'De situatie in Jeruzalem is en blijft explosief' Husseini houdt zelf de wacht bij bezette huizen

De belangrijkste vertegenwoordiger in Jeruzalem van de Palestijnse leider Yasser Arafat houdt persoonlijk toezicht op twee huizen in de Arabische wijk Ras al-Amoud, waarin jonge joodse 'kraakwachten' hun intrek hebben genomen....

Van onze correspondent

Theo Koelé

JERUZALEM

De spanning in Ras al-Amoud was enigszins afgenomen nadat in dit Arabische stadsdeel, op een steenworp afstand van de Olijfberg, joodse kolonisten de twee huizen verlieten. Hun plaats werd ingenomen door een tiental joodse studenten. Ze worden beschermd door een indrukwekkend aantal politiemensen en militairen. Boven de huizen wappert de Israëlische vlag.

Een van de studenten wuift vragen weg. 'Alles is rustig', zegt hij. Maar een militair die op de puinhopen rondom de huizen ronddoolt, vreest dat die rust schone schijn is. 'We zijn op alles voorbereid.'

In een klein tentenkamp nabij de twee betwiste huizen maakt Husseini, een van de voorlieden van de Palestijnse Autoriteit, duidelijk dat er weinig voor nodig is om de vlam in de pan te doen slaan. De aanwezigheid van de joodse bewoners en hun beschermers ziet hij als een 'provocatie'. Eerder was van Palestijnse zijde dreigend gesproken over 'een bloedbad' als in Ras al-Amoud, een stadsdeel met elfduizend inwoners in oostelijk Jeruzalem, een joodse enclave ontstaat.

Husseini wijst op een weg door het gebied die door de politie afgegrendeld is. 'Tot voor kort kon iedereen die weg gebruiken.' Dat wil zeggen: totdat in september de woningen, die waren opgekocht door de joods-Amerikaanse miljonair Abraham Moskowitz, werden betrokken door enkele joodse gezinnen.

De man ontvouwde bovendien plannen voor de bouw van zeventig nieuwe woningen ten behoeve van kolonisten. Het leidde bijna tot een politieke crisis en enkele malen tot geweld. Jonge Palestijnen gooiden stenen, leger en politie grepen hard in. Vorige week nog vielen rake klappen toen Fuad Hariya, de Palestijnse ex-bewoner van een van de huizen, uit Europa terugkeerde om zijn, wat hij noemt, rechtmatig bezit op te eisen.

De kwestie van het eigendomsrecht is schimmig, maar voor de Palestijnen is de situatie helder: de joden rukken op in een gebied dat hun niet toekomt. Premier Netanyahu heeft zich weliswaar gekant tegen de bouwplannen van Moskowitz, maar Husseini is er niet gerust op: 'Ik ben hier ook om te zien of er nieuwe huizen worden gebouwd.'

Bovendien hoopt hij dat de aanwezigheid van een bekende persoon de Israëlische autoriteiten ervan weerhoudt geweld te gebruiken tegen de woedende buurtbewoners.

Voor Husseini toont de situatie in Ras al-Amoud aan dat de kwestie van de joodse nederzettingen bovenaan de agenda moet staan als Israëliërs en Palestijnen op 6 oktober de vredesbesprekingen hervatten.

Die datum werd deze week in New York vastgesteld in moeizame gesprekken tussen de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, haar Israëlische ambtgenoot David Levy en een vertegenwoordiger van Arafat, Mahmoud Abbas. Israël staat, na de recente bomaanslagen in Jeruzalem, op het standpunt dat het vraagstuk van de veiligheid centraal moet staan in de besprekingen.

Het vredesoverleg kwam dit voorjaar stil te liggen, nadat elders in Oost-Jeruzalem de spade de grond in was gegaan voor een joodse wijk. Vorige week nog maakte premier Netanyahu bekend dat in Efrat op de Westelijke Jordaanoever een joodse nederzetting zal worden gebouwd. Beide projecten zijn uiterst omstreden, ook in het buitenland.

De 20-jarige Ali, opgegroeid in Ras el-Amoud, zal er in elk geval niet bij zijn als opnieuw rellen uitbreken bij de 'gekraakte' woningen. In een hotel op de Olijfberg, waar hij werkt, doet hij voor hoe hij vroeger molotov-cocktails wierp naar Israëlische agenten en militairen. Het kostte hem twee jaar gevangenisstraf.

Niet dat hij een goed woord over heeft voor de joodse 'bezetting' van zijn geboortegrond, maar Ali heeft zijn leergeld in de gevangenis betaald. Voor het gedrag van heetgebakerde leeftijdgenoten staat hij echter niet in.

Faysal Husseini

hoopt op sterke internationale druk op de regering-Netanyahu, niet alleen door de Verenigde Staten, maar ook vanuit Europa. Hij wil over enkele weken naar Nederland reizen ('een land dat geloofwaardig is in de ogen van zowel Palestijnen als de regering-Netanyahu'), om te pleiten voor economische sancties van de Europese Unie tegen Israël.

Op de vraag of die niet indirect ook de Palestijnse bevolking treffen, reageert hij in het schamele tentenkamp schouderophalend: 'Onze positie is zo beroerd, slechter kan het niet.'

Meer over