De protestantse leeuwenkuil

Hervormde, gereformeerde en lutherse kerken zijn er niet in geslaagd een langdurig dispuut over de predikantenopleidingen bevredigend op te lossen....

Sander van Walsum

WANNEER GELOOF verkeert in een heilig weten is de beer los. Zeker wanneer de gelovigen Nederlanders zijn. Nooit heeft er burchtvrede geheerst binnen de protestantse familie. Rekkelijken en preciezen hebben elkaar - voortdurend van gedaante veranderend - al eeuwen naar het leven gestaan. Nieuwe, steeds kleiner wordende, genootschappen eisen de geest van de ware kerk voor zich op, en verketteren in de beslotenheid van de eigen kring de dwaalleer die door de achterblijvers wordt beleden. 'Samen op Weg' is een eufemisme voor leerstellig geruzie op de vierkante millimeter.

'Gereformeerde theologie is geen salon-theologie, maar theologie die je met alle vezels van je bestaan beoefent', beaamde dominee W. Verboom tijdens de predikantencontio (i.e. jaarvergadering) van de Gereformeerde Bond in 1998. Ter illustratie van die stelling beschreef hij een handgemeen waarbij hij in de jaren vijftig eens betrokken was geraakt. De inzet van de matpartij: de leer van de veronderstelde wedergeboorte van Abraham Kuyper.

'In de Noord-Oosthoek van Friesland had de Doleantie (de beweging waarin Kuyper was voorgegaan, red.) stevig wortel geschoten en was de leer van Kuyper voor meerderen heilig. Zo ook voor de gereformeerde vrienden met wie ik naar school fietste. Zelf had ik thuis geleerd dat Kuypers leer een dwaalleer was. Er valt niets te veronderstellen als het om wedergeboorte gaat. Wedergeboorte is een bijzondere ingreep Gods in je leven, en als je die daad Gods niet ervaren hebt, dan is het zelfbedrog om te denken dat je wedergeboren bent. Mijn vrienden zeiden: ''Als je gedoopt bent, ben je wedergeboren.'' ''Mocht je willen'', zei ik. ''Waarom wordt een kind dan gedoopt?'', repliceerden zij. ''Dat is alleen uitwendig'', zei ik mijn ouders na. ''Nietwaar, dat is ook inwendig'', zeiden zij hun ouders na. ''Helemaal niet'', zei ik. ''Moet je die mensen bij jullie zien die wel gedoopt zijn, maar ze leven maar raak. Ze rijden zelfs op zondag in een auto.'' ''Onzin'', zeiden ze. ''Blijf van Kuyper af.'' ''Nee'', zei ik. ''Hij heeft jullie misleid.'' Zo ging dat door, tot we van de fiets afsprongen en elkaar te lijf gingen. De leer van de veronderstelde wedergeboorte werd uitgevochten langs de trekvaart tussen Kollum en Dokkum.'

Ach ja: in die overzichtelijke jaren vijftig kon het samengaan van jeugd en geloof nog tot grote onmin aanleiding geven, scheen Verboom te willen zeggen. In de nadagen van deze verlichte eeuw is zijn nostalgische mijmering echter nog onverkort actueel. De kinderen zullen elkaar dan niet langer in de Tale Kanaäns kastijden, de ouderen slagen er nog altijd in ruzies uit te vechten waarvan de inzet voor de buitenstaander volstrekt onbegrijpelijk is. Zelfs als zij lippendienst bewijzen aan de oecumene.

Zo zijn de hervormde, gereformeerde en lutherse kerken - die al sinds 1986 'Samen op Weg' heten te zijn naar de vestiging van een Verenigde Protestantse Kerk - er niet in geslaagd een langdurig dispuut over de predikantenopleidingen tot een bevredigend einde te brengen. De kwestie oogt betrekkelijk simpel: er is onder studenten te weinig animo voor het ambt van dominee om het voortbestaan van zes predikantenopleidingen te kunnen rechtvaardigen. Dat vond de commissie die in de jaren tachtig het theologisch onderwijs in Nederland evalueerde, dat vond de visitatiecommissie die in 1997 de kwaliteit van de opleidingen beoordeelde, en dat vindt ook de minister van Onderwijs. En eigenlijk vinden de betrokken instellingen het ook. Zij het dat geen van hen bereid is om in het eigen vlees te snijden.

