De sfeer uit Bloesems van Bloed is terug

Petals of Blood, Bloesems van Bloed, is de titel van de bekendste roman van de Keniaanse schrijver Ngugi wa Thiong’o....

De Luo’s tegen de Kikuyu’s. Die rivaliteit bestaat al net zo lang als Kenia. Maar het heeft geen zin te wroeten in het verleden op zoek naar eeuwenoude wortels voor bloedwraak. Botsingen gingen altijd om actuele kwesties. Het ergste is dat die kwestie nu democratische verkiezingen zijn. Verantwoordelijk voor het geweld zijn democratische politici die bij frustratie hun toevlucht zoeken bij etnische sentimenten.

Zo beschadigen ze het democratische ideaal waar ze ooit zo moedig voor vochten. Kibaki en Odinga streden vroeger zij aan zij. Nu dreigen ze krijgsheren te worden in een etnische oorlog tussen de Keniaanse volken en stammen. ‘Rwanda’ gonst het nu door het land. De kemphanen smijten met vrese- lijke woorden als genocide . Het is niet te bevatten hoe persoonlijke ambities tot zulk onverantwoordelijk gedrag kan leiden. Zegt Raila Odinga tegen zijn ‘aanhangers’, die weerloze burgers in een kerk levend verbranden: jongens als het zo moet dan stop ik ermee? Nee, hij gooit olie op het vuur.

Zijn vader wist in zijn tijd etnische oorlog te voorkomen. Oginga Odinga was de onbetwiste held van de Luo’s. Hij speelde zijn rol als dissident binnen de eenheidpartij KANU van de even onbetwiste Kikuyu-president Jomo Kenyatta. De Kikuyu’s zijn in de meerderheid, de Luo's hebben bij goede baantjes vaak het nakijken. Oginga Odinga streed daartegen, maar ook hij zag de eenheidspartij als waarborg tegen etnische strijd. Alle Kenianen moesten trots zijn op hun nieuwe natie. Het is wrang dat de antidemocraten nu gelijk lijken te krijgen: volgens hen leidt democratie tot etnische moordpartijen.

Rwanda? Mij doet het geweld in Kenia eerder denken aan Ivoorkust.

Vroeger was dat het andere baken van de kapitalistische eenpartijstaat, de bondgenoot van het Westen. In Ivoorkust en Kenia moet de overgang naar democratie, vanaf 1990 in de mode bij donorlanden, toch het makkelijkst gaan, werd gedacht. De vrije markt was er al, nu nog een paar politieke partijen. In Ivoorkust ging het jaren terug al mis: politici die democratisch in het nauw kwamen, gingen frauderen en anderen beschuldigen van fraude en toen dat niet genoeg hielp, speelden ze de etnische kaart. Dan duurt het niet lang voor de opgefokte jongens met hakmessen in de straat verschijnen. Die krijgen later een kalasjnikov en gaan zich rebel of militielid noemen. Ivoorkust spleet in tweeën; oorlog, moord en eindeloos onderhandelen.

Voor het ontdekken van patronen in wat doorgaat voor etnisch geweld is een wetenschappelijke discipline opgericht: conflictstudies. Waarom blijft etnische, of religieuze, rivaliteit meestal heel lang vreedzaam en barst het plots los in een orgie van geweld. Of je nu in Afrika bent of op de Balkan, altijd zijn de twee hoofdingrediënten eigenlijk glashelder: onverantwoordelijke of kwaadaardige politici en een leger kansloze, boze, gefrustreerde jonge mannen.

In Kenia zie je op tv-beelden veldslagen tussen woeste jongens, paupers uit de sloppenwijken tegen elkaar. President Kibaki heeft zijn geloofwaardigheid als democratisch leider verspeeld, bij Raila Odinga scheelt het niet veel. De democratische politici van Afrika zouden allen verplicht een lange cursus conflictstudies moeten doen.

Wim Bossema

Meer over