'De relatie met de stad bepaalt het succes van een gebouw'

Ontwerpen begint voor KAAN Architecten met een zoektocht naar het verhaal van een gebouw. Een mooie villa schetsen? Leuk. Maar bij lastige bouwwerken met een publiek karakter begint het architectenhart pas echt te kloppen.

Een verzameling maquettes bij KAAN architecten. Beeld raymond rutting
Een verzameling maquettes bij KAAN architecten.Beeld raymond rutting

Lopend door de grote zaal van KAAN Architecten, met uitzicht op de Maas richting Erasmusbrug, wijst naamgever Kees Kaan (55) stuk voor stuk de grote bureaublokken aan. 'Dit is de Franse tafel', zegt hij, gebarend naar een blok met acht werkplekken. Veelal jonge architecten werken er aan vier projecten van het kantoor in Frankrijk, waaronder een universiteitsgebouw nabij Parijs en de Kamer van Koophandel van Lille.

Aan de 'Belgische tafel' wordt gewerkt aan onder meer de renovatie en uitbreiding van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen en een stadsbibliotheek in het Vlaamse Aalst. Op een computerscherm aan de 'Duitse' tafel staan plannen voor een universiteitsgebouw in Tübingen.

Even verderop worden de tafels Nederlandser. Er worden bijvoorbeeld plannen ontwikkeld voor de renovatie en uitbreiding van Paleis Het Loo in Apeldoorn. Ook is er een hoek voor het ontwerp van het nieuwe gebouw van de rechtbank van Amsterdam. Eind april opende in Den Haag al het nieuwe onderkomen van de Hoge Raad, naar ontwerp van KAAN. In de Volkskrant werd het eindresultaat omschreven als een 'radicaal' gebouw dat zowel het gezag als de transparantie uitstraalt die passen bij het instituut. Het ontwerp is genomineerd voor de Mies van der Rohe Award, de prijs van de Europese Unie voor hedendaagse architectuur.

Bedrijf: KAAN Architecten

Waar: Rotterdam
Sinds: 2014 (opvolger van Claus en Kaan Architecten, 1988).
Aantal werknemers: 70
Jaaromzet: 7,8 miljoen euro (2016)

null Beeld
Beeld

Anti-cyclisch

Veel werk dus voor KAAN Architecten, in een tijd dat de architectenbranche nog opkrabbelt na de krach in de bouwproductie van de crisisjaren. Het bureau heeft drie partners (Kees Kaan, Dikkie Scipio en Vincent Panhuysen) en inmiddels weer zeventig medewerkers, waarvan bijna de helft vrouw. De voertaal is Engels, want de medewerkers hebben samen vijftien nationaliteiten, van Kroatisch en Armeens tot Braziliaans en Chinees. Twee jaar geleden liepen bij het kantoor nog maar dertig mensen rond.

Zijn bureau kwam die crisistijd juist 'anti-cyclisch' door, zegt Kaan. 'Met enig geluk, dat wel. We konden een kernploeg in stand houden van ervaren mensen. Zo behielden we veel kennis. En dat heeft ons erg geholpen bij de opkomst van de publiek-private projecten, waarin overheidsdiensten en particuliere partijen een langdurige samenwerking aangaan.'

Lol van het ondernemen

De rechtbank Amsterdam wordt zo'n langdurig project. KAAN zal tot dertig jaar na oplevering van de rechtbank verantwoordelijk blijven voor het bewaken van de esthetische kwaliteit, ook als er dingen aan het gebouw veranderd moeten worden. Ook andere deelnemers aan het consortium dat de bouw werd gegund, van een investeerder tot twee bouwbedrijven, blijven betrokken. Kaan: 'Bij zulke grote, langjarige opdrachten maak je weinig kans als je je als architect beperkt tot het uitdenken van een concept. Je wordt pas voor vol aangezien als je het hele traject kunt leveren, van concept en begeleiding van de bouw tot oplevering en verdere begeleiding.'

