De Sperwer vliegt, soms, meestal in het buitenland

Nederland was er vroeg bij toen er in 1995 een onbemand spionagevliegtuig werd gekocht. De Belgen wachtten langer en kochten een ander type....

Van onze verslaggever Stieven Ramdharie

Vanaf drie luchtmachtbases vliegen de Belgische onbemande Hunter-vliegtuigjes boven flinke delen van België. Ze vliegen zelfs boven zee en boven bewoond gebied. Hun Nederlandse collega's in 't Harde moeten het echter doen met een artillerie-schietkampje van vier bij elf kilometer. Bar weinig voor een spionagetoestel dat tot zeventig kilometer in vijandelijk gebied moet kunnen doordringen.

Oefenen in het openbare luchtruim is geen probleem voor de Belgische eenheid te Elsenborn. In speciale luchtcorridors, waar even geen ander vliegverkeer wordt toegelaten, vliegen de onbemande toestellen vrijuit.

De Nederlandse soldaten van de Sperwer-eenheid, jarenlang geplaagd door kostenoverschrijdingen, vertragingen en technische problemen, kunnen er slechts van dromen. Als ze een beetje lekker willen oefenen, moeten ze naar Frankrijk, Duitsland of Zweden. Want de Sperwer, door de Belgen in 1998 afgewezen vanwege zijn technische mankementen, mag volgens de Nederlandse wet niet vliegen in het drukke openbare luchtruim.

'We hebben al flink geoefend met de Hunter en het gaat prima, zonder ongelukken', zegt luitenant-kolonel Daniel Dumont van Defensie in Brussel.'

Hunter-programmamanager Robert Delogne van fabrikant Sonaca trots: 'Dit jaar willen we een nieuwe mijlpaal bereiken: opstijgen vanaf een civiel vliegveld.'

Ruim een jaar nadat de 92 miljoen euro kostende Nederlandse 101 RPV-batterij operationeel werd, worden de beperkingen van de eenheid pijnlijk duidelijk. In juli vertrekken ze weer naar het buitenland, ditmaal naar het Duitse Bergen-Hohne.

De verschillen met de Belgen zijn opvallend. Ze roepen de vraag op of Defensie niet nog steeds de prijs betaalt voor het besluit in 1995 om een ongetest verkenningsvliegtuig te kopen. Door technische problemen, bleek eind mei 2002 bijvoorbeeld, kon een derde RPV-peloton niet paraat worden gesteld.

België koos in 1998, drie jaar na Nederland, voor de Hunter uit Israël, het land dat, samen met de VS, de meeste ervaring heeft met verkennningsvliegtuigen. België wilde een vliegtuigje dat zich al bewezen had. De Belgen wezen de Sperwer van het Franse Sagem af, nadat in een testrapport van het Belgische leger het toestel volledig was afgekraakt. Tijdens testvluchten bleek dat het vliegtuigje te zwaar was, zomaar uit de lucht kon vallen, olie verloor, en dat de motor soms kookte.

Twee jaar later moest Den Haag erkennen dat de prototypes klungelig waren geproduceerd. Volgens de technici werden onderdelen van de bouwmarkt gebruikt, waren er ontwerpfouten gemaakt en waren er bij de constructie autokrikken aan te pas gekomen.

Gevolg: de 34 Sperwers werden 26 miljoen euro duurder. Ook bleek dat de landmacht én Sagem zich lelijk hadden vergist in de certificering, nodig voor het verkrijgen van een bewijs van luchtwaardigheid (bvl) voor het toestel.

Volgens de landmacht, die in 1995 een Hunter-variant afwees, is de huidige Sperwer een prima toestel. 'Hij vliegt goed', meent landmachtwoordvoerder Karly Tanczos. 'En hij heeft een bvl.'

Maar heeft de landmacht wel een echte vliegeenheid nu het niet mag vliegen in het openbare luchtruim? Vorig jaar bepaalde de luchtmacht, als luchtwaardig

heidsautoriteit, dat de Sperwer alleen boven militair oefengebied mocht vliegen. Pas na tests, zo zei staatssecretaris Van Hoof van Defensie, kon worden geprobeerd toestemming te krijgen voor vluchten buiten 't Harde.

Volgens Tanczos is dit niet gebeurd. 'We hebben er geen behoefte aan. 't Harde en het buitenland voldoen prima. Als je buiten 't Harde wilt vliegen, dan heeft dat gevolgen voor het andere luchtverkeer. Die toestemming krijg je niet zomaar.'

Zijn de Belgen dan minder streng? Delogne: 'Ook in België moeten onbemande verkenningsvliegtuigjes aan de strengste eisen voldoen.'

Een vroegere Nederlandse Sagem-manager, die anoniem wil blijven, is niet verrast dat de Sperwereenheid zit opgesloten in 't Harde. Zelfs het vliegen met twee Sperwers tegelijk in het openbaar luchtruim, een belangrijke eis van de landmacht, krijgen ze daar technisch niet voor elkaar. De Hunter kan dat wel, dat is een beproefd vliegtuig.'

Volgens Peter van Blyenburgh van Euro UVS, de belangenbehartiger van de verkenningsvliegtuigenindustrie, zou de Sperwer net als in België in een luchtcorridor kunnen vliegen van 't Harde naar de Noordzee. Mits de Rijksluchtvaartdienst, die strenge eisen stelt aan de luchtwaardigheid van het toestel, dat toestaat. Van Blyenburgh: 'De eenheid kan zo oefenuren maken. Alleen zie je niks, alleen maar zee. Het is normaal dat Nederland in het buitenland oefent.'

Meer over