De Proms houden Brittannia's eer hoog

Elk jaar, al sinds 1895, maken tienduizenden Britten via de Proms kennis met klassieke muziek. De promenadeconcerten trekken een zo breed mogelijk pubiek, dat in staat blijkt stil te luisteren - behalve tijdens de carnaveleske Last Night....

Van onze correspondent Peter de Waard

Van geen evenement werpt het slot zozeer zijn schaduw vooruit als de jaarlijkse Proms in Londen. De Last Night, de Laatste Avond, met de ballonnen, de rare hoeden, de patriotische bombarie, de samenzangen zoals Rule Britannia! en Land of Hope and Glory is een eruptie van Britishness waarmee dit land de zomer vaarwel zegt.

Maar de Proms zijn zo veel meer dan de Last Night. Het is een fenomeen dat elk jaar tienduizenden Britten kennis laat maken met klassieke muziek. Veelal is een concert voor hen niet meer dan een cultureel onderdeel van een toeristisch uitstapje in Londen: van de Horse Guards naar Hyde Park en langs het Albert Memorial naar de Royal Albert Hall. Vaders in spijkerbroek, kinderen met de McDonald's-saus nog rond de mond, toeristen met rugzakken, bankiers met aktetassen en flesjes mineraalwater komen hier voor nog geen tien pond naar de beste orkesten en beroemdste solisten ter wereld te luisteren.

Volgende week vrijdag wordt in de Royal Albert Hall de eerste Prom gehouden. Daarna volgen er nog 73 promenadeconcerten tot de roemruchte Laatste Avond op 14 september. Niet alleen treden talrijke toporkesten op - zoals het Concertgebouworkest, de Los Angeles Philharmonic en het het koor en orkest van de Kirov Opera -, ook worden verschillende speciale producties gedaan (zoals de Mattheus Passion en de musical Oklahoma!) en vinden er wereldpremières van nieuwe composities plaats, familie-evenementen en intieme kamerconcerten. De 108-ste Proms hebben een Spaans tintje.

In totaal zullen zestig werken van Spaanse en Latijns-Amerikaanse componisten ten gehore worden gebracht, waarbij het werk van Manuel de Falla centraal staat. Het gouden regeringsjubileum van koningin Elizabeth wordt opgeluisterd met oude en nieuwe hofmuziek, ondermeer de composities die werden gemaakt voor de kroning van George II in 1727 en voor Elizabeth II in 1953.

De Proms zijn populairder dan ooit. De concertserie was een idee van manager Robert Newman van de Queen's Hall en dirigent Henry Wood. Zij zagen in het voorjaar van 1894 de mogelijkheid om in de hal in informele sfeer klassieke concerten te verzorgen waarbij iedereen rustig kon rondwandelen. Het eerste promenadeconcert vond plaats op 10 augustus 1895. Onder leiding van Henry Wood speelde het orkest het Britse volkslied en daarna Wagners Rienzi Ouverture.

Henry Wood wilde met de Proms een groot publiek bereiken. De doelgroep was niet de aristocratie en rijke burgerij, die in de zomermaanden juist massaal Londen verlieten, maar de gewone man. De prijzen waren daarom laag: één shilling (vijf pence) voor een avond en één guinea (ruim één pond) voor een seizoenkaart. Tijdens het concert was eten, drinken en roken toegestaan.

Het eerste deel van het concert was het meest serieuze. Daarna was de muziek minder diepgravend. Heel populair bij het grote publiek waren aanvankelijk de operafantasias waarbij de vocale gedeeltes werden ingevuld door instrumenten. En elk concert werd afgesloten met een opzwepende mars of een wals, zodat het publiek in vrolijke stemming huiswaarts keerde.

In het tweede jaar werd al een nieuwe traditie gevestigd: Wagner-avonden op maandag en Beethoven-avonden op vrijdag. De voorbereiding van het orkest onder leiding van Henry Wood was minimaal. In drie repetities van elk drie uur werden zes concerten ingestudeerd. Niettemin werden de promenade-concerten al vanaf het begin geprezen vanwege het hoge niveau.

