De 'ruggengraat' van New Orleans verdient weer

Eerst het water, toen de plunderaars, en nu een gebrek aan personeel en klanten. Kleine ondernemers in New Orleans worstelen, maar geven niet op....

Voor een nieuwe spijkerbroek moet je bij Muhamed Salem zijn.Dat was zo voordat de orkaan Katrina New Orleans op 29 augustuslamlegde, en dat is nog steeds zo. Met bescheiden trots meldt dekleine ondernemer dat hij als een van de eersten terug was. Alin oktober opende hij de deuren van zijn kledingzaak, Denim Den.Het is simpel, zegt Salem: 'Ik moet weer verdienen, en mensenhebben kleren nodig.'

Vier winkels had hij, allemaal aan de drukke Canal Street.Twee daarvan zijn reddeloos verloren door het vuile water datbinnenkwam, gevolgd door plunderaars. 'Van de inventaris is nietsover.' Salem overweegt zijn sportkledingzaak ook weer te openen,maar weet niet of dat zal lukken. Hij is al 80 duizend dollarkwijt en was 'matig' verzekerd. Nu zucht de zachtmoedigewinkelier diep. 'Het is moeilijk.'

De zelfstandig ondernemers van New Orleans kampen, net alsalle inwoners, met grote problemen. Veel winkels en bedrijfjeszijn tijdens de catastrofe door wind en water verwoest. De zakendie wel overleefden, zijn vaak bestolen. Dan is er de nietonbelangrijke vraag hoe je handel drijft zonder personeel enklanten, want vier op de vijf stedelingen zijn nog steeds nietterug. En het is onzeker óf ze terugkomen.

Salem heeft zijn elf werknemers moeten ontslaan, voor zoverze zelf niet al hadden besloten New Orleans voorgoed vaarwel tezeggen. Alleen een van zijn zoons staat tussen de Levi's eenenkele klant te helpen; Salem heeft een vrouw en elf kinderen teonderhouden.

De duizenden 'small businesspeople' zijn volgens presidentBush, burgemeester Ray Nagin en henzelf de 'ruggengraat' van NewOrleans. Hun succes of falen wordt als een integraal onderdeelbeschouwd van de gehoopte wederopstanding van de stad.

In kapotte wijken als St. Bernard en de Lower Ninth Wardliggen kruidenierszaken, pizzatenten en kapsalons er triest bij,verlaten en verloren. Daar is de vraag niet wanneer deondernemers weerkeren, maar of de buurt zal overleven. Elderskunnen dichtgetimmerde bedrijven op het oog zo weer aan de slag,als er tenminste elektriciteit en water is.

Voor mensen in die stadsdelen organiseerde de HolyCross-universiteit vorige week een workshop: 'Overleven - Je zaakopbouwen na de storm.' Twee energieke sprekers trachten een groepvan veertig ondernemers moed in te spreken. 'Natuurlijk zittenwe nog steeds in een crisis', wil consulant annex docent PaulHasney wel toegeven. 'Maar succes is absoluut mogelijk! Formuleerje doelen, maak een tijdblak en een plan, en meet je succes afaan de doelstellingen.'

Het klinkt allemaal abstract voor de vermoeid ogendecursisten, die vaak geen huis meer hebben en hun vriendenverloren. Toch willen ze verder en hebben ze hulp nodig.

Angela Crown beheert een kleine sauna en een schoonheidssalon.Ze had zes werknemers, nu heeft ze er nog één. Klanten willenwel komen, maar hoe kan ze hen bedienen? 'Het is frustrerend',zegt Crown. 'Ik zit vast.' Hasney en mede-slachtoffers hebbentips. Huur tijdelijk goedkope studenten in. Leen geld zonderrente, wat sommige banken in de regio aanbieden. Beperk jeopeningstijden, maar focus en lever goede service als je wel openbent. Stel een helder doel voor 1 januari, en werk daar naartoe.Crown knikt en schrijft drifig mee. Ze kijkt wat vrolijker: 'Dithelpt.'

Elke ondernemer gaat op zijn eigen manier om met de ellendena Katrina. Tyrone Butler had een eenmansbedrijfje als impresariovoor jazz-musici. Hij heeft nu geen huis, geen kantoor en geenwerk. Onlangs kwam hij naar een openbare vragensessie met deburgemeester. Toen het zijn beurt was bij de microfoon, bood hijbescheiden zijn diensten aan, vrijwillig. 'Zeg me wat ik kandoen, en ik doe het.'

Beter iets zinnigs doen voor niks dan eindeloos op de bank vanzijn vriendin zitten, zegt Butler even later. Hij houdt moed:'Als de muzikanten er weer zijn, kan ik aan de slag.'

Een enkeling doet beter zaken dan ooit: de hotels waarbouwvakkers en verzekeringsmensen zitten, de kroegen waardiezelfde lieden 's avonds aan de whisky gaan. En dan is er PatO'Connell. De herenkapper is een soort instituut van het FrenchQuarter, het toeristische hart dat alweer weken bonst. Hij werkttien uur per dag, zes dagen per week. Bezoekende werklieden,barmannen die terugkeerden, soms een oude bekende of vaste klant- allemaal hebben ze haar dat geknipt moet worden.

De zaak borrelt van de dramatische orkaan-verhalen en scherpepolitiek betogen. O'Connell zelf geeft met de schaar in de handnon-stop lezingen over 'het grote falen' van Bush.

Hij verdient deze dagen goed, zegt de ondernemer, die in eenstacaravan woont terwijl hij wacht op verzekeringsgeld om zijndoorweekte huis op te knappen. Een beetje schuldig voelt hij zichwel, als enige herenkapper in de wijde omtrek. 'Het ongeluk vananderen is mijn geluk. Maar ja, ik moet wel.'

Meer over