De schemering tussen nachtmerrie en droom heerst in installatie Viola gebruikt tijd als rauw materiaal

Stations van Bill Viola, tot en met 3 september in het Van Abbe Museum, Eindhoven...

Wat een verkwikkende visie! En wat bemoedigend dat zijn optimisme niet eens zo heel erg vergezocht is en al evenmin getuigt van een makkelijk te ondermijnen gebrek aan realiteitszin!

Net zo doorslaggevend als vijf eeuwen geleden de renaissance, is volgens Bill Viola deze late twintigste eeuw: uitgerekend dit ontnuchterende einde van een millenium, deze periode waarin de modernistische vooruitgangsgedachte gepasseerd is en de kunst zich ontwikkelt zonder veel vertrouwen in wezenlijke vernieuwing.

Indertijd ontdekten schilders en architecten als Masaccio, Brunelleschi en Alberti het perspectief, nu verrijken kunstenaars als Gary Hill, Bruce Nauman en Bill Viola himself (New York, 1951) de beeldende kunst definitief met de dimensie tijd. Viola: 'In de komende eeuw zal het steeds moeilijker worden beelden niet aan enige tijdsduur te relateren.'

De reeds langer dan vandaag de dag toonaangevende Amerikanen Hill, Nauman en Viola (met onvergetelijke installaties vertegenwoordigd op de laatste Documenta in Kassel, 1992) verkennen sinds decennia de reikwijdte van het medium video. Zij doen dat nooit commercieel, stoer, snel en glamoureus zoals in de populaire clip- en zap-cultuur en laten zich evenmin beperken door het huiskamerkastje dat de beeldbuis in het alledaagse leven omlijst.

De televisie is door dit trio allang uit de particuliere woning getild en opgeblazen tot het formaat van royale museumzalen. Daar glijden hun duistere beelden niet gladjes over het netvlies van de toeschouwer heen, maar omhullen hem helemaal. De techniek maakt onderdeel uit van òf is ondergeschikt aan hun sculpturale projecties die het menselijk bestaan zelf weergeven: vaak vertraagd, herhaald en onthullend tot op het bot.

'Eerder dan de camera, de monitor, de video-recorder en dergelijke, zou ik zeggen dat tijd het rauwe materiaal is waarmee ik werk,' aldus Viola in zijn omvangrijke monografie uit 1994. Zijn twintigste eeuwse publiek kan de blik niet meer fixeren op een 'centraal verdwijnpunt' ergens in een illusoire verte op het schildersvlak van paneel, muur of doek. Het ontkomt er niet aan zich van top tot teen te begeven in installaties die diverse zintuigen tegelijk aanspreken.

In veelal verduisterde ruimten wordt de toeschouwer omringd door beweeglijke geluiden en beelden, die even vluchtig en veranderlijk zijn als hijzelf. 'Human beings, as all living things, are essentially creatures of time,' stelt Viola, zich intussen welbewust van één belangrijk onderscheid tussen ons, human beings, en al die andere living things. Het aan de mens voorbehouden besèf van sterfelijkheid is cruciaal voor de conditio humana die hij aan de oppervlakte brengt in zijn video's, met beelden, die net als wij, een begin kennen en een eind - al worden ze nog zo vaak herhaald.

Het Van Abbe Museum, dat kort geleden een aangrijpende video-installatie toonde van Tony Oursler (een generatie-jongere nazaat van de pioniers Hill, Nauman en Viola) stelt er klaarblijkelijk - en met reden - eer in recht te doen aan wat Viola dè twintigste eeuwse kunstvernieuwing noemt. Het Eindhovense museum biedt deze maanden onderdak aan Stations: een monumentale multi-media installatie van Bill Viola uit 1994.

Op de drempel van de toonzaal waar Viola dit werk ensceneerde wordt de toeschouwer de doorgang belemmerd door een zware duisternis. Hij stokt als vanzelf, want zijn ogen moeten wennen aan die omgeving die zo zwart schijnt als zijn eigen pupillen en slechts heel langzaam lichter wordt. In het tot schemergrauw opgeloste zwart kan hij zich ten slotte, aanvankelijk nog aarzelend, op de tast, de ruimte in begeven, waar vijf projectie-schermen aan het plafond hangen die elk een meer dan levengrote video-opname tonen van een menselijk naakt onder water.

Het is het licht van deze bleke lichamen - ondersteboven ondergedompeld, langgerekt en slapjes zwevend in die onbestemde watermassa's - dat zich gaandeweg door de ruimte verspreidt en weerkaatst op de handen en het gezicht van de toeschouwer. Een rechtopstaand evenbeeld van deze 'onsterfelijke drenkelingen' wordt gereflecteerd door vijf rechthoekige, granieten platen, die glanzendzwart gepolijst op de grond liggen onder elk projectiescherm, als rimpelloze vijvers voor de voeten van het publiek.

Deze weerspiegeling van in slow motion wiegelende lichamen heeft op de toeschouwer een hypnotiserend, verlokkend effect. Wat hij tegenover zich ziet, weet hij ook aanwezig achter zijn rug, neemt hij uit zijn ooghoeken waar aan weerskanten van zichzelf en wanneer hij naar beneden kijkt eveneens op de vloer voor zich, in die glanzende grafsteen-achtige poelen, die spiegels voor hemzelf zouden kunnen zijn, wanneer hij ten minste nog iets meer naar voren helt, op dat deinende ritme van die lichamen in dat oeverloze water...

Maar dan doorbreekt een knal als een pistoolschot elke mijmering. Bij tijd en wijlen weerklinkt dat gewelddadige geluid, en dooft vervolgens telkens opnieuw, bruisend, borrelend, kabbelend en ruisend.

De vijf lichamen, die van een jongen, een meisje, een man, een zwangere vrouw en een grijsaard, drijven om de beurt het beeld uit. Het videoscherm en de granieten waterspiegel worden weer zwarter dan zwart, totdat de figuren van het ene op het andere moment - telkens onverwacht, hoe voorbereid de toeschouwer ook is - in één grootse, vitale sprong andermaal te voorschijn plonzen: een donderslag het water in.

Hun komen en gaan belichaamt het verstrijken van de tijd, de onoplosbare raadsels van licht en duisternis, geboorte en dood - begrippen die te groot zijn om met het verstand alleen te kunnen bevatten. Terwijl Viola iets van dat levensmysterie ontsluiert, versluiert en verdubbelt hij het ook: speciaal met zijn projectie van de zwangere vrouw, die, als het kind dat zij in zich draagt, rondwaart door het kalme water.

Tezelfdertijd spectaculair en intiem, verontrustend en sereen, dirigeren Viola's spirituele Stations de toeschouwer als een slaapwandelaar door het schemergebied tussen nachtmerrie en droom.

Wilma Sütö

Meer over