De sluier van onwetendheid en de bedrijvenpoli

Wie vindt dat werkenden voorrang moeten krijgen bij de dokter? Wie het nog weet, mag het zeggen. Neem de grootste werknemersvereniging, de FNV....

Het was een doorbraak voor de immer tegensputterende FNV. 'We moeten bij blijven en ons niet rigide opstellen', verklaarde een FNV-woordvoerder de ommezwaai. Maar deze week keerden de machthebbers binnen de FNV, de twee grote bonden Bondgenoten en Abvakabo, zich alweer tegen het compromis dat FNV-voorganger Lodewijk de Waal in de Stichting had afgesloten.

De FNV is niet de enige die moeite heeft een standpunt te bepalen. Minister Els Borst van Volksgezondheid verklaarde vorig jaar op een en dezelfde dag zowel voor als tegen de voorrangsbehandeling van zieke werknemers te zijn. De actuele dagnotering is tegen - vermoedelijk.

Anders dan de FNV is Borst overvallen door de werkgeverswens om werknemers met voorrang te behandelen. Die wens is het rechtstreekse gevolg van het (gedeeltelijk) afschaffen van de Ziektewet (op 1 januari 1997) en de invoering van premiedifferentiatie in de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (sinds 1 januari dit jaar). Werkgevers dragen door deze veranderingen in de werknemersverzekeringen een groter deel van de financiële lasten van de ziekte van hun personeel. Een kind zag aankomen dat hiermee een werkgeversbelang ontstond om ziek personeel fluks te laten oplappen door wachtlijsten te omzeilen. Oud-minister van Sociale Zaken Bert de Vries rekende in het rapport Gezondheidszorg in tel voor dat bedrijven jaarlijks een miljard gulden schade lijden als gevolg van wachtlijsten.

Maar Borst spon enkele weken geleden in het artsenweekblad Medisch Contact een sluier van onwetendheid: 'Ik moet bekennen dat we in het kabinet de gevolgen niet helemaal hebben overzien. We hebben gedacht dat het wel goed zou komen', zei ze. 'Het is echt zo. Dat geef ik ruiterlijk toe. Het heeft ons in dit geval voor een deel overvallen.'

Kletsika natuurlijk.

Door dit gedraai en gedraal van hoofdrolspelers is de kernvraag van het debat naar de achtergrond verdwenen: moeten zieke werknemers nou voorrang krijgen of niet? Het antwoord moet gebaseerd worden op twee typen argumenten: efficiëntie en rechtvaardigheid.

Het motto waaronder het debat doorgaans gevoerd wordt - tweedeling in de gezondheidszorg - geeft al aan wat de klassieke manier is om tegen de twee argumenten aan te kijken. Werknemersvoorrang maakt de zorg misschien efficiënter omdat 'productieve' mensen sneller worden beter gemaakt dan 'niet-productieve', maar de rechtvaardigheid wordt met dit onderscheid geweld aangedaan. Medische indicatie zou het enige rechtvaardige criterium zijn om de volgorde op een wachtlijst te bepalen.

Deze weging van argumenten lijkt onhoudbaar. De efficiëntie, om daarmee te beginnen, neemt door het toestaan van werknemerspoli's niet toe vanwege het sneller helpen van 'productieven' dan 'onproductieven', maar doordat beter gebruik wordt gemaakt van bestaande productiecapaciteit.

Spreek- en operatiekamers staan 's avonds en in het weekeinde leeg, en het gebruikmaken van die capaciteit leidt voor alle betrokkenen tot welvaartswinst, beargumenteerden de gezondheidszorgeconomen Brouwer, Schut en Rutten vorig jaar in het economenweekblad ESB. Werknemers worden sneller geholpen, werkgevers beperken hun 'schadelast' van een miljard, en niet-werknemers profiteren mee doordat de zieke werknemers uit de reguliere wachtrij verdwijnen. Niet-werknemers zijn daardoor sneller aan de beurt.

Of de bedrijvenpoli ook rechtvaardig is, stelden zij, hangt af van de gebruikte definitie. Het economendrietal kiest voor het elegante rechtvaardigheidscriterium van de Amerikaanse filosoof John Rawls. Rawls bepleit om over rechtvaardigheid te denken vanonder een 'sluier van onwetendheid'. Die sluier ontneemt iedereen het zicht op de eigen maatschappelijke positie. Bankdirecteur of slechtgeschoolde werkloze, je blijft bij het beantwoorden van de vraag of iets rechtvaardig is of niet in het ongewisse over je eigen positie.

Vanonder deze sluier van onwetendheid kiezen mensen logischerwijs voor het maximeren van de positie van de minstbedeelden, zonder jaloezie op mensen die het beter hebben getroffen. Rechtvaardig is het dan om werknemers in een bedrijvenpoli te laten behandelen, zolang de zorg van niet-werknemers hierdoor niet slechter wordt. In onze onwetendheid vinden we het nóg rechtvaardiger om de niet-werknemers zoveel mogelijk te laten profiteren van de invoering van dat werknemersspreekuur.

Brouwer, Schut en Rutten doen hiertoe een even eenvoudig als doeltreffend voorstel: bedrijven die hun werknemers buiten de normale werktijden willen laten behandelen, zouden een opslag op de normale tarieven moeten betalen. Deze opslag moet ten goede komen aan de zorg voor niet-werknemers.

Ex-minister De Vries berekende dat bedrijven voorrang konden kopen voor al hun zieke werknemers voor zo'n 175 miljoen. Daar kan, gezien de schadepost van een miljard, natuurlijk best 100 miljoen bij.

Bedrijvenpoli's, kortom, bevorderen zowel de efficiëntie als de rechtvaardigheid van de gezondheidszorg. Deze opvatting is ook doorgedrongen tot sommigen in de zorgsector. Zo zei de directeur van het Nederlands Ziekenhuis Instituut, NZi, onlangs: 'Ik noem het het Robin Hood-effect: geld weghalen bij de rijken en brengen bij de armen.'

Bedrijvenpoli's zijn, om Borst te parafraseren, zinnig én zuinig. Haar gedraai en gedraal is, net als dat van de FNV, nergens voor nodig.

Meer over