De schaduw na de schijnwerper

Topsport bedrijven is 'verslavend', zegt de ene topsporter. De ander spreekt hem niet tegen. Dus: waren dit écht de laatste Olympische Spelen?...

door Bart Jungmann en Marcel van Lieshout

- Joop Alberda, van het team de mission, zei maandag: alleen de winnaars hebben gelijk. Jullie hebben niet gewonnen.

Rienks: 'Dit zijn van die ad-hoc uitspraken. Maar ja, je moet toch wát zeggen. Na Atlanta werd er gezegd dat Nederland alleen nog maar goed was in teamsporten. Nu lijkt het erop alsof het puur het werk van individuen is. Wees maar blij dat de hockeyers hebben gewonnen.'

Blangé: 'Het is natuurlijk wel zo dat je in sport wordt afgerekend op prestaties en dan wordt er alleen maar naar de medailles gekeken. Dat is wel zo makkelijk. De manier waarop ze veroverd zijn, is iedereen over een half jaar vergeten. Als je zelf al jarenlang in de sport meedraait dan weet je dat de verschillen erg klein zijn. In Atlanta wonnen wij goud, hier werden we vijfde. In Atlanta viel de bal dus net wél goed, en hier in de kwartfinale niet.'

- Voelen jullie je verliezers?

Rienks: 'Van ons kon je niet zoveel verwachten. Bij de volleyballers stonden er op een gegeven moment zes van Atlanta in het veld. Bij ons waren er maar twee van de acht gewend aan finale-roeien. Ik geef meteen toe dat we wel voor een medaille gingen, maar diep in je hart weet je dat het heel moeilijk is. Maar de buitenstaander weet dat niet en die denkt: afgang. Gelijk heeft hij, want hij weet niet beter.'

Blangé: 'Holland Acht was goud in Atlanta, dan word je daarop afgerekend.'

Rienks: 'Als die vergelijking helemaal opging, zou dat betekenen dat ook die andere zes in de boot zullen stoppen, en dat is zeker niet het geval. De jongens die doorgaan denken: we zijn niet kansloos. Dat vind ik al heel wat. Gelukkig maar, want anders zou ik nu spijt hebben van het afgelopen jaar. Dat is ook wel een beetje zo, maar als ik weet dat er nu perspectief in zit, is het toch niet helemaal zinloos geweest.'

- Jullie zijn allebei teruggekeerd met het oog op Sydney. Overheerst nu een gevoel van spijt?

Rienks: 'De laatste week in Sydney liep ik toch rond met het idee dat het beter was geweest wanneer ik vorig jaar gestopt was. Ik heb er mede voor gezorgd dat de Holland Acht hier was, maar daarna had ik beter kunnen kappen. Daar was die acht niet beter van gegaan, maar ook niet veel slechter, denk ik.'

Blangé: 'Ik denk dat je hetbegrip spijt los van de prestatie moet zien. Je kunt nog zo hard trainen en er op het moment suprême toch niets van bakken. Er zijn geen garanties. Andersom werkt het net zo. Kijk naar Van Kalken die naar het EK judo gaat zonder enige voorbereiding en toch wint. Dat is ook het mooie van sport.'

Rienks: 'Vergeet ook niet dat Peter het clubvolleybal had en heeft. Ik heb me helemaal gericht op Sydney, om hier te presteren. Alles wat we hiervoor hebben gedaan, interesseert me geen biet.'

Blangé: 'Het is wel zo dat ik wel degelijk mezelf heb afgevraagd hoe het zou zijn als je Sydneyniet haalt met dit team. Maar je maakt met jezelf een afspraak daarover: ik maak het af waarhet ook strandt en dan maar met alle stront. Niet achteraf zeg-gen dat het niet verstandig is geweest.

'Maar er is veel gebeurd natuurlijk. Twee jaar interne problemen gehad, de regels in het volleybal zijn veranderd. Met dat nieuwe puntensysteem kan iedereen van iedereen winnen. Maar je hebt wel een gouden medaille om je nek met jongens die nog niks hebben meegemaakt. Dan kan het hard gaan.'

- Als oudje moet je zuinig met krachten omgaan. Geeft dat binnen een ploeg problemen?

Blangé: 'Bij ons is het normaal dat er leeftijdsdiscriminatie is. Als spelverdeler heb ik een specifieke positie waardoor ik niet de meest dwaze sprongen hoef te maken. Ter bescherming van mijn lichaam kan ik die overslaan. Aan de andere kant is het wel zo dat ik altijd alle wedstrijden moest spelen en altijd een van de kartrekkers ben.

