Reportage

De Snickerswafel zou verdwijnen uit Amsterdam, maar vooralsnog lijkt er weinig aan te doen

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Amsterdam probeert al jaren iets te doen aan het aantal souvenirshops, wafelwinkels en minisupermarkten in de binnenstad. Zonder merkbaar effect. Het illustreert hoe weinig invloed lokale politici hebben op de inrichting van hun stad.

Noël van Bemmel

Het maakt niet uit welke richting je oploopt vanaf de Dam in Amsterdam. Kies je de Oude Doelenstraat en je passeert een smartshop waar je waterpijpen kunt kopen, een souvenirshop, een cannabismuseum, Chipsy King, Argentina Grill, House of Fries, New York Pizza, Dunkin’ Donuts, Ice Bakery, Wok to Go, Supermarket & Souvenirs. En zo gaat dat 500 meter door. Vrijwel elke winkel en elk restaurant is gericht op buitenlandse bezoekers, inclusief obers die passanten naar binnen proberen te praten.

Dit tot verdriet van de bewoners. Die vonden het ooit wellicht interessant dat zo veel buitenlanders hun buurt kwamen bewonderen, eervol misschien wel. Maar zo’n tien jaar geleden sloeg dat gevoel om in ergernis. Over de overlast op straat en het verdwijnen van de schoenwinkel en de bakker. De afkeer groeide verder toen de jaarlijkse stroom van 20 miljoen bezoekers opdroogde tijdens de coronapandemie en niet-noodzakelijke winkels moesten sluiten; de binnenstad veranderde in een spookstad.

Dat gaat veranderen, belooft de Amsterdamse afdeling van D66, de partij die komende week goede kans maakt de grootste te worden. ‘We creëren een divers winkelaanbod in de binnenstad dat in balans is en niet gericht op massatoerisme. Waar je lokale producten en diensten kunt bestellen’, aldus hun verkiezingsprogramma. Ook andere partijen beloven ‘meer leefbaarheid’ in de binnenstad, naast hoofdthema’s als wonen, onderwijs en klimaat.

Maar vier jaar geleden beloofde het college onder leiding van GroenLinks al: ‘Wij zorgen voor een meer divers en kwalitatief hoger aanbod van winkels, werk, horeca, maatschappelijke en commerciële voorzieningen, met name gericht op hen die wonen en werken in Amsterdam.’ D66-fractieleider Reinier van Dantzig voegde daaraantoe: ‘Geen eenheidsworst die je met Nutella besmeert!’

De vraag is: waarom merk je daar niks van?

De strijd tegen de Nutella-winkel illustreert de onmacht van lokale politici. Die kunnen wel een divers winkelaanbod willen, en dromen van een beschaafde, cultuurminnende toerist, die graag lokale producten uitprobeert, maar de praktijk is anders. De ondernemer richt zich op de massatoerist met friet, donuts en wafels om zijn torenhoge huur te kunnen betalen, en de buitenlandse bezoeker heeft nooit gehoord van een saucijzenbroodje van Kwekkeboom of een Hema-worst.

Die kent wel Nutella. Of Snickers en Kinder Bueno, want de Italiaanse hazelnootpastafabrikant tekende bij de rechter bezwaar aan dat zijn bekende potten als uithangbord werden gebruikt. Sindsdien leggen de verkopers Twix- of Oreo-koekjes op de wafels.

Laagdrempelig aanbod

De Egyptische eigenaar van een grote wafelzaak in de Oude Doelenstraat, voorheen schoenwinkel Dr. Adams, serveert met liefde een warme wafel met een smeltende Snickers erop. Maar voor vragen over zijn bedrijfsvoering verwijst hij argwanend naar de voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Koptische Ondernemers.

Dat is de 29-jarige Ramez Ramzy. Hij ontvangt in een van de twintig restaurants van het imperium dat zijn vader begin jaren negentig begon. ‘Wij koptische christenen zijn van oudsher ondernemers. De enige manier om te overleven als je wordt gediscrimineerd in je eigen land.’ Hij schat dat er vijfduizend kopten wonen in Amsterdam, met een eigen kathedraal in stadsdeel Noord en met meer dan 350 zaken in de stad, voornamelijk grillrestaurants en pizzeria’s, maar ook wafelzaken, souvenirshops, minisupermarkten en hotels. ‘We werken hard en we werken samen.’