Na de Eerste Wereldoorlog en de dood van Robert Newman leken de Proms wegens gebrek aan geld langzaam dood te bloeden, maar de komst van de radio bracht uitkomst. In 1927 nam de vijf jaar oude BBC de organisatie over. De Proms kreeg daardoor meteen een veel groter bereik. Drie jaar later veranderde de naam van de Queen's Hall Orchestra in de BBC Symphony Orchestra. In de jaren dertig propageerde de Proms vooral Britse muziek. Elk jaar werden nieuwe door Britse componisten geschreven stukken gespeeld zoals de Nursery Suite van de oude Elgar tot het Piano Concerto van de jonge Benjamin Britten.

Tijdens de oorlogsjaren werd de Queen's Hall platgebombardeerd en moesten de Proms uitwijken naar de Royal Albert Hall, die als voordeel had dat hij liefst zesduizend mensen kon bergen. Hoewel musici klaagden over de akoestiek en de echo bleven de concerten ook tijdens de oorlog een fenomenaal succes.

In 1944 stierf Henry Wood. Na zijn dood werd de akoestiek in het grootste amftitheater van Londen verbeterd. De rest van de tradities werd echter in stand gehouden. De Proms bleven een relaxte sfeer uitstralen en een zo breed mogelijk pubiek trekken. Naast nieuwe muziek werden elk jaar de grote orkestrale werken van Brahms en Beethoven gespeeld, samen met de sympfonieën van Dvorak, Sibelius, Mahler en Tchaikovsky. De overgrote meerderheid van de concerten werd uitgevoerd door het BBC Sympfony Orchestra, maar steeds vaker traden gastorkesten op waaronder vanaf begin jaren zestig ook buitenlandse top orkesten.

Ook andere muzieksoorten gingen onderdeel uitmaken van de Proms. In de jaren zeventig en tachtig speelden brass- en steelbands en werd zelfs jazzmuziek en traditionele volksmuziek ten gehore gebracht.

Musici hebben zich erover verwonderd dat het zittende en nog altijd voor een belangrijk deel staande publiek op hun muzikale ontdekkingstocht zo stil naar de lange stukken kon luisteren. Behalve dan op de Last Night. Dan verandert de Royal Albert Hall in een kolkend voetbalstadion en brult iedereen zich de longen uit het lijf. Voor het gebouw bregen souvenirverkopers dezelfde waar aan de man als bij een voetbalinterland. De Last Night kent een vast ritueel met composities als Elgars Pump and Circumstance March, Henry Woods Fantasia on British Sea Songs en Parry's Jerusalem waarbij het publiek inmiddels zelf een hoofdrol in de uitvoering heeft opgeëist.

Het carnavaleske aspect van de de Last Night is controversieel. Het sloop er in de na-oorlogse jaren langzaam in. Voormalig Proms-directeur Sir John Drummond wilde ooit het vlagvertoon laten verbieden en dirigent Mark Elder kritiseerde de nationalistische sfeer. Maar er veranderde niets.

De meesten zien het slechts als een onschuldig feest en een passend slot van een zomerseizoen. Omdat de Royal Albert Hall met een capaciteit van zesduizend bezoekers de belangstellenden voor de Last Night nooit kon herbergen, wordt sinds 1995 het evenement nu tegelijkertijd in de open lucht gehouden in Hyde Park en twee jaarlijks wisselende locaties in Groot-Brittannië. Dit jaar zijn dat Gateshead en - ietwat provocerend - Belfast.

Rule Britannia verkoopt, opvallend genoeg ook over de grenzen. Liefst 45 andere landen brengen het Britse volksfeestje op de televisie.

Vorig jaar - toen voor het eerst de Amerikaanse dirigent Leonard Slatkin als dirigent optrad - werd het programma aangepast vanwege de aanslagen in New York en klonk naast het God Save The Queen ook de Stars & Stripes. Dit jaar heeft Leonard Slatkin beloofd weer een traditioneel programma te verzorgen dat het eiland even het gevoel teruggeeft nog over de wereldzeeën te regeren.

Meer over