De staat van de doodstraf

Waarom houden 38 Amerikaanse staten koppig vast aan de doodstraf, terwijl die in Europa als vanzelfsprekend is afgeschaft? De Franse filosofen Bernard-Henri Lévy en Pierre Manent over onachtzaamheid versus politieke macht: 'Het is penibel de blik te richten op iets wat onze diepste afschuw oproept.'..

Luuk van Middelaar

Meer dan een miljoen mensen protesteerden afgelopen maandag door heel Amerika tegen een strenger immigratiebeleid. Illegale Mexicanen, Portoricanen, Aziaten en andere outsiders in witte T-shirts, zwaaiend met Amerikaanse vlaggen. Ze willen erbij horen. De veertienjarige Maria, dochter van een Colombiaanse illegaal maar zelf in New York geboren en dus Amerikaanse, zegt het zo: 'Het is ook onze Amerikaanse droom.'

Het is weer wat anders dan de demonstraties waarmee de Franse straten de afgelopen maanden werden gevuld. Studenten en vakbonden verenigd tegen de onhandige poging van premier Villepin om werk te scheppen met een versoepeling van het ontslagrecht voor jongeren. Toevallig was ik in Parijs tijdens de laatste grote manif en ik zag tussen de spandoeken geen Franse vlaggen. Wel rode met hamer en sikkel. Gedroomd werd er nauwelijks; de inzet van het protest was de status quo.

Een klein gedachte-experiment. Laten we de situaties spiegelen. Betogende studenten en vakbonden in New York of Seattle, dat is denkbaar. Maar omgekeerd? Stel je voor dat de Parijse Place de la République zich afgelopen maandag, à la Washington of Los Angeles, zou hebben gevuld met een half miljoen illegale Polen (loodgieters!), Litouwers, Algerijnen en Marokkanen. En dat deze buitenlanders zouden hebben gezwaaid met de Franse driekleur om legale toegang tot de arbeidsmarkt te eisen!

Overduidelijk onvoorstelbaar. Niet voorstelbaar in Parijs, en evenmin in Amsterdam, Berlijn of Rome. Maar hoe komt dat? Wat zegt dit over de kracht van de democratie en van de natie aan deze en gene zijde van de Atlantische Oceaan? Lopen de twee helften van het Westen wezenlijk uiteen of gebeurt alles in de Verenigde Staten gewoon eerder dan in Europa?

Kijken en vergelijken, dat is bij zulke vragen het adagium. In april 1831 stapte Alexis de Tocqueville, 25 jaar oud, in Le Havre op een boot naar New York om het gevangeniswezen in de Verenigde Staten in kaart brengen. Het was het voorwendsel om het land - waarvan het westen nog ontsloten moest worden - te doorkruisen. In februari 1832 keerde hij weerom. De negen maanden van de Amerikaanse reis resulteerden - behalve in dat rapport over het gevangeniswezen - in het boek De la démocratie en Amérique (1835), vijf jaar later gevolgd door een tweede deel. Over de democratie in Amerika is een onovertroffen analyse van de mars van de gelijkheid in de prille Amerikaanse Republiek. Het was een spiegel en voorbeeld voor Frankrijk, dat na zijn Revolutie van 1789 bleef worstelen met de spanning tussen individuele vrijheid en staatsgezag.

Tweehonderd jaar na diens geboortejaar zocht het Amerikaanse tijdschrift Atlantic Monthly een Fransman om in het spoor van Tocqueville door de Verenigde Staten te reizen. De keuze viel op de mediafilosoof Bernard-Henri Lévy. In Frankrijk staat hij al zolang in de schijnwerpers dat men hem kent als 'BHL' en er alleen al vorig jaar drie boeken over hem verschenen.

Tien maanden reisde BHL door de USA, met chauffeur, vertaler en filmploeg. American Vertigo heet het boek dat hij erover maakte. De vragen waarmee Lévy op weg ging, waren de juiste: de staat van de Amerikaanse democratie, de plaats van Europa in en tegenover Amerika, het (Franse) anti-Amerikanisme. Het boek waarmee hij thuiskomt, geeft weinig antwoorden, vooral omdat het alle kanten opspringt. De auteur erkent deze beperking en spreekt van een road book.

