat ik twijfelde aan mijn stemkeuze. In hetzelfde jaar dat ik op Asscher stemde, ondervond ik als flexwerker aan den eigen lijve hoe belabberd de Wet Werk en Zekerheid, ontworpen door Asscher, in de praktijk uitpakte. Het idee achter deze wet: mensen in de ‘flexibele schil’ beter beschermen, door onder meer het aantal tijdelijke contracten aan banden te leggen. Het gevolg: in de beroepsgroep waartoe ik behoor werden mensen er standaard uitgeknikkerd voor het einde van die wettelijke periode. Freelancers moesten onder een andere gruwelwet, de wet Deregulering beoordeling arbeidsrelatie, DBA, per klus hopeloos ingewikkelde contracten opstellen, die door de Belastingdienst moesten worden goedgekeurd. Freelancers liepen zo opdrachten mis, of kregen nodeloos laat uitbetaald. Het leven in de flexibele schil werd er een stuk grimmiger op onder Asscher.

null Beeld Rouwhorst + van Roon
Beeld Rouwhorst + van Roon

Had ik me vergist in Heilige Lodewijk, zoals hij weleens werd genoemd? Waren mijn afwegingen wel zo rationeel? Is er iets wat ik in 2017 over het hoofd zag, een fout die ik nu, de komende verkiezingen, kan voorkomen, door beter op te letten, langer na te denken, meer af te wegen? Hoe kun je überhaupt zeker zijn van je keuze in dat stemhokje?

Terugkijkend moet ik onderkennen dat mijn stem voor Asscher lang niet zo redelijk was als ik mezelf toen voorhield. Zo stemde ik niet alleen op hem vanwege zijn standpunten, maar ook uit een gevoel van medelijden. De PvdA stond er in 2017 hopeloos voor in de peilingen, en ik zag op tegen een verkiezingsavond waarbij die charmante man zijn schouders zou laten hangen, of nog erger; in huilen zou uitbarsten. Die stemming heerste ook in mijn familie-appgroep. ‘Arme Lodewijk’, appten familieleden over de voorspelde decimering van de sociaal-democraten. ‘Dit heeft Lodewijk niet verdiend.’

Dan had ik Asscher onbewust ook mijn vertrouwen gegeven vanwege zijn loensende ogen. Mijn vader loenste ook, verder of dieper gaat dit argument niet. In een interview uit in 2016 in dit magazine vertelde Asscher hoe hij elke ochtend zijn kinderen wakker maakte, en samen met ze ontbeet. Een zorgzame man; Asschers aantrekkingskracht knalde omhoog in mijn hoofd. Hij zei ook: ‘Vlak voor we van huis gaan, komt mijn vrouw er ook bij, elke dag weer beeldschoon.’ Ik kan me nog de subtiele steek van jaloezie herinneren toen ik naar zijn portret keek – Lodewijk met rozenblaadjes in zijn hand – en dat citaat las. Als ik ooit dicht bij Asscher zou kunnen komen, zou dat zijn met het rode potlood. En zo geschiedde.

Mijn keuze was tot slot niet zuiver rationeel te noemen omdat de Stemwijzer me iets anders had geadviseerd: GroenLinks. Maar ik vond GroenLinksers net iets te wereldvreemd, en hun leider in al zijn doorzichtige streven naar authenticiteit, juist een beetje een poseur. GroenLinksers zijn wel heel overtuigd van zichzelf. Misschien lijken ze te veel op mijzelf, en vormen ze een onflatteus spiegelbeeld. Ik zou er in elk geval van balen als ze met zijn allen naast mij zouden staan op een camping in de Dordogne.

Dat soort irrationele gevoelens worden niet meegenomen in de Stemwijzer of het Kieskompas. In de Stemwijzer zijn geen stellingen over oogafwijkingen, over aantrekkingskracht, over mogelijke vriendschappen die je denkt te kunnen sluiten met politici. ‘We hebben het weleens geprobeerd persoonlijker te maken’, zegt Anita de Jong van Prodemos, de organisatie die De Stemwijzer opstelt. ‘In Amsterdam hebben we tijdens gemeenteraadsverkiezingen meer ingezoomd op persoonlijke kenmerken, op een lokaal niveau willen mensen de kandidaten echt leren kennen. Maar op een landelijk niveau werkt dat niet zo goed. We willen de kiezer toch voornamelijk informeren over de inhoudelijke verschillen tussen de partijen.’

null Beeld Martin Pyper - me studio
Beeld Martin Pyper - me studio

In de sociale wetenschappen wordt het idee van de weldenkende, op de inhoud gerichte kiezer ondertussen al jaren onderuit gehaald. De kiezer, zo luidt de consensus, is eerder een emotionele tombola, hij of zij laat zich leiden door allerlei voor hem of haar onbekende driften.

