reportage

De scholen kunnen de duizenden Oekraïense leerlingen prima opvangen, denkt minister Wiersma

Tot wel 25 duizend leerplichtige Oekraïense leerlingen zullen binnenkort in Nederland naar school gaan, denkt het kabinet. De Onderwijsraad waarschuwt voor ontwrichting, de minister ziet het vol vertrouwen tegemoet.

Remco Meijer
Minister Wiersma vrijdag met koningin Máxima op bezoek op De Vuurvlinder, waar al les wordt gegeven aan Oekraïense kinderen die net in Nederland zijn. 
 Beeld Raymond Rutting /  de Volkskrant
Minister Wiersma vrijdag met koningin Máxima op bezoek op De Vuurvlinder, waar al les wordt gegeven aan Oekraïense kinderen die net in Nederland zijn.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Het Oekraïense jongetje Gherman staat voor het digibord in een van de klassen van de internationale basisschool De Vuurvlinder, die 270 leerlingen uit veertig landen telt. De school ligt in de wijk Mariahoeve in Den Haag. Niet het welvarendste deel van de stad, wel op een steenworp afstand van paleis Huis ten Bosch.

‘Hoe oud ben jij?’, vraagt koningin Máxima, die aan het eind van de schoolweek op bezoek is gekomen met minister Dennis Wiersma (VVD) voor basis- en voortgezet onderwijs. ‘Achtenhalf’, zegt Gherman trots. Hij is al een jaar in Nederland en tolkt voor Andrea, Paula en Stas, drie Oekraïense kinderen die enkele dagen geleden als oorlogsvluchtelingen zijn aangekomen.

Spelenderwijs doorlopen ze een taalcircuit, legt lerares Sasja Spliet uit, waarin de kinderen woorden leren die met emoties zijn verbonden. De drie nieuwe leerlingen hebben duidelijk meer belangstelling voor het spel dan voor een gesprek. Op de vraag wat ze leuk vinden op deze school, is het antwoord volgens de vertaling van Gherman: ‘Alles.’

‘Deze kinderen moeten eerst landen, structuur krijgen, zich veilig voelen’, zegt Spliet daarna in een groepsgesprek met docenten. ‘Ze kijken de kat uit de boom’, heeft Máxima vastgesteld. ‘Ja’, zegt Spliet, die hier sinds vijf jaar werkt. ‘Maar daarna kun je met het onderwijs aan deze leerlingen veel eer inleggen.’

‘Het kenmerk van ons soort onderwijs is dat we bijna geen enkele leerling in groep acht hebben die hier ook in groep twee heeft gezeten’, zegt directeur Rob Rosier. De ouders zijn hier gekomen als expats (maar dan in het segment dat niet zoveel verdient), uit liefde, of als vluchteling. Als de leerlingen het vereiste (taal)niveau hebben bereikt, stromen ze door naar een andere school.

Alarmerende brief

Nu dienen zich volgens het kabinet mogelijk 15- tot 25 duizend leerplichtige Oekraïense scholieren aan. Wiersma ontving afgelopen week een alarmerende brief van de Onderwijsraad. Het onafhankelijke adviesorgaan van de regering verwees naar het onderzoek Vluchtelingen en onderwijs uit 2017. Dat stelde vast dat ‘het Nederlandse onderwijsstelsel er niet voldoende op voorbereid is om binnen korte tijd veel vluchtelingen van goed onderwijs te voorzien’. Nu, met de komst van de Oekraïense vrouwen en kinderen, zijn volgens de Onderwijsraad de scholen ‘daar nog steeds niet echt klaar voor’.

Als we de straat zijn overgestoken naar het Diamantcollege, een school voor mavo en vmbo met eerste opvang voor anderstaligen en verbonden aan De Vuurvlinder, zegt Wiersma dat hij die kritiek geen recht vindt doen aan de inspanningen die de voorbije jaren zijn geleverd. ‘Er is sinds dat advies juist hard gewerkt aan dit soort nieuwkomersscholen. Vooral in het primair onderwijs, maar ook in het voortgezet onderwijs vangen wij nu in totaal zo’n 25 duizend kinderen op. Met de Oekraïners erbij zou dat een verdubbeling zijn. Dat is een hele klus, maar de eerste paar duizend kunnen we binnen een paar weken vrij gemakkelijk aan.’

De Onderwijsraad wijst ook op ‘stevige structurele problemen’, zoals het lerarentekort. Daar zijn door corona leerachterstanden bij gekomen. Om die in te lopen, heeft het ministerie met veel extra financiële middelen het Nationaal Programma Onderwijs opgetuigd. Daar gaat een hoop tijd en energie van scholen in zitten. Met een nieuw afgekondigd Nationaal Programma voor de Oekraïners wordt van het onderwijs nog meer gevraagd.

‘Niet iedereen gaat direct naar school’, zegt Wiersma, ‘maar ik vind het wel belangrijk dat het kan. Van de pakweg zevenduizend scholen in Nederland is zo’n 25 tot 30 procent gewend om met nieuwkomers te werken. Soms met een klas, soms met de hele school. Op plekken waar al zulke expertise is, en op andere plekken waar het kan, moeten we opschalen met tijdelijke voorzieningen. Daar waar het ontwrichtend zou werken op het onderwijs, moeten we het voorlopig niet doen en in de zomer de ontwikkelingen verder bekijken.’ Ook is er hoop dat tussen de vluchtelingen Oekraïners zitten met onderwijservaring. Bij hun registratie wordt daar nu naar gevraagd, volgens Wiersma.

Schakelklas

In de internationale schakelklas van het Diamantcollege beamen de leraren dat een of twee leerlingen uit Oekraïne op één school geen goed idee is. Hier zijn ze er juist op ingesteld. In een van de lokalen zitten het Russische meisje Alsou en de Oekraïense Julia zusterlijk naast elkaar. Beiden zijn 15 jaar oud. Het is Julia’s eerste dag op deze school. Ze kan al ‘doei’ zeggen. En ‘fijne dag’.

De Oekraïners zijn een speciale groep, omdat zij graag terug willen naar hun land maar niet weten of en op welke termijn dat kan. Máxima stelt vast dat de onduidelijke verwachtingen niet tot frustraties moeten leiden. Klopt, zeggen de docenten. ‘We staan niet voor niets bekend als een kunstzinnige school’, zegt directeur Monique Helling. ‘We zetten in op taal, taal, taal, maar in dit geval zijn juist ook andere dingen belangrijk, zoals beeldende vorming en sport.’

Docente Jacomine van der Wal is al twintig jaar actief in het nieuwkomersonderwijs, waarvan zes jaar op het Diamantcollege. Op de vraag van Máxima wat haar motiveert, antwoordt Van der Wal: ‘Wij zijn voor deze leerlingen de eerste kennismaking met de Nederlandse samenleving. Daarom maken wij graag duidelijk wat wij denken dat Nederland is.’

Een bordje boven de deur van het lokaal is veelzeggend. ‘We may be all different kind of fish, but in this school we swim together.’