Lévy is een gedreven, gulzige reiziger. Hij weet zijn twintigduizend kilometers zo te organiseren, dat hij overal komt, iedereen spreekt. Hij ziet Woody Allen in New York. Is in Arizona bij het laatste televisieduel Bush-Kerry. Ontmoet Hillary Clinton, maar ook de neoconservatieve ideoloog Richard Perle. Hij vliegt boven de Grand Canyon met een piloot die hem het creationisme uitlegt. Hoort prostituees in de Nevada uit. Spreekt Sharon Stone in Beverly Hills ('ze doet haar benen over elkaar'). Bewondert Warren Beatty.

De energie en de nieuwsgierigheid, dat is BHL's kracht. Prettig is ook dat hij consequent anti-anti-Amerikaans is. Maar met de vliegende vaart van de reporter gaat de precisie verloren. American Vertigo is een slideshow van Amerika, geen doorleefd portret. Oppervlakkig? Och, vergeleken met Amerikanen zijn niet gek (2005), de hier te lande goed verkopende wijsheden van gekrenkt NOS-anchorman Charles Groenhuijsen, is Lévy een wonder van observatievermogen en creativiteit.

Spijtig is vooral dat ook de 'filosofische' passages zo flashy zijn. Lévy signaleert iets, roert een boeiende vraag aan - de verhouding van de Amerikanen tot de natuur, tot de tijd - en rent alweer weg. Zo al in het openingshoofdstuk, gesitueerd in het havenstadje bij Boston, waar Tocqueville destijds aan land kwam: 'Het is gek, deze obsessie met de vlag. (...) Misschien is het Amerikaanse patriottisme complexer, smartelijker dan het lijkt?' Hij komt er in vijfhonderd bladzijden niet meer op terug.

Vasthoudend en op dreef is Lévy wel in zijn onderzoek naar het gevangenissysteem. Toon me uw gevangenis en ik zeg u wat voor samenleving u bent, leerde hij van filosoof Michel Foucault. Vijf bezocht hij er gedurende zijn reis. Riker's Island in New York: eens een vuilstort, nu een gewelddadig gevang. Het mythische Alcatraz, waaruit niemand ontsnapte. De Angola Prison nabij New Orleans. De Eastern State Penitentiary in Philadelphia, die ook Tocqueville inspecteerde. De Southern Nevada Women's Correctional Facility.

In de dodencel van die laatste vertelt de enige terdoodveroordeelde, de 74-jarige Priscilla Ford, wat er veranderde sinds de staat Nevada overstapte van privaat op publiek gevangenisbeheer: 'Voor mij is er voor en na. Eerst leefde ik als een hond, niemand bekommerde zich om me, maar het voordeel was dat niemand eraan dacht me te executeren. Nu is het eten beter en is het schoon, maar ben ik bang dat ze me komen halen.'

BHL ziet hier een aanleiding voor een tirade tegen de privatisering van het gevangeniswezen, en mist dus het punt. Priscilla Ford zegt namelijk: ik ben bang, de staat is terug.

Bovendien verzuimt Lévy een vraag te stellen. Waarom bestaat de doodstraf in 38 Amerikaanse staten als vanzelfsprekend, en is die in Europa even vanzelfsprekend overal afgeschaft? (In Frankrijk pas in 1981 uit het strafrecht; in Nederland in 1983 ook voor het oorlogsrecht uit de Grondwet.) Waarom vinden wij de Amerikanen, die in onze ogen doorgaans 'voor' lopen, op dit punt 'achterlijk'?

Voor deze en andere kwesties kunnen we beter terecht bij Pierre Manent. Ook deze Franse filosoof wil in de intellectuele traditie van Tocqueville staan. Verder is hij in alles een tegenpool van Lévy. Manent reist niet, hij leest. Ver van het kabaal van de media wijdde hij enkele intelligente en secure studies aan het liberalisme en de klassieken uit de politieke filosofie (Macchiavelli, Hobbes, Rousseau, Tocqueville). Voor het eerst zoekt hij nu een groter publiek, met het boekje La raison des nations, 'De reden van de natie', met 'gedachten over de democratie in Europa'.