Een boek dat in 2007 veel stof deed opwaaien was The Political Brain, van de Amerikaanse psychologieprofessor Drew Westen. Westen maakt gehakt van het verlichtingsidee van de rationele stemmer. ‘De kalme geest van 18de-eeuwse filosofen,’ schrijft hij, ‘is in staat om zo’n 0,5 tot 3 procent van onze belangrijkste politieke beslissingen te voorspellen.’ Om een punt te maken legde Westen een aantal devote Republikeinse en Democratische stemmers onder de fMRI-scanner – die laat zien waar in de hersenen activiteit plaatsvindt. Westen liet zijn proefpersonen luisteren naar speeches van presidentskandidaten. En wat bleek: niet hun prefrontale cortex – het hersengebied dat normaal aan het werk wordt gezet bij een gedachtegang of redenering – maar de orbitofrontale cortex, gemoeid met emoties, lichtte op. We denken niet over politiek, we voelen het, stelt Westen. En dat lijken de Democraten maar niet te snappen, met hun slaapverwekkende nadruk op inhoudelijke argumenten.

Sindsdien hebben meer onderzoekers ijverig hun best gedaan om neurologische verschillen tussen kiezers vast te leggen. In het boek Predisposed uit 2013 constateert een trio aan neurowetenschappers dat conservatieve stemmers een vergrote amygdala hebben – belangrijk bij het reguleren van emoties en beoordelen van dreigingen, terwijl Democratisch gezinde stemmers weer veel meer grijze materie hebben in de cortex cingularis anterior – het gebied dat gemoeid is met het oplossen van conflicten en het herkennen van fouten. Onderzoekers aan de Universiteit van Exeter concluderen dat zwevende kiezers een andere breinactiviteit hebben op het moment dat ze een beslissing moeten nemen, dan mensen die zich juist sterk identificeren met één partij. Maar dit soort hersenonderzoek stuit ook op veel kritiek. Wetenschappers hekelen dit soort ‘neurobollocks’ wegens het gemak waarmee afwijkingen op breinscans en verschillen in hersenactiviteit onder relatief kleine groepen respondenten worden aangezien voor bewijs ergens voor.

Wetenschappers onderzoeken ook al jaren de rol van uiterlijk in verkiezingen. In een Japanse studie uit 2017 wordt een panel van Amerikaanse respondenten gevraagd om ieder twintig Japanse politici – mensen die ze niet kennen – te beoordelen op knapheid, variërend van ‘beeldschoon’ tot ‘gewoontjes’. Uit deze studie komt naar voren dat kandidaten die als ‘adembenemend’ worden beoordeeld, ook kansrijker werden ingeschat. Veel studies leggen de nadruk op gezichtsuitdrukking en uitstraling. Zo krijgen glimlachende politici meer gedaan – reden waarom ook in Nederland politici zelfs bij de meest nare gespreksonderwerpen hun mond in een glimlach persen. Dominante uitdrukkingen doen het goed bij conservatieve partijen.

Tijdens mijn onderzoek stuit ik soms op wel heel uitzonderlijke veronderstelde verbanden. Zo focust een publicatie in het European Journal of Social Psychology uit 2014 op een verband tussen gevoelens van walging, en van politieke voorkeur in Nederland. Respondenten moesten aangeven hoe sterk ze het eens waren met stellingen als: ‘Wanneer ik iemand zie overgeven, draait mijn maag om.’ Wat bleek: hoe intenser mensen walgden van een voorgeschotelde situatie, hoe meer geneigd ze waren op de PVV te stemmen.

Laten kiezers zich werkelijk leiden door triviale zaken als een glimlach, of door onbewuste gevoelens als walging? Ik leg de vraag voor aan Michael Bruter, directeur van het Electoral Psychology Observatory, een onderzoeksafdeling aan de London School of Economics die de kiezer op de canapé legt. ‘Kiezers zijn niet rationeel, in de zin dat ze zich grotendeels laten leiden door voor henzelf onbewuste motieven, en door ervaring en persoonlijkheid’, bevestigt Bruter aan de telefoon. ‘Ook uiterlijk speelt een rol, alhoewel ik vooral zie dat mensen die leiderschap uitstralen meer bereiken.’ Samen met collega Sarah Harrison schreef Bruter het boek Inside the Mind of a Voter (2020). ‘Je wilt niet weten welke onbewuste factoren iemands keuze bepalen. Zo blijkt uit onderzoek dat de locatie van het stemlokaal van belang is. Mensen die in een school of kerk stemmen, zijn eerder geneigd het grotere belang mee te wegen, terwijl mensen die thuis stemmen, zich makkelijker laten leiden door egoïsme. Overigens zijn mensen die kiezen op basis van een gemeenschappelijk belang, naderhand veel tevredener.’

