De schrijver die toch niet werd vermoord

Bijna negen jaar leidde de Britse schrijver Salman Rushdie een ondergronds bestaan om te ontkomen aan zijn doodvonnis...

De affaire was van een onvergelijkbaar veel grotere omvang, maar in de kern draaide het destijds om dezelfde vraag: zijn moslims bereid te accepteren dat in een democratie de vrijheid van meningsuiting zich ook uitstrekt tot het geloof? Toen, eind jaren tachtig, ging het om een boek, De Duivelsverzen, nu om eem film, Submission. Salman Rushdie zou de doodsbedreigingen overleven, Theo van Gogh niet.

In beide gevallen liepen de protesten tegen de 'belediging van de islam' uit op een heftige botsing tussen moslims en 'ongelovigen'. Het er toen wel veel gewelddadiger aan toe, waarbij aan de kant van de betogers verscheidene doden vielen, de meesten in India en Pakistan. Dat geeft meteen een ander verschil aan. Is de moord op Van Gogh een Nederlandse aangelegenheid, de Rushdie-affaire had vanaf het begin een internationale dimensie.

'Ik deel de trotse moslimgemeenschap in de wereld mee, dat de schrijver van het boek De Duivelsverzen, dat zich keert tegen de islam, de profeet en de koran, en iedereen die, kennis dragend van de inhoud ervan, betrokken is geweest bij de publicatie van het boek, ter dood zijn veroordeeld. Ik vraag alle moslims, waar dan ook, hen te executeren.'

Ayatollah Khomeiny, de Iraanse geestelijke leider wiens woorden op 14 februari 1989 wereldkundig werden gemaakt, tilde met deze fatwa de ophef over Rushdie's boek naar het hoogste diplomatieke niveau.

Aan het doodvonnis waren maanden van heftige protesten vooraf gegaan, die zich vanuit Groot-Brittannils een olievlek over de wereld uitbreidden. India verbood publicatie reeds kort na verschijning van het boek, eind september 1988. Pakistan, Saoedi-ArabiEgypte, Sudan, Qatar, SomaliIndonesin Zuid-Afrika volgden.

Vermoedelijk is er nog nooit zoveel aandacht geweest voor een boek dat slechts weinigen echt hebben gelezen. Want ook dat is een verschil met nu:

de boodschap van Submission was helder en de film had ook geen ander doel dan kritiek te leveren op bepaalde aspecten van de islam. Rushdie schreef fictie, een roman, waarin de islam het decor vormde voor een gecompliceerd verhaal. Want De Duivelsverzen stelt hoge eisen aan de lezer. Droom en werkelijkheid, heden en verleden zijn op ingenieuze wijze met elkaar vervlochten in verschillende verhaallijnen.

Hoe kon een moeilijk toegankelijke roman van ruim 500 pagina's desondanks honderdduizenden moslims in de hele wereld in beroering brengen? Ging het wel om het boek?

Voor veel moslims vormde het boek, of wat zij daarover hadden gehoord, het zoveelste bewijs voor de vijandigheid van het Westen tegenover de islam. Het was de bekende druppel.

Positief in het licht van de huidige ontreddering was dat de moslims in Nederland in meerderheid betrekkelijk gematigd reageerden en organisaties zich doorgaans beperkten tot boze verklaringen. Een demonstratie in Den Haag op 5 maart 1989 trok niet meer dan vijfduizend betogers. Even tekenend was de houding van de autoriteiten. Behalve dat door de betogers een verbod werd get van het boek, werden ook spreekkoren ('Dood aan Rushdie') aangeheven. Desondanks werd afgezien van strafvervolging, omdat dat toch niets zou uithalen.

Steun voor Rushdie kwam vooral van de kant van collega-schrijvers en journalisten. In een paginagrote advertentie in onder meer de Volkskrant (waarvoor uitgever Perscombinatie bij 'hoge uitzondering' een gereduceerd tarief rekende) verweten ongeveer zevenhonderd ondertekenaars de westerse regeringen veel te terughoudend op te treden. Begin maart verscheen nog een advertentie, nu in een reeks kranten over de hele wereld, waarin ongeveer duizend schrijvers stelling namen tegen de bedreiging van Rushdie.

Het diplomatieke steekspel, dat uiteindelijk leidde tot de terugtrekking van alle EU-ambassadeurs uit Iran, was toen reeds in volle gang. Aanvankelijk probeerde de Britse regering de zaak niet te hoog op te laten lopen, daar de betrekkingen met Iran net leken te verbeteren. Daarbij kwam dat ook Teheran zelf tegenstrijdige signalen gaf. Zo zou Khomeiny slechts hebben gesproken als 'geestelijk leider' en kondigde president Khamenei als staatshoofd aan dat de Britse schrijver zijn doodstraf kon ontlopen als hij alle moslims zijn nederige verontschuldigingen aanbood.

Een paar dagen later werd ontkend dat zoiets gezegd zou zijn. 'Zelfs al wordt hij de meest vrome man van zijn tijd', zo reageerde Khomeiny, dan nog kon Rushdie zijn doodvonnis niet ontlopen. Het voedde het vermoeden dat Rushdies boek vooral een instrument was in de interne machtsstrijd in Iran zelf. Khomeiny zou langs deze weg willen verhinderen dat pragmatici als Khamenei de overhand kregen.

Het diplomatieke getouwtrek zou nog ruim negen jaar duren voor, in 1998, Iran liet weten niet langer het hoofd van Rushdie te eisen. De schrijver had, zo zei hij na zijn 'bevrijding', negen jaar gevangen gezeten 'in een slechte Rushdie-roman. En geloof me, het is afgrijselijk gevangen te zitten in een slechte roman.'

Meer over