DE RUSSISCHE DRAAI

DEZE week belden Clinton, Blair en Schröder Jeltsin op om hem te bedanken voor de Russische medewerking aan een Kosovo-akkoord dat aan de NAVO-eisen beantwoordt....

Toen plaatste Rusland zich, óók bij monde van Jeltsin zelf, nog vierkant achter Servië. Heel even leek het er zelfs op dat Moskou de Koude Oorlog tegen het Westen, die het tien jaar eerder had verloren, heropende.

Op 9 april zei Jeltsin: 'Ik heb de NAVO, de Amerikanen, de Duitsers laten weten dat zij ons niet moeten dwingen tot militaire actie. Anders krijgen we een Europese oorlog en mogelijk een wereldoorlog'. Dat was twee weken na het weinig overtuigende begin van de NAVO-actie tegen Servië.

Volgens de communistische voorzitter van de Doema zei Jeltsin ook nog dat hij bevel had gegeven de atoomraketten 'opnieuw te richten op de landen die Joegoslavië aanvallen'. Die woorden werden door de tv niet uitgezonden. Wel Jeltsins uitspraak: 'Zij willen grondtroepen gebruiken om Joegoslavië tot hun protectoraat te maken. Dat kunnen wij niet toestaan. Rusland en de toegang tot de Middellandse Zee zijn dichtbij en onder geen beding kunnen wij Joegoslavië opgeven.'

Tekenend was dat de etnische zuivering in Kosovo in de Russische media niet bestond. Volgens minister van Buitenlandse Zaken Ivanov was dat westerse propaganda. Premier Primakov beweerde dat de uittocht uit Kosovo veroorzaakt werd door de NAVO-bombardementen. Turkije kreeg van Moskou bericht dat Russische oorlogsschepen door de Dardanellen naar de Adriatische Zee zouden opstomen. De Russische dreiging leek terug en in de westerse hoofdsteden liepen menigeen de rillingen over de rug.

In twee-en-een-halve maand verschoof de Russische opstelling. Keerpunt was, achteraf bezien, het ontslag van Primakov dat de weg vrij maakte voor een koerswijziging naar samenwerking met het Westen. Die koerswijziging volgde op de verharding van het westerse optreden.

De Britse militaire publicist John Keegan heeft er in zijn nogal geruchtmakende artikel in de Sunday Telegraph (waarin hij erkent dat hij het inzake de kans van slagen van een luchtoorlog bij het verkeerde eind had) op gewezen dat er in feite twee luchtoorlogen waren. De eerste duurde volgens hem een maand, de tweede zes weken. Tijdens de eerste voerde de NAVO 80 vluchten per dag uit, niet genoeg om het Servische oorlogsenthousiasme te dempen. In de tweede oorlogsfase werd het aantal opgevoerd tot 600 vluchten per dag.

'Toen kwam de boodschap over'. Ook in Moskou blijkbaar.

Een en ander duidt erop dat ook de adviseurs van Jeltsin in het begin mis gokten. Zij gingen ervan uit dat de NAVO door interne verdeeldheid en wegsmeltende publieke steun Milosevic niet op de knieën zou krijgen. Naarmate deze verwachting fout bleek, verzetten zij hun bakens. Tot woede van het communistisch-nationalistische blok, dat de overeenkomst als 'capitulatie' beschouwt en Jeltsins 'landverraad' tot inzet wil maken van de Doema-verkiezingen in december.

De groepen rond Jeltsin weten dat Rusland - en zij zelf - zonder de kapitalistische wereld weinig toekomst heeft. Dus kozen zij voor een pragmatische opstelling. Voor de coalitie van conservatieve communisten en grootrussische nationalisten, onder wie vele hoge militairen, ligt dat anders. De afwijzing van het verfoeide westerse model ten gunste van een collectivistische Russische weg was de basis waarop zij naar elkaar toegroeiden.

Buitengewoon helder is dit beschreven in het onlangs verschenen Reinventing Russia-Russian nationalism and the Soviet Statevan Yitzhak Brudny, die eerst in de Sovjet-Unie en later in Israël het opkomende nationalistische tij meemaakte.

Brudny toont aan dat het nationalisme binnen de huidige Russische elite zijn oorsprong vindt in de Brezjnev-periode (1964-'82) toen de partijtop - geconfronteerd met de armoede van de communistische ideologie - voor een politiek van systematische 'coöptatie' van de nationalistische stromingen koos.

De huidige communistenleider Zjoeganov komt rechtstreeks uit Brezjnews coöptatie-politiek voort. In februari 1991 richtte hij een Coördinerende Raad van de Nationaal-Patriottische Bewegingen in Rusland op. Brudny schrijft dat hij daarbij werd 'geïnspireerd door de gebeurtenissen in Servië waar de heersende partij als enige communistische partij in Oost-Europa aan de macht wist te blijven door een ongeremd nationalistisch platform aan te nemen'.

De mislukking van de coup tegen Gorbatsjov in augustus 1991 voorkwam 'de herhaling van het Servische model in Rusland' maar bracht betrokkenen allerminst op andere gedachten. Voor het communistisch-nationalistische blok in Rusland is Milosevic een bondgenoot en voor velen meer dan dat, namelijk een lichtend voorbeeld.

Op het kritieke moment wist Jeltsin, hoe verzwakt ook, zijn wil in Moskou door te zetten. Daarmee is de interne strijd in Rusland echter niet ten einde.

Meer over