'Toen ik jong was heb ik ook altijd het vuile werk op de trainingen moeten doen. Het is in de volleybalcultuur heel normaal dat de rest nog even doorgaat, terwijl ik al naar de kleedkamer ga.'

- Is de fysieke schade groot?

Blangé: 'We zijn allemaal zwaar en groot en we springen heel veel. Dus is het logisch dat enkels, knieën en ruggen het nodige protest aantekenen. Dat geeft lichamelijke slijtage, bij mij is dat vooral mijn rug. Maar dat weet je. Topsport is niet gezond.'

- Wat is er anders aan de huidige generatie topsporters?

Rienks: 'Ze zijn nog prestatiegerichter dan ik in mijn eerste jaren was. Ik kan me niet herinneren dat ik na Los Angeles zo teleurgesteld was als zij nu. De sfeer in de hele equipe is meer medaillegericht. Ik zeg niet of dat goed of slecht is, maar je moet wel hopen dat mensen daardoor niet snel té teleurgesteld raken en afhaken.'

Blangé: 'Toen ik begin twintig was, was er ook altijd de teneur dat er wat mankeerde aan de jongeren. Ook al speelde je geen punt, je kreeg de term dead weight mee. Er was altijd iets op ons aan te merken. Ik merk nu zelf dat ik ook de neiging heb om die dingen te zeggen. Topsport is een groeiproces en dat noem je ervaring. Dat betekent ook dat je anders gaat denken over sport dan toen je twintig was.'

Rienks: 'Toen ik begon met roeien was er niets, althans bij het mannenroeien. Dat is als het ware met mij meegegroeid. Dus voor mij is het in dat opzicht gemakkelijk geweest. Ik was meteen een van de beteren. Nu moeten die mannen veel hoger instappen en dan krijg je ook direct die teleurstelling. Toen ik naar de Spelen ging was het feest toen ik terug kwam. Ik was olympiër geworden. Voor deze jongens is dat een andere ervaring, bepaald geen feest.'

Blangé: 'Nu ga je af door zijdeur.'

Rienks: 'Ik kan echt niets kwaads zeggen over de mentaliteit. Van de roeiers niet en van de andere sporters ook niet.'

Blangé: 'Daarop is ook het selectiebeleid gehanteerd. De kwalificatie-eisen worden steeds verder opgeschroefd. Het gaat niet meer om het meedoen. Meedoen? Hoezo meedoen? Je bent hier om winnen.'

Rienks: 'Zelfs mensen die zilver of brons veroveren, tellen al veel minder mee. Als je mij vraagt om alle bronzen-medaillewinnaars op te noemen, moet ik lang nadenken.'

- Vier jaar geleden rondden jullie een project met olympisch goud af, nu zijn jullie beiden later ingestapt.

Rienks: 'Dat is heel anders, ja, en onbewust denk je: het is minder. Maar je zegt het niet en je denkt: laat maar, het is wel goed zo en er zijn meer wegen die naar Rome leiden.'

- Jij bent wel het conflict aangegaan.

Rienks: 'Dat was ook makkelijk: ik ben gevraagd om terug te komen. Ze hadden zich niet gekwalificeerd en enigszins reddend ben ik wel geweest. We hebben alleen de laatste etappe niet gehaald. Maar ik hoop dat de rest van de club iets aan mij heeft gehad.'

- Binnen het team voelden jullie je niet de oude man?

Blangé: 'Er zal altijd een generatiekloof zijn. Sport is een doorstromingsproces. Bij ons is Martin van der Horst op het laatst nog teruggekeerd, maar daarvoor was ik verreweg de oudste. Ik had meer feeling met jongens in de begeleiding dan met de spelers. De oudsten zitten met een bakje koffie na te genieten, de jeugd gaat na de laatste bal meteen weg.'

Rienks: 'Dat heb ik ook meegemaakt, jongens die tot en met een trainingskamp dachten dat het goed was zich te ontspannen tot diep in de nacht. Daar heb ik pas na het WK iets van gezegd omdat je eerst nog denkt: het is kennelijk jullie stijl.'

- Is het minder leuk geweest omdat het nu geen eigen project was?

