De schoonheid van streekproducten

Huis/Stijl..

* * * * *

Enkhuizen Tussen een oude scheepskist en een authentiek sierbord met daarop het zegel van de VOC ligt een glimmend scharnier. Dat deze constructie niet uit de zeventiende eeuw stamt, is overduidelijk. Het scharnier is een detail van een serie producten die ontwerper Joost van Bleiswijk (1976) heeft gemaakt in opdracht van het Zuiderzeemuseum. In de naastgelegen zaal van dit museum, dat zich uitstrekt over drie monumentale dijkhuizen in Enkhuizen, staan Van Bleiswijks houten kasten, die volgens een ingenieuze scharnierconstructie openvouwen als een bloem. In de kasten staan opgeblazen vijzels, pepermolens en borden met daarop zijn initialen JVB in de vorm van een VOC-zegel.

Sinds een paar jaar heeft het Zuiderzeemuseum design ontdekt. Aanvankelijk leek deze interesse nog ingegeven als een manier om een nieuw – lees ‘jong’ – publiek te trekken, waarbij niet op een onsje meer werd gelet. De immense kanariegele sculptuur op de dijk van Joep van Lieshout en de van symboliek doordrenkte bronzen objecten van Studio Job zijn losgezongen van de historische collectie van erfgoed van de oevers van wat nu het IJsselmeer is.

Snuffelen in depots
Met het aantreden van de nieuwe directeur Michael Huijser in 2009 zit er meer lijn in de designcollectie. Eigentijdse productontwerpers wordt gevraagd om één-op-één te reageren op de museumcollectie, zodat een link wordt gelegd tussen heden en verleden. In 2008 mocht het Amsterdamse ontwerpduo Stefan Scholten (1972) en Carole Baijings (1973) snuffelen in de depots om inspiratie op te doen voor een eigentijdse collectie; dit jaar is de eer aan Van Bleiswijk en diens partner Kiki van Eijk (1978). In de prachtige expositie Huist/Stijl worden beide collecties naast elkaar gepresenteerd, omringd door de traditionele museumcollectie waarop ze zijn geïnspireerd.

Opvallend verschil is dat Scholten & Baijings, die onder één naam werken, een vijftal traditionele gebruiksvoorwerpen letterlijk naar nu hebben vertaald. Naast een beschilderde Markenkast staat een ranke aluminium kast met strakke fotoprints van Maurice Scheltens. Een butte (de houten ‘reiskoffer’ van vissermannen) oogt als een rank kistje met tekeningen van de varende visfabrieken waarmee tegenwoordig de zeeën worden leeg getrokken.

Van Eijk en Van Bleiswijk, die eveneens een ontwerpstudio delen maar individueel werken, kiezen voor een andere aanpak. Van Eijk maakt collages van moderne interpretaties van garnalenemmers, naaikastjes en strijkijzers op kooltjes. Met deze Zuiderzee settings toont Van Eijk een subtiele manier de schoonheid van traditionele streekproducten waar we meestal zo achteloos aan voorbijgaan. Door zijn aardewerk te bekrassen stipt Van Bleiswijk met The Poor Man’s Gold een beladen thema van de vaderlandse zeehistorie aan. De koloniale uitbuiting en slavenhandel zijn immers een kras op het nationale blazoen.

Hoewel het vakmanschap van Van Eijk en Van Bleiswijk verbluffend is, heeft hun collectie één grote beperking: haar enige functie is het etaleren van de eigen overweldigende aanwezigheid. De kunstzinnige producten zijn op een witte sokkel gehesen, alsof ze niet gisteren maar in een vorige eeuw zijn gemaakt. Ze zijn daardoor gedoemd tot een bestaan binnen de muren van het museum.

De collectie van Scholten & Baijings is geen statische reflectie op het historisch erfgoed, maar bestaat uit actuele en bruikbare producten. De kast, de butte en een stoel zijn in een vereenvoudigde versie in productie bij het designlabel Established & Sons, waarmee ze juist een autonome plek buiten het museum opeisen. Een betere manier om een museumcollectie te actualiseren is er niet.

Jeroen Junte

Meer over