Omvang is dus belangrijk, maar groei is geen doel op zich, benadrukt Kaan. 'Wij denken vanuit projecten en zijn niet gebonden aan omzetgroei. Is een groot project voltooid, dan moet je ook weer kunnen krimpen. Daarbij is het voor kantoor - en voor opdrachtgevers - belangrijk dat je ver vooruit kunt denken. Je zeilt constant scherp aan de wind. Wanneer eindigt de cashflow van het ene project en begint die van het andere? Het opzetten van zo'n economische strategie hoort overigens ook wel bij de lol van het ondernemen als architect.'

v.l.n.r. partners Dikkie Scipio, Kees Kaan en Vincent Panhuysen. Beeld raymond rutting
v.l.n.r. partners Dikkie Scipio, Kees Kaan en Vincent Panhuysen.Beeld raymond rutting

Het ontwerpen begint altijd met een zoektocht naar informatie, omschrijft Kaan zijn werkwijze. Bij de aanbesteding van grote overheidsprojecten worden soms duizend pagina's met eisen en specificaties uitgedeeld, 'tot en met de reflectiegraad van het licht op de bureaus.' Die vereisten wil Kaan eerst tot in detail begrijpen, net als de plaats en omgeving van het beoogde bouwwerk. Vervolgens wordt getracht om 'de kern' van het project te formuleren. 'Wat is het verhaal?' En pas daarna begint het ontwerpen.

Als hoogleraar complexe projecten aan de Technische Universiteit Delft draagt Kaan precies die filosofie uit. 'Met mijn studenten bestuderen we de overlap tussen stedenbouw en architectuur. Eerst onderzoeken we steden op hun opbouw en functioneren, dan pas gaan we ontwerpen. Ik ben allergisch voor studenten die zeggen 'mijn gebouw' en 'ik vind'. Ik wil gesprekken op basis van informatie en argumenten. Wat kan een gebouw toevoegen aan een stad, dat is de vraag. De relatie met de stad bepaalt het succes van een gebouw.'

Publiek belang

Het huidige bureau ontstond in 2014, met de opsplitsing van voorganger Claus en Kaan. Felix Claus en Kees Kaan kenden elkaar uit de collegebanken in Delft en werkten als jonge architecten jarenlang intensief samen. Na enige tijd vestigden zij onder beider naam, dat inmiddels een merk was geworden, hun individuele kantoren in Amsterdam en Rotterdam. Claus 'kreeg' het noorden van Nederland, Kaan het zuiden. 'Amsterdam had lange tijd meer te bieden dan Rotterdam, dus moesten wij over de grens kijken voor opdrachten. Dat heeft ons in de crisisjaren enorm geholpen.'

Uiteindelijk wogen de voordelen van de merknaam niet meer op tegen de nadelen. 'Zeker in deze tijd van aanbestedingen gaat het minder om merknamen. Ook wilde ik de vrijheid om in heel Nederland te kunnen werken.'

De aanbestedingsprocedures, met hun harde competitie tussen architecten, kunnen zenuwslopend en teleurstellend zijn, erkent Kaan. Ook in het kantoor in Rotterdam staan tal van maquettes op de plank van nooit gerealiseerde gebouwen. En de vergoedingen voor deelname aan een aanbestedingsprocedure lopen nog al eens uiteen. 'Maar er is ook een voordeel. Je kunt je visie op een gebouw volledig uitwerken, zonder tussentijdse inmenging.'

Bovendien, aanbestedingen zijn nu eenmaal vereist bij grote maatschappelijke projecten. En die doet Kaan liever dan het schetsen van bijvoorbeeld villa's. 'De vraag is: welk belang heeft een project? Moet je het vooral een particuliere opdrachtgever naar de zin maken? Of kun je een instituut als een rechtbank een waardige plek in de stad geven? Gebouwen met een publiek karakter, die het algemeen belang dienen, vind ik nu eenmaal het meest interessant. Juist op moeilijke plekken voel ik me als een vis in het water.'

Meer over