De beoogde zelfreiniging bleef dan ook goeddeels uit. Het voorlopig resultaat van het met ruzie en vertrouwensbreuk omgeven proces is dat Samen op Weg- (SOW) proces volgens ingewijden averij heeft opgelopen, en dat het aantal predikantenopleidingen nagenoeg ongewijzigd blijft. Geen van de betrokkenen is blij met de uitkomst van het broederlijk overleg, en iedereen is boos op elkaar.

IN HET GESTEGGEL rondom de predikantenopleidingen komen dan ook tal van gevoeligheden en leerstellige finesses samen. Centraal staat het leerstuk van de scheiding tussen Kerk en Staat. Aanvankelijk, in de zeventiende eeuw, verzorgde de overheid de opleiding van (hervormde) predikanten. Vanaf 1876 echter, valt de studie op de algemene ('rijks-') universiteiten uiteen in een staats- en een kerkelijk gedeelte. Het eerste (vierjarige) deel ressorteert onder de universiteit en heeft een 'neutrale', wetenschappelijke inslag die weleens op gespannen voet komt te staan met het Godsbewijs. 'De faculteiten hebben zich lange tijd op het standpunt gesteld: wij hebben met de kerk niets te maken en doen gewoon ons werk', zegt de kerkhistoricus, en voorzitter van de laatste visitatiecommissie Godgeleerdheid, prof.dr.R. van den Broek. 'Als wij vinden dat Jezus nooit heeft bestaan, dan léren we onze studenten dat.'

De tweejarige bovenbouw van de opleiding - het beroepsvoorbereidende gedeelte - wordt echter betaald en ingevuld door de kerken zelf. Tot op de dag van heden hebben zij hun autonomie altijd streng bewaakt.

Naast de zogenoemde duplex ordo opleidingen op de vier algemene universiteiten (die van Leiden, Groningen, Utrecht en Amsterdam) zijn er nog twee universitaire simplex ordo opleidingen - één in Kampen en één aan de VU in Amsterdam - die geen onderscheid kennen tussen het algemene en het kerkelijke gedeelte. De eerste valt onder kerkelijk gezag, de tweede is zelfstandig. Op de zes opleidingen tezamen studeren slechts een kleine duizend mensen. Met halvering van de opleidingscapaciteit zou ruimschoots in de behoefte van de kerken kunnen worden voorzien.

Voormalig minister Ritzen vroeg de emeritus hoogleraar Van den Broek vorig jaar de herverkaveling van het theologisch domein voor te bereiden. Hij legde een aantal scenario's voor aan de betrokken instellingen, maar maakte zich op voorhand geen illusies over hun offervaardigheid. 'Toen ik mijn huis verliet voor een gesprek met de kerken, zei ik tegen mijn vrouw: ''Ik ga, gelijk Daniël, de leeuwenkuil in. En nu maar hopen dat de dauw des Heren mij beschermt, anders vreten ze mij op''.' Hij wist waarover hij het had. De sanering zou niet alleen worden bemoeilijkt door de aloude argwaan tegenover de staat, maar nog meer door onderlinge onmin. De protestantse familie telt vele bloedgroepen die pal staan voor hun particulier belang. De theologische faculteit van Groningen geldt als een confessioneel bolwerk. Leiden en Amsterdam horen van oudsher de vrijzinnigen toe. Utrecht, dat de grootste faculteit heeft, is gelieerd aan de Gereformeerde Bond - de rechter vleugel van de Nederlands-Hervormde Kerk.

De Vrije Universiteit en 'Kampen' leiden gereformeerde predikanten op, maar stammen elk uit een andere geloofstraditie: de eerste beroept zich op de zogenoemde Afscheiding van 1834, de tweede op de Doleantie van Abraham Kuyper. In de kerkelijke organisatie mogen beide richtingen dan goeddeels met elkaar zijn geconvergeerd, wanneer er predikantenopleidingen moeten worden opgedoekt gelden ze, aldus Van den Broek, als olie en water: 'ze zijn gewoon niet te mengen.'