Rienks: 'Ja, een beetje wel, maar dat wordt ook door prestatie bepaald. Als we hadden gewonnen dan was ík de ommekeer geweest, blabla. Vorig jaar was ik dat ook, we hebben een paar keer heel snel gevaren. Maar daarna is het weer verwaterd en hebben we het geen moment meer in de hand gehad. Vraag niet waarom. Ik weet het niet, dat is ook zo beroerd.'

Blangé: 'Je hebt op de toppen van je kunnen gespeeld en je bent er heel dichtbij geweest. Wedstrijden daarna zijn zonde van je tijd. Waar speel je dan nog voor? Een diploma?'

Rienks: 'Ik was na die herkansing het liefst meteen weggegaan. Ik heb het er met thuis ook nog wel even over gehad. Maar toch ben ik niet vertrokken. Ik ben sporter genoeg om andere wedstrijden ook leuk te vinden. Bovendien: de wereld vergaat niet en je wordt ook niet echt gelukkiger van een gouden medaille. Ja, even. Maar je wordt in elk geval niet ongelukkiger wanneer je hem niet hebt.'

- Was het ook een gevoel van verantwoordelijkheid om terug te keren?

Blangé: 'Het was toch vooral dat ik zelf het moment wilde bepalen om te stoppen. Toen ik niet meer als aanvoerder geaccepteerd werd, had ik toch sterk het gevoel dat ik al bij het grofvuil werd gezet zonder dat ik zelf afscheid had genomen.'

Rienks: 'Was je nu dan aanvoerder?'

Blangé: 'Nee, Bas van de Goor.'

Rienks: 'En was dat niet erg?'

Blangé: 'Nee, dat is verleden tijd.'

Rienks: 'Beetje erg dus wel.'

Blangé: 'Nee, ik heb een duidelijk andere functie gekregen. Mijn betrokkenheid is anders geworden sinds de problemen uit de wereld zijn. Het is een andere groep. Met de vorige jongens gingen we voor elkaar door het vuur en het aanvoerderschap gaf me niet alleen een gevoel van trots maar ook van verantwoordelijkheid. Dat was ook een van mijn motivatoren om er altijd te staan.

'Nu heb ik het alleen voor mezelf gedaan. Dat klinkt misschien hard naar anderen toe, maar zo is het wel. Natuurlijk heb ik de anderen nodig, maar ik doe het puur voor mezelf. Ik heb me behoorlijk in de steek gelaten gevoeld. Het was echt niet het conflict tussen een coach en een speler, waar de anderen niks mee te maken hadden.

'Met Ron Zwerver zijn er destijds ook akkefietjes geweest, maar als er toen was gezegd dat Zwerver eruit moest, had ik echt wel even aan de bel getrokken, want dan kwamen ze ook aan mijn eten.'

Rienks: 'Ik heb juist niet het gevoel dat het ik het voor mezelf heb gedaan. Dat was vroeger veel meer zo. Ik heb ook echt wel getwijfeld of ik het moest doen. Daardoor was het veel meer een gevoel van verantwoordelijkheid. Een aantal malen heb ik gedacht: ik kap ermee. Maar dan ben je ook zo'n wegloper. En je denkt: stel dat ze straks wél met een medaille staan . . .

Blangé: 'Dat moet je niet hebben.'

Rienks: 'Vroeger, als ik achtste werd, putte ik daaruit de motivatie om er een schepje bovenop te doen. Dat kan nu niet meer en dat is jammer. Nu krijg je ook de verhalen van dat het voor mij een toernooi te ver is geweest. Maar lichamelijk ben ik niet minder dan toen ik 25 jaar was. Daarmee zeg ik niet dat het niet aan mij heeft gelegen. Het is een teamproces, je moet het op tijd op orde krijgen. Dat is niet gelukt. Maar het kan nog wel, net als in 1996. Eigenlijk zou ik dat nog wel willen bewijzen, maar dat gaat dus niet meer.'

Blangé: 'Je houdt altijd een bepaalde prestatiedrang. Probleem met mij is dat de lichamelijke problemen zo groot zijn dat ik dat niet meer kan opbrengen.'

Rienks: 'Je kunt ook niet opnieuw het een paar jaar aankijken of je er in wilt stappen. Ik denk ook niet dat het goed is voor het team, tenzij ze je écht nodig hebben. Maar zij denken op een gegeven moment ook: nu wil ik ook wel eens laten zien dat het zonder die gasten kan.'

Meer over