De sirenes van het Wilde Westen

Patrick deWitt heeft het genre van de western opnieuw uitgevonden - snoeihard en hilarisch tegelijk.

Van 'uitvinder' James Fennimore Cooper (vroege 19de eeuw) via Zane Gray (vroege 20ste eeuw) tot recente auteurs als Larry McMurtry, Cormac McCarthy en Annie Proulx: het genre van de western is door de jaren heen een levendige inspiratiebron voor Noord-Amerikaanse schrijvers gebleken.

Een nieuwe loot aan deze vruchtbare stam is De gebroeders Sisters (The Sisters Brothers) van de Canadese, in Oregon woonachtige schrijver Patrick deWitt. De gebroeders uit de titel zijn Charlie en Eli Sisters, die de kost verdienen als huurmoordenaar in opdracht van een schimmige tycoon die zich de Commodore noemt.

Als het verhaal begint, hebben de broers zojuist succesvol en routineus een klusje afgehandeld. We schrijven 1851, er heerst goudkoorts in het Wilde Westen, en de nieuwe opdracht voor het tweetal luidt dat ze van Oregon City naar San Francisco moeten reizen om daar een goudzoeker genaamd Herman Kermit Warm om te leggen.

De opmerkelijke naam van dit doelwit vormt een eerste signaal dat De gebroeders Sisters misschien geen western is in de traditionele zin van het woord. Die indruk wordt al snel bevestigd door het taalgebruik in de roman, waarin de jongste broer, Eli, optreedt als verteller.

Eli heeft een nogal omzichtige, literaire manier van formuleren die in niets lijkt op wat je van een ongeschoolde beroepsmoordenaar verwacht. Als hij in een duur restaurant een maaltijd van niks krijgt voorgeschoteld, zegt hij: 'Het eten, wil ik nog opmerken, onderscheidde zich op generlei wijze, afgezien van de prijs.'

Ook broer Charlie is gezegend met een respectabele taalvaardigheid. Wanneer hij een plaatselijke gangster meedeelt dat het diens eigen schuld is dat hij en Eli vier van zijn mensen en de stalknecht hebben doodgeschoten, gaat dat als volgt: 'Derhalve komt de dood van uw mannen en de jongen uitsluitend uw geweten ten laste, niet het onze. Ik vraag u niet per se met deze voorstelling van zaken in te stemmen, maar wel dat u erkent dat ik dit heb medegedeeld.'

De semi-absurdistische sfeer die wordt opgeroepen door dit plechtstatige taalgebruik, waarmee ook diverse andere personages zijn behept, komt terug in de beschreven gebeurtenissen. Op hun wekenlange reis van Oregon naar San Francisco ontmoeten de broers tal van wonderlijke personages, van een man die onafgebroken huilend een paard meevoert en geen enkele vraag beantwoordt tot een oude heks, en van een dubieuze tandarts tot een jochie dat in the middle of nowhere drie huifkarren beheert.

De persoon van de verteller draagt bij aan het immer op de loer liggende, net niet te nadrukkelijke absurdisme. Eli is een efficiënte en meedogenlozer killer, maar tegelijkertijd een softie die het liefst een winkel zou beginnen, meelijdt met zijn zwoegende, aftandse paard Tub en elke vrouw die hij tegenkomt geld toestopt, omdat hij toch niet weet wat hij ermee moet.

DeWitt slaagt er uitstekend in om een balans te bewaren tussen gestoorde taferelen die op de lachspieren werken, en de snoeiharde werkelijkheid van het leven ten westen van de frontier. Zijn roman is geen persiflage op de western, maar een intrigerende heruitvinding van het genre. Hij dwingt de lezer op zijn hoede te zijn en niets voor vanzelfsprekend te nemen.

In zijn geslaagde synthese van meedogenloos realisme en hilarisch hyperrealisme roept De gebroeders Sisters associaties op met de films van twee andere broers, Joel en Ethan Coen, met name True Grit en O Brother Where Art Thou. Net als die films staat de roman in een picareske traditie, waarin de hoofdpersonen van A naar B reizen en op hun weg een kleurrijke dwarsdoorsnede ontmoeten van de maatschappij waarin ze leven.

Hoewel minder nadrukkelijk dan in O Brother Where Art Thou het geval was, krijgt de roman gaandeweg zelfs het karakter van een odyssee, compleet met sirenes (saloonhoeren) en een cycloop (de eenogige uitbater van een ranzige eettent).

In de laatste fase van het boek, als de broers Herman Kermit Warm hebben opgespoord en ontdekken waarom de Commodore zoveel belangstelling voor hem heeft, neemt de plot een verrassende wending. Bij het lezen van de slotpagina's weet de lezer niet of hij in homerisch gelach moet uitbarsten, zich vertwijfeld achter de oren moet krabben, of zijn duim moet opsteken naar de provocerende verbeeldingskracht van de auteur.

Patrick deWitt: De gebroeders Sisters.

Uit het Engels vertaald door Caroline Meijer en Saskia van der Lingen. De Arbeiderspers; 289 pagina's; € 19,95.

ISBN 978 90 295 8326 8.

Op dinsdag 24 april treedt Patrick deWitt op in het John Adams Institute, Amsterdam. john-adams.nl.

undefined

Meer over