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Het klopt, stelt Ramzy, dat zijn leden zich graag richten op de massatoerist met wat hij een laagdrempelig aanbod noemt. Als voorbeeld noemt hij een Italiaans restaurant dat hij onlangs overnam. ‘Het eten was er heerlijk, echt waar, bereid door Italiaanse chefs die kookten volgens recepten van hun moeder. Maar ja, als je hen de inkoop laat doen, moet je 25 euro vragen voor een bord pasta. Dat kan niet.’

Inmiddels staan er Egyptenaren in de keuken en kost de penne all’arrabbiata 12,50 euro. ‘Als je 15 duizend euro huur per maand moet betalen, neem je geen risico. Dan verkoop je wat verkoopt.’ Zoals wafels. ‘Als de gemeente een hoger culinair niveau eist, moet zij maar een deel van de huur betalen.’

Amsterdam probeert al sinds 2008 de winkeldiversiteit in de binnenstad te beïnvloeden. Met een uitsterfbeleid voor souvenirwinkels, door na sluiting het bestemmingsplan van het pand te aan te passen.

In 2017 presenteerde wethouder Kajsa Ollongren, de huidige minister van Defensie, een regeling die nieuwe toeristenwinkels, waaronder wafelwinkels, ijswinkels en kaaswinkels, verbood. Vorig jaar stripte wethouder Victor Everhardt 165 panden van allerlei ongewenste vergunningen – horeca, toeristenwinkel, sekswinkel, smartshop – die op dat moment niet werden gebruikt. Begin dit jaar kocht Amsterdam samen met andere partijen voor 20 miljoen euro negen panden op in de Oudebrugsteeg, een groezelig straatje richting de Wallen, onder het motto: wie betaalt, bepaalt.

Daarnaast moeten alle winkeliers in de Oude Doelenstaat vóór 6 april een vergunning aanvragen, waarna hun integriteit wordt getoetst in het kader van de Wet Bibob. Mochten de souvenirs, wafels en pizzapunten dienen als dekmantel voor het witwassen van crimineel geld – wat veel bewoners en bestuurders vermoeden –, dan zou dat deze zomer moeten blijken.

Eenderde van de panden opkopen

Toch zie je ondanks al die inspanningen geen verschil met tien jaar geleden, of het moet de verbanning zijn van de bierfiets. De ongewenste monocultuur van plat vermaak en snelle hap staat fier overeind. ‘Dat is ook niet raar’, zegt stadsgeograaf Wouter van Gent (UvA). ‘Bijsturen via bestemmingsplannen en vergunningen kost veel tijd. Het stadsbestuur kan geen winkels sluiten of ondernemers uitkopen, die genieten rechtsbescherming en de financiële middelen van de gemeente zijn beperkt.’

Volgens Van Gent heeft een liberale houding in Amsterdam geleid tot een onaantrekkelijke binnenstad. ‘Voor bewoners, maar ook voor bezoekers die – paradoxaal genoeg – tijdens hun zoektocht naar authenticiteit toch kiezen voor een Nutellawafel.’ Pas de laatste twee colleges maken zich volgens de onderzoeker druk over winkeldiversiteit.

Een volgend college moet zich volgens Van Gent afvragen: hoe ver wil je gaan in het inperken van vrij ondernemerschap en wie bepaalt wat voor winkel of restaurantconcept is toegestaan? ‘Het gevaar bestaat dat de smaak van de middenklasse gaat domineren.’

Ondernemer Ramzy denkt dat het al te laat is. ‘Er zijn meer dan genoeg souvenirshops, wafelzaken en minisupermarkten; het leed is al geschied.’ Ook het beroep op de Wet Bibob zal volgens hem geen merkbaar effect hebben. Ramzy verwijst naar een onderzoek uit 2019 waarin de Belastingdienst – met enige verbazing – concludeert dat de hoge omzetten van wafel- en ijswinkels accuraat zijn.

Wat wel werkt, stellen deskundigen, is zelf huisbaas worden. Dat doet Amsterdam al sinds de jaren tachtig door middel van deelnemingen in NV Zeedijk (110 panden) en Stadsgoed NV (185 panden), die optreden als huurbaas met een maatschappelijke doelstelling.

Ze kunnen echter moeilijk de hele binnenstad opkopen. ‘Hoeft ook niet’, zegt directeur Janny Alberts van NV Zeedijk. Zij gaat voor door een enorm pand in de Oudebrugsteeg, dat onlangs aan haar portefeuille is toegevoegd. ‘Kijk, die lambrisering is nog origineel, de kelder kan misschien een club worden en daarboven maken we woningen met uitzicht op de Warmoesstraat.’