null Beeld Max Kisman
Beeld Max Kisman

Harrison en Bruter beschrijven verschillende persoonlijke eigenschappen, van extraversie tot risicovermijding, en hoe die samenhangen met politieke voorkeur. Die samenhang verschilt erg per land. Bruter: ‘Zo zagen we onder het Amerikaanse electoraat dat kiezers die hoog scoorden op angst, eerder geneigd waren Republikeins te stemmen, terwijl mensen die veel waarde hechten aan vrijheid, juist op een Democraat stemden. In Georgië werden politieke keuzen vooral ingegeven door de eigenschap risico-aversie.’ En dan zijn er ook nog wat grappige weetjes op te dissen. Zo blijkt uit de onderzoeken van Harrison en Bruter dat als mensen zichzelf identificeren met een leeuw of een aap, ze eerder geneigd zijn rechts of conservatief te stemmen. Hoe meer mensen zich vereenzelvigen met een vogel, hoe linkser ze zijn. Bruter: ‘En zelfs iets ogenschijnlijk betekenisloos als een lievelingskleur geeft inzicht in politieke voorkeur: zo zijn Labour-stemmers dol op de kleur rood, in de VS geldt dat voor Republikeinen.’

De meest ontnuchterende boodschap van Bruter: je politieke voorkeur ligt min of meer vast. ‘Zo’n 90 procent van alle stemmers kiest de rest van hun leven voor een partij waar ze de eerste twee keer op hebben gestemd.’ Ik kom uit een PvdA-nest, en stemde de eerste keer mee met mijn ouders. Bepaalde deze keuze de rest van mijn electorale leven? Bruter: ‘Je ouders zijn ontzettend bepalend. Vaak heb je je keuze al gemaakt voordat de verkiezingen goed en wel beginnen.’

Aan de Vrije Universiteit heeft hoogleraar Reinout de Vries onderzoek gedaan naar persoonlijkheid en politieke voorkeur onder het Nederlandse electoraat. ‘Vooral twee eigenschappen blijken van voorspellende waarde bij het Nederlandse electoraat’, zegt hij aan de telefoon: integriteit en openstaan voor nieuwe ervaringen. Mensen die economisch links georiënteerd zijn, hechten vaak meer waarde aan integriteit en rechtvaardigheid, aan eerlijkheid en bescheidenheid. Rechtse stemmers op hun beurt vinden linkse partijen weer vaker hypocriet. Daarnaast geldt: hoe opener mensen staan voor nieuwe ervaringen, hoe meer geneigd ze zijn om links te stemmen. Mensen die zich bedreigd voelen door veranderingen, zullen eerder neigen naar cultureel rechts.’

Ook collega-onderzoeker aan de VU, Jan-Willem van Prooijen, ziet de kiezer als een weinig zakelijk, en vooral emotioneel wezen: ‘Mensen lezen zelden partijprogramma’s, en zelfs als ze de standpunten wel tot zich nemen, doen ze vaak aan confirmation bias, een voorkeur voor bevestiging van hun mening. Zo zie je vaak dat mensen die links georiënteerd zijn, selectief aandacht geven aan alles wat mis is gegaan onder Rutte. Wie zich aangetrokken voelt door de retoriek van Wilders, zal meer gefocust zijn op negatieve berichtgeving over moslims en migranten.’

null Beeld STUDIO LENNARTS & DE BRUIJN
Beeld STUDIO LENNARTS & DE BRUIJN

Van Prooijen ziet een andere belangrijke voorspellende karaktereigenschap, eentje die geen verband houdt met opleidingsniveau. ‘Sommige mensen zijn heel stellig, en geloven in simpele oplossingen voor lastige maatschappelijke problemen. Die hang naar zwart-witdenken is een persoonlijkheidstrek die mensen gevoelig maakt voor de lokroep van populistische partijen.’ Van Prooijen deed onderzoek naar het verschil tussen aanhangers van de extremen aan linker- en rechterzijde, versus stemmers op middenpartijen. ‘Mensen aan beide extreme kanten zijn vaak ‘bozer’, geloven vaker in complottheorieën en zijn stelliger overtuigd dat ze gelijk hebben, ook op complexe onderwerpen waar ze niet noodzakelijk meer van weten.’