De auteur beschrijft de 'vervaging, misschien de ontmanteling' van de politieke vorm waarin wij Europeanen sinds eeuwen wonen, de natiestaat. Manent doet niet opgewonden apocalyptisch; kalm trekt hij enkele grote cirkels in onze politieke geschiedenis. Van de Amerikaanse en Franse revoluties van 1776 en 1789 tot 11 september 2001: de periode van democratie waarin de sociale afstand tussen individuen steeds kleiner werd - met '1968' als laatste versnelling. Aan het einde van die periode zijn wij Europeanen vergeten dat aan die democratische logica ('Tocqueville') iets voorafging: een soevereine staat ('Hobbes'). De staat waaraan we ooit het geweldsmonopolie gaven om uit de hypothetische oorlog van allen tegen allen te geraken, uit de wet van oog om oog, tand om tand. Die Europese onachtzaamheid is zorgelijk, aldus Manent. Want: geen gelijke rechten zonder hoogste instantie. Geen democratische vertegenwoordiging zonder politieke macht. Geen vrijheid zonder orde.

De doodstraf is in dit verband toetssteen en grensgeval. Niet van medelijden en menselijkheid alleen. Manent: 'Het is penibel de blik te richten op iets wat onze meest instinctieve afschuw oproept.' Toch bijt hij door. Want het gaat niet om de makkelijke Europese morele superioriteit ten opzichte van de Amerikanen (à la Lévy: 'een uitzichtloos schandaal'), maar om de politieke vraag: wat zegt de doodstraf in een democratie over de verhouding tussen staat en individu?

Het politieke (en opnieuw: dus niet morele) argument tegen de doodstraf is dat de staat, met het opleggen van de doodstraf, terugvalt in de gewelddadige natuurstaat waaruit hij ons juist zou bevrijden. De soeverein verlaagt zich tot oog om oog, tand om tand. Maar anderzijds, zegt Manent, is het feit dat er kennelijk nog moordenaars rondlopen juist het bewijs dat we nooit helemaal uit de natuurstaat geraken. Een staat die uit gewetensnood constitutioneel vastlegt dat dit wel zo is, snijdt zich af van zijn diepste bron van legitimiteit.

Die band, die in Europa inderdaad zwakker wordt, wordt in de Verenigde Staten weer sterker, zeker sinds de aanval van 11 september. De Amerikanen hebben de democratie mét de soevereine staat, terwijl wij Europeanen democraten willen zijn zonder. Ook vandaar onze voorkeur voor 'internationale instituties' en universele mensenrechten, aldus Manent, alsmede onze verbazing over de overzee alomtegenwoordige Stars and Stripes.

Terwijl Tocqueville zich afvroeg hoe het (Franse) volk op stabiele wijze macht kon uitoefenen, vraagt Manent zich bezorgd af of het volk nog wel bestaat. Hij is somber. We zijn bang voor de toekomst - zie de jonge demonstranten. We durven niet meer anders te zijn. We aarzelen tussen de oude natiestaat en de 'universele' Europese Unie. In die laatste heeft Manent weinig fiducie. Hij vereenzelvigt de EU met governance, met anonieme regels, waarin wij onszelf niet meer regeren - en dus niet meer vrij zijn.

Je kunt de Unie ook als iets nieuws beschouwen, maar Manents wereldhistorische catalogus van politieke vormen is klaar. Nee, 'de stadstaat en de natiestaat zijn de enige politieke vormen die, in hun democratische fase, een intieme band tussen vrijheid en beschaving hebben verwezenlijkt'. Misschien moet Manent, die het oude Athene heeft gemist en nu door Frankrijk en Europa teleurgesteld is geraakt, emigreren naar de energieke en soevereine natiestaat Amerika?

Aardig is dat ook Bernard-Henri Lévy zijn slotoordeel over de Verenigde Staten laat leiden door het begrippenpaar vrijheid en beschaving. BHL: 'Bij alles blijft dit elementaire maar beslissende detail overeind: er zit in het feit Amerikaan te zijn, of tenminste het te willen zijn, een element van ontsnapping en, in één woord, van beschaving, dat dit land, ondanks alles, maakt tot een van de beste om te ademen. Amerika is een idee dat bevrijdt.'

Meer over