Boven wonen en onderin ondernemen, zo simpel is het volgens Alberts om de leefbaarheid te verbeteren. ‘Als je eenderde van een straat in handen hebt, is dat genoeg.’ De truc is volgens haar om de juiste huurders te kiezen, een techniek die zij ‘brancheren’ noemt. ‘Potentiële huurders komen langs met hun businessplan en dan kijk ik of zij de buurt versterken.’ Een nieuwe wafelwinkel voegt volgens haar niets toe. Als voorbeeld noemt Alberts de zes vinylzaken in de buurt. ‘Die concentreren zich op verschillende muziekstromingen, ze vullen elkaar aan. Mensen komen speciaal naar de binnenstad voor een wandeling langs al die zaken.’

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

De daadkrachtige Alberts veranderde als ‘gebiedsondernemer’ de beruchte Zeedijk van een no-gogebied eind jaren tachtig tot een veilige straat met een sneakerwinkel en ambachtelijke bakker. ‘Eigenlijk waren we na tien jaar al klaar met verbouwen, maar het kostte nog eens twintig jaar om het imago van de straat op te vijzelen. Zo moeizaam gaat dat.’

Eenderde van de binnenstad kopen, is geen optie, erkent Alberts. Maar door slim panden te kopen en te brancheren, kan volgens haar toch een verschil worden gemaakt. De verbetering van de Oudebrugsteeg, een belangrijke toegang tot de Wallen, straalt bijvoorbeeld af op de hele binnenstad.

Smaakpolitie

Sommige bewoners moeten niets hebben van een gemeente als buurtregisseur. Een van hen is stadsonderzoeker René Boer, die een boek schrijft over wat smooth cities worden genoemd. ‘Steeds meer steden worden aangeharkt, gepolijst en opgeknapt voor de kwaliteitstoerist, met dure winkels en restaurants. Amsterdam volgt die trend’, zegt de Wallenbewoner. Hij wijst met afgrijzen op een groot verbodsbord voor alcohol, dat aan een brugleuning hangt. ‘Er geldt hier ook een samenscholingsverbod, muziekverbod, rondleidingverbod, Airbnbverbod en ga zo maar door.’

GroenLinks en D66, volgens Boer de grootste poetsers van Amsterdam, jagen volgens hem alle bewoners de Wallen af die niet passen binnen hun bourgeoisideaal. ‘De gemeente als smaakpolitie is voor mij een schrikbeeld.’ Een van zijn oplossingen ter verbetering van de leefbaarheid: beperk onder meer het aantal toeristen door een hotelstop in de hele regio.

Wethouder van Economische Zaken Egbert de Vries ziet zichzelf niet als smaakpolitie. ‘Ik zeg niet dat we geen wafels meer mogen eten, ik zeg alleen dat er te veel wafelwinkels zijn.’ Het evenwicht tussen winkels en horeca gericht op bezoekers en die gericht op bewoners is ernstig verstoord, stelt hij. ‘We hadden het laat door, dat klopt, daarom moest het college afgelopen zittingsperiode stevige juridische maatregelen doorvoeren.’

Als voorbeeld noemt De Vries het afdwingen van een hotelstop via erfpachtcontracten, de meldingsplicht voor Airbnb-verhuurders en het schrappen van (onbenutte) toeristische bestemmingen op panden. ‘Als een pand leeg komt te staan, kunnen we de bestemming veranderen, maar dat is dus een traag proces.’

De eerste effecten zullen komende collegeperiode te merken zijn, verwacht De Vries, maar voor de balans is hersteld, zijn we volgens hem tien jaar verder. ‘We sturen een mammoettanker bij met planologische interventies.’

In de Bakery in de Oude Doelenstraat verschijnt een dampende Snickerswafel op tafel. De wikkel is wel verwijderd, voordat de duimdikke wafel met een royale laag chocuise – cacaofantasie decoratie – voor dertig seconden in de magnetron verdwijnt.

‘Geniet ervan’, zegt de Egyptische eigenaar, die ooit begon als ontbijtober in het chique Hotel de l’Europe en inmiddels tien wafelwinkels en restaurants bezit. De Luikse wafel smaakt als een fabrieksdonut met extra suiker. Chocuise bevat geen spoor van chocola. ‘En, lekker?’, vraagt de eigenaar. Ik antwoord naar waarheid: een lauwe Snickers is best lekker.

In een eerdere versie van dit artikel stond dat wethouder Kajsa Ollongren in 2018 middels een speciale regeling de komst van toeristenwinkels verbood. Dit klopt niet. Dit deed ze in 2017.

Meer over