De sociologie van woninglijken

RENÉ CUPERUS

Heeft de participatiesamenleving haar eerste dode opgeëist? Deze grimmige gedachte schoot even door me heen toen dat diep-trieste geval uit Rotterdam in het nieuws kwam: die bejaarde vrouw die tien jaar dood in haar portiekwoning in de Jan Porcellisstraat had gelegen. Tien jaar lang onopgemerkt! Niemand had ooit naar haar omgekeken. Niet haar buren. Geen huisarts. Geen postbode. Geen winkelier. Geen kerk. Geen gemeentelijke instelling.

We weten van haar inmiddels opgedoken dochter, die al twintig jaar geen contact meer met haar moeder had, dat aan de dode eenzaamheid een minstens net zo lange periode van levende eenzaamheid vooraf is gegaan. Een stil, onzichtbaar, getraumatiseerd bestaan in de drukte van Rotterdam Delfshaven.

Mensen zweren bij de vrijheid en anonimiteit van de grote stad. Leven en laten leven. We koesteren onze geïndividualiseerde cultuur van niet-inmenging. Laat iedereen zijn eigen gang gaan en zich niet met elkaar bemoeien. Dat heeft zijn prijs. Sommigen vallen keihard door de mazen van zo'n type samenleving heen. Zij zijn letterlijk slachtoffer van ontbrekende medemenselijkheid.

Hen komen we uiteindelijk als 'woninglijken' op het spoor. Dat is de naargeestige benaming voor mensen die langer dan twee weken dood in hun huis liggen en vaak door gemeentelijke instanties worden ontdekt en 'geruimd'. In Amsterdam gaat het om zo'n 35 woninglijken per jaar, meestal mannen tussen de 60 en 69 jaar. En dat aantal groeit.

Zo'n tragisch geval in Rotterdam schreeuwt om bespiegelingen over de samenleving waarin we leven. Maar misschien lezen we van zulke incidenten iets te makkelijk maatschappelijke trends af. Vermoedelijk zijn er altijd wel zulke onopgemerkte sterfgevallen geweest. Net zoals die idiote verhalen over slavernij die nu opeens opduiken. Vorige week weer in Londen. Drie vrouwen die dertig jaar gevangen zijn gehouden in een huis. De wereld als horrorfilm.

Zelf woon ik in een hyper-sociale buurt. De buurtactiviteiten zijn niet bij te houden. En iedereen deelt zijn voordeursleutel met elkaar. Dat is, volgens sociologen, hét symbool van een wijk met groot onderling vertrouwen en een gezonde sociale cohesie. Toch zou ik niet voor 100procent kunnen uitsluiten dat mijn overburen er in hun kelder 'slaven' op nahouden. 'En het waren nog wel zulke aardige mensen'. Een woninglijk in mijn straat lijkt me minder voorstelbaar. Daarvoor is de sociale controle toch te groot.

Maar dat is natuurlijk niet in alle buurten zo. De Nationale Ouderenbond waarschuwt dan ook dat er in de toekomst veel meer woninglijken zullen opduiken. Volgens een woordvoerder van die bond heeft dat weldegelijk te maken met onze veranderde maatschappij. Ouderen wonen niet langer in bejaardentehuizen, waar goed op ze werd gelet, maar wonen langer zelfstandig. Kinderen hebben minder dan ooit het oog op hun ouders, omdat ze in de mondiale kenniseconomie overal en nergens wonen en druk, druk, druk zijn met hun dubbele carrières. Verder is het sociale weefsel in buurten uiteengerafeld. Vertrouwde buren zijn naar de VINEX getrokken. De vaste postbode is vervangen door wisselende flexkrachten. De krantenbezorger is in de iPad opgelost.

Ik denk dat die Ouderenbond wel een punt heeft. Eenzaamheid is van alle tijden. En ook in dorpsgemeenschappen kun je je koningin Wilhelmina voelen: 'eenzaam, maar niet alleen'. Maar onze snel accelererende, geïndividualiseerde samenleving produceert veel slachtoffers en afvallers. De Britse socioloog Anthony Giddens spreekt over de high opportunity, high risk society. Voor mensen met talent, geld en brutaliteit zijn er meer kansen dan ooit. Voor de overigen zijn er in onze snelle, globale wereld grotere risico's en bedreigingen dan vroeger.

Hoe geef je ruim baan aan de ene groep - waar onze economische innovatiekracht vooral vandaan moet komen - en blijf je tegelijk bescherming bieden aan de andere groep. Dat is de kernopdracht van dit moment. Veel hangt af van de invulling van dat verraderlijke begrip participatiesamenleving.

Is dat een topdown-begrip waarmee kansrijken de kansarmeren disciplineren en vernederen? Of is dat een handreiking naar werkelijke maatschappelijke betrokkenheid? Het maakt nogal wat uit of mensen worden verleid tot een Do It Yourself-samenleving of een Do It Together-samenleving. Het kabinet Rutte II geeft hierover vooralsnog fors tegenstrijdige signalen af.

RENE CUPERUS is cultuurhistoricus

undefined

Meer over