Pogingen om in plaats van de bestaande gereformeerde opleidingen een nieuwe, rechtstreeks door de SOW-kerken bestuurde, instelling te vestigen zijn dan ook gefrustreerd door het weerwerk van de mannenbroeders. Het resultaat is dat Kampen blijft bestaan, en de predikantenopleiding van de VU verdwijnt. Dat wil zeggen: de kerken trekken er hun handen vanaf. De VU heeft echter aangekondigd gewoon predikanten te zullen opleiden. Als die hun weg naar de kansel niet weten te vinden, zullen ze wel emplooi vinden in het vormingswerk of andere niches van de softe sector. En Groningen, het andere saneringsslachtoffer, heeft eveneens laten weten haar predikantenopleiding in tact te zullen laten. Met of zonder medewerking van de kerken. Alleen de predikantenopleiding van de Universiteit van Amsterdam zal verdwijnen. Maar daartoe was al besloten voor de synode zich hiervoor uitsprak.

De herverkaveling van het theologisch domein heeft per saldo dus vrijwel niets opgeleverd, en is gepaard gegaan met een ouderwetse richtingenstrijd. De gereformeerden verwijten de hervormden wraak te hebben willen nemen op Abraham Kuyper en de vrijzinnige theoloog Kuitert - de wolf die, in de conceptie van de behoudende vleugel, 'de schaapskooi van Christus belaagt'. De hervormden hekelen de gereformeerde beheersing van de banale machtspolitiek. En binnen de Nederlands-Hervormde Kerk drijft de onverzettelijkheid van de Gereformeerde Bond de meer rekkelijke elementen tot wanhoop.

De kerken die nog niet eens bij wille of bij machte zijn om de sanering van de theologie-opleidingen tot een goed einde te brengen, wekken zeker twijfel over het welslagen van het SOW-proces. De gezamenlijke synode bewijst nog steeds lippendienst aan de oecumene, maar de herstichting van die nationale protestantse kerk is al verschillende keren uitgesteld. Ze wordt in elk geval niet voor 2004 voorzien.

MAAR OOK AAN revisie van die prognose wordt hard gewerkt. Vooral door de Gereformeerde Bond. Voor de achterban van dit hervormde smaldeel geldt het bouwen van de nieuwe kerk als een tijdspassering die, in de woorden van voormalig Trouw-columnist A.J. Klei, 'niet nuttiger is dan kegelen of bridgen, gelijk de heidenen doen.' Onderwijl is, dankzij het SOW-proces, de machtspositie van de Gereformeerde Bond binnen de hervormde kerk aanzienlijk verstevigd. Dat althans, is de opvatting van de Utrechtse hoogleraar dr. M.E. Brinkman. Om de Bonders aan boord van de hervormde kerk te houden, hebben de andere 'vleugels' - de vrijzinnigen en de aanhangers van de 'middenorthodoxie' - zoveel concessies moeten doen, dat zij zelf goeddeels uit het kerkelijk machtscentrum zijn verdwenen. Het lot van de oecumene ligt nu in handen van de meest behoudende elementen van de hervormde en gereformeerde kerken. En dat belooft weinig goeds voor de lang verbeide Verenigde Protestantse Kerk.

Maar de nieuwe middenpositie van de Gereformeerde Bond brengt, aldus Brinkman, ook met zich mee dat ze niet langer kan volharden in het zelf gekozen isolement. Als de belangrijkste machtsformatie binnen de hervormde kerk zal ze zich moeten openstellen voor invloeden van buitenaf. Zoals die van de evangelische beweging. Deze stroming, die vooral aanhangers heeft onder het allochtone kerkvolk, paart leerstellige orthodoxie aan sociale bewogenheid. 'Samen met de Gereformeerde Bond zal ze straks het grootste blok binnen protestants Nederland kunnen gaan vormen', zegt Brinkman. 'Zo beschouwd, zal het gezicht van de Nederlandse christenheid de komende eeuw weleens door de huidige asielzoekers bepaald kunnen worden.'

Meer over