De sjah valt weinig te verwijten

Een sprookjeshuwelijk was het, zoveel wordt duidelijk uit de eerste hoofdstukken van haar autobiografie. Toen Farah Diba, een meisje uit gegoede kringen in Iran, in 1959 trouwde met Mohammed Reza Sjah Pahlavi beter bekend als de sjah van Perzi belandde de 20-jarige architectuurstudente in een Assepoesterig leven, dat ze nauwgezet...

Iran had de Britse overheersing afgeschud en stond aan de vooravond van een grootscheepse modernisering. De sjah kondigde in 1962 zijn Witte Revolutie aan, die het land voortvarend in een moderne natie moest veranderen. Olie-inkomsten leken garant te staan voor het succes van de operatie, die landbouwhervormingen, vrouwenrechten, privatiseringen en alfabetiseringsprogramma's omvatte. Farah Diba over haar man: 'Ik voelde dat hij op het punt stond zeer belangwekkende bladzijden van onze geschiedenis te schrijven (. . .) ik was zeker van de juistheid van zijn visie, zeker van zijn totale toewijding aan Iran.'

In haar boek zal de voormalige keizerin, die nu in de VS woont, deze overtuiging bijna vierhonderd bladzijden lang uitdragen, dwars door het Iraanse drama heen dat zich voltrok in de jaren zeventig. Als moderne vrouw ontfermde ze zich over het sociale en culturele leven. Wanneer ze in 1971 de organisatie van de 2500-jarige viering van het Perzische rijk op zich neemt, laten alle belangrijke naties zich op het hoogste regeringsniveau vertegenwoordigen.

De eerste onrust is echter voelbaar. Communisten en islamisten komen in verzet. Het regime vertoont dictatoriale trekjes en is corrupt, maar dat lijkt het hof te ontgaan. Farah Diba besteedt vele hoofdstukken aan de steeds bloediger wordende periode die uiteindelijk, in 1979, zou leiden tot het vertrek van de koninklijke familie en de machtsovername door Ayatollah Khomeini.

Juist deze hoofdstukken maken de autobiografie boeiend, want Diba beziet de omwentelingen vanuit paleisperspectief. Ze weet de politiek soepel met het persoonlijke leven te mengen. Het paleis, luidt haar voorspelbare boodschap, valt niet veel te verwijten: de onrust en de corruptie drongen slechts via geruchten tot het hof door. De eerste minister zou de inmiddels ongeneeslijk zieke vorst te veel hebben willen beschermen. De geheime dienst, die een schrikbewind voerde, was minder erg dan werd beweerd.

Als we Farah Diba mogen geloven, leefde het hof in een ivoren toren. Vijfentwintig jaar na de omwenteling komt ze met een klein zelfonderzoek, maar niet in het boek.

In de Belgische krant De Standaard zei ze afgelopen weekeinde: 'We hadden meer politieke gezindheden en verschillende opinies aan het beleid moeten laten participeren, en we hadden werk moeten maken van onze public relations.'

Meer over