De sneetjes wanhoop van Jelke

Jelke is 16. Met haar moeder heeft zij oorlog. De Raad voor de Kinderbescherming ziet maar één uitweg: Jelke moet bij opa en oma gaan wonen....

Peter de Greef

Jelke (16) schreeuwt in stilte. Zij kerft de angst en radeloosheid in haar armen. Het zijn sneetjes wanhoop, die een droeve geschiedenis verraden. Jelke wordt geslagen door haar stiefvader. Vijf jaar geleden liep ze weg van huis toen hij haar voor het eerst sloeg. Dit jaar sloeg hij haar opnieuw. Weg was Jelke, weg naar oma en opa. De ouders van haar moeder.

Zij zijn een veilige thuishaven voor haar, vindt ook de Raad voor de Kinderbescherming. Die wil dat Jelke onder toezicht van een gezinsvoogd komt. En dat er een zogeheten machtiging uithuisplaatsing (OTS) door de kinderrechter wordt afgegeven. Jelke moet dus worden weggehaald bij haar moeder en haar stiefvader.

Kinderrechter Vera Koster heeft vanochtend met Jelke gesproken. Nu praat ze met Jelkes moeder, haar pleegvader en haar opa en oma. De zitting heeft achter gesloten deuren plaats, zoals alle zogeheten OTS-zittingen. Maar alle partijen vinden het goed als Jelkes verhaal wordt verteld.

Rechter Koster: ‘Jelke heeft vanochtend gezegd dat ze het heel jammer vindt dat ze geen contact meer heeft met u.’

De moeder: ‘Nou, ze heeft er zelf voor gekozen*’

De rechter: ‘Ze is pas 16, dus laten we niet praten alsof ze volwassen is. Ze heeft het gevoel dat haar zusje wordt voorgetrokken en dat ze veel huishoudelijke klussen moet doen.’

De moeder: ‘Ze doet helemaal niets.’

De rechter: ‘Ik heb geen zin in een welles-nietesverhaal. Ik wil een gesprek met u. Haar perceptie is dat zij zich niet goed in haar vel voelt zitten en dat ze het onderspit delft ten opzichte van haar zusje, de dochter van uw man.’

De stiefvader: ‘Dit is een gevecht dat al vijf jaar duurt.’

De rechter: Zij verlangt erg naar meer contact met u.’

De moeder: ‘Nou, ik niet met haar.’

De rechter: ‘Mevrouw, Jelke is een puber die haar weg zoekt*’

De moeder: ‘Als ik haar vraag of er iets is, zegt ze nee. Ze liegt gewoon. Ze probeert ons zwart te maken, zodat ze niet naar huis terug hoeft - nou mooi niet.’

De rechter: ‘Ik weet niet of u mij heeft begrepen, mevrouw, maar dit is geen strafzitting. Het gaat er niet om of u schuld heeft of zo. Het gaat om de toekomst van Jelke.’

De moeder: ‘Nou, zij heeft mij behoorlijk geraakt met haar verhalen dat zij wordt geslagen. Dat ze altijd huishoudelijke klussen moet doen. Dat ik nooit aandacht voor haar heb. Ze blijft maar lekker zitten waar ze zit, als ze het daar zo naar haar zin heeft.’

De oma: ‘Het is jammer dat Jelke geen contact heeft met haar moeder. Ik wil best voor haar zorgen. Ze heeft het naar haar zin bij ons. Maar onze spaarcenten raken wel langzaam op. We zouden de kinderbijslag van de ouders opgestuurd krijgen, dat is mooi niet gebeurd. Op school word ik aangesproken op rekeningen die nog openstaan. Maar ik zal niet klagen, ik zit hier nu voor Jelke.’

De opa: ‘Ze is geslaagd voor het vmbo, het gaat goed. Ze woont nu zes maanden bij ons.’

De rechter: ‘Wat wil ze gaan doen?’

De oma: ‘Ze wil kleuterleidster worden.’

De opa: ‘Maar om haar te kunnen inschrijven voor een opleiding hebben we een uittreksel van de gemeente nodig. Dat krijgen we niet.’

De rechter: ‘Dat moet na de OTS en de machtiging uithuisplaatsing makkelijker worden. Sorry dat ik het zeg, maar moeder, u komt hard op mij over. Het gaat toch om uw dochter. Als u nu het lijntje met Jelke breekt, weet ik niet of het goed komt.’

De moeder: ‘Voorlopig komt het wat mij betreft helemaal niet goed.’

De rechter: ‘Voorlopig is misschien wel twintig jaar in uw optiek.’

De moeder: ‘Dat zou best wel eens kunnen.’

(Het vonnis: de rechter volgt het verzoek van de Kinderbescherming, Jelke gaat wonen bij haar oma en opa.)

Meer over