Wie een weloverwogen politieke keuze wil maken, moet zich dus eigenlijk bewust worden van de weeffouten in zijn of haar eigen persoonlijkheid: laat ik me te veel leiden door gezichtsuitdrukkingen? Ben ik te stellig in mijn conclusies? Word ik snel enthousiast als mensen zeggen: ‘Het is allemaal zo simpel, als we alleen maar X zouden doen’? En dan moeten alle verkiezingsprogramma’s nog gelezen worden, waarbij de kiezer zich constant bewust moet zijn van zijn confirmation bias. Kiezen in alle redelijkheid, het voelt opeens als een onhaalbaar ideaal.

En dan is er bij de aanstaande verkiezingen nog een extra complicatie: hoe kom je in hemelsnaam tot een weloverwogen keuze met 37 partijen op het stembiljet? Met nieuwe partijen als Volt, of Ja21, waarvan je misschien nog nooit hebt gehoord? Emeritus hoogleraar Sociale theorie Barry Schwartz, beroemd geworden door zijn bestseller The Paradox of Choice, heeft vanuit zijn appartement in Californië medelijden met ons. ‘37 partijen, dat is gewoon echt te veel, arme Nederlanders!’ Schwartz stelt dat een te groot keuzeaanbod verlamt, zelfs ongelukkig maakt. ‘Het heersende dogma in het Westen is dat meer keuze tot meer vrijheid leidt. Maar consumenten en kiezers krijgen bij een overvloed aan keuze het idee dat er een perfecte keuze zou zijn, en zo ontstaat stress’, zegt hij via een Zoom-verbinding, nog even begeesterd als tijdens zijn Ted-Talk uit 2005.

Schwartz is momenteel bezig met een presentatie over de politieke consequenties van keuze-overvloed. ‘De Verenigde Staten zijn verre van perfect: hier zijn maar twee partijen, mensen identificeren zich dan ook niet zo sterk met die partijen, met als gevolg meer politieke afzijdigheid. Maar jullie zijn weer het andere uiterste. Als je kunt kiezen tussen zoveel partijen, dan komt er veel meer op het spel te staan, en is de kans groot dat kiezers zich gefrustreerd zullen voelen, en berouwvol, als de verkozen partij of die kandidaat zich na de verkiezingen niet perfect gedraagt.’

null Beeld Bas Koopmans
Beeld Bas Koopmans

Hoe kunnen we ons als kiezers toch een beetje goed voelen, bij zoveel aanbod? Het antwoord volgens Schwartz: neem genoegen met een ruim voldoende. ‘Ik maak een onderscheid tussen satisficers, mensen die gaan voor good enough, en maximizers. Die laatste hebben de beste uitkomst – de zuinigste auto, de slimste politicus – maar zijn het minst gelukkig met hun keuze. Ze zijn te perfectionistisch en daardoor te gevoelig voor spijt en twijfel. Beperk je keuze, adviseert Schwartz: ‘Vraag bijvoorbeeld goed geïnformeerde bronnen om een selectie te maken, beperk jezelf tot drie partijen. Bedenk steeds: is deze keuze beter of slechter dan het alternatief? En ga dan voor goed genoeg.’

Ook onderzoeker Jan-Willem van Prooijen van de Vrije Universiteit heeft zo’n gratis stemadvies: ‘Ga niet voor je eigen belang, maar voor het belang van de hele samenleving. Dat vind ik gewoon het belangrijkste. Daarnaast: kies voor iemand die weleens van gedachten verandert. Politici worden vaak beschuldigd van ‘draaien’, terwijl ik het juist heel sterk vind om op basis van nieuwe feiten tot andere inzichten te komen, dat is de kern van het wetenschappelijk discours.’ Tot slot wil Van Prooijen de kiezers op het hart drukken: ‘Accepteer dat de werkelijkheid heel ingewikkeld is, kies dan ook voor een politicus die dat wil onderkennen, of het nou over migratie of over covid-19 gaat. Kies voor een politicus of partij die niet praat in simpele oplossingen, die twijfelt, en fouten durft toe te geven.’

Het advies van Van Prooijen voert mij terug naar mijn oorspronkelijke keuze voor Asscher. Die riep al in een van zijn eerste interviews als vicepremier in Vrij Nederland: ‘Ik ben Lodewijk Asscher, en ik ga u teleurstellen.’ Het bleken profetische woorden, maar ze gaven ook blijk van realisme, van zelftwijfel. Als Asscher nu op de kieslijst had gestaan, had ik misschien weer op hem gestemd. Om alle goede, en alle verkeerde redenen.

Nederland kiest: alles over de verkiezingen
17 maart kiezen we een nieuwe Tweede Kamer. De belangrijkste verhalen hierover plus het laatste verkiezingsnieuws leest u in dit dossier.

Meer over