De promotie van een rottende hond tot kunstwerk

Territoria: twintig internationale kunstenaars, t/m 25 augustus op het Triple X Festival, Westergasfabriek in Amsterdam, dagelijks geopend vanaf 12.00 uur....

WILMA SUTO

Het tweede Triple X Festival, dat dit weekeinde geopend werd, bevestigt wat het nieuwe multi-media kunstenfestival een jaar geleden al beloofde, namelijk dat de tentoonstellingen op het terrein van de voormalige Westergasfabriek beslist tot de zomertraditie moeten gaan behoren. Tot nu toe verrijken ze het kunstaanbod in de komkommertijd op een letterlijk serieus te nemen manier: allesbehalve zorgeloos, terwijl er toch geen wolkje aan de Amsterdamse lucht schijnt.

Vorig jaar was 'geweld' het expliciete thema, deze keer draagt de expositie de in maatschappelijk en politiek opzicht even veelbetekenende naam Territoria.

De rauwe fabriekshallen van de zuiveringsinstallatie, de ketelhuizen en de machinegebouwen zijn de omgeving bij uitstek voor kunstenaars die willen inspelen op de grenzeloze actualiteit. Hun werk krijgt hier precies de door henzelf beoogde en niet in de laatste plaats door tentoonstellingscoördinator Pim Jonker nagestreefde pregnantie, die binnen ontsmettende museumzalen onvermijdelijk teloor zou gaan.

Onvermijdelijk, zij het niet in àlle gevallen, want Martin uit den Bogaard betoont zich met zijn sensationele installatie Death equals Life (1995) de spreekwoordelijke uitzondering op deze regel. Zijn werk zou waar dan ook niets aan de verbeelding overlaten, al past het nergens beter dan in de betegelde toiletruimten ter plaatse, die door zijn inrichting het aanzien hebben gekregen van een laboratorium en tevens mortuarium.

De bezoeker komt hier echter pas terecht aan het einde van zijn rondgang over Westergasfabriekterrein, waar vormgeefster Mieke Gerritzen en fotografe Janine Huizinga als een onopvallende leidraad hun sporen hebben uitgezet. Her en der over de fabrieksgevels prijken hun uitvergrote vingerafdrukken, te beginnen naast het eerste 'expositiezaaltje'.

Daar stelt Thom Puckey zijn relatief traditionele sculptuur op sokkel tentoon: deels een anatomisch model en deels een gestileerd skelet dat het kale ketelhuis verandert in een knekelhuis. Puckey's metaforische La Jeunesse de Notre Seigneur (1994) vindt zijn tegenpool in het hyperrealistische laboratorium verderop.

Uit den Bogaard heeft de toiletruimten zozeer doordrenkt van en overbelast met de uitersten van het bestaan, dat de bezoeker kokhalzend rechtsomkeert maakt, bijkans nog voordat hij manmoedig de drempel heeft overschreden. Vette vliegen daarentegen, weten er wellustig zoemend de weg en vermenigvuldigen zich met de dag. Voor hun neuzen is de niet te harden lijkenlucht kennelijk een lokkertje. Uit den Bogaard maakt 'het leven na de dood' zichtbaar: het proces van rotting en ontbinding.

Anders dan de net zo realistisch te werk gaande Engelsman Damien Hirst, die drie jaar geleden tijdens de Biënnale in Venetië opzien baarde met zijn doorgesneden en op sterk water geconserveerde koeien, zet Uit den Bogaard de vergankelijkheid niet stop. Hij vertraagt haar alleen. Zijn in een glazen kistje opgebaarde hond vergaat ongewoon langzaam, maar definitief. In de tussentijd kan het publiek tot zich door laten dringen wat dat nou eigenlijk is, een lijk - nu eens niet ver weg achter het glas van de tv, maar aanzienlijk dichterbij.

Onverdraaglijk dichtbij, terwijl het toch alleen nog maar om een hond gaat. De stank is het ergst. Die nestelt zich in en tussen en achter je neusharen. Zelfs al trek je nog zo rap de deur weer achter je dicht, uren later en kilometers verderop meen je nog af en toe een zweem ervan te bespeuren, bijvoorbeeld als je thuis naar het journaal zit te kijken.

Overigens wil de opdringerige onvergetelijkheid van dit verterend vlees nog niet zeggen dat het beeld een kwaliteitskeurmerk verdient. Aan de fictieve toekenning daarvan gaat om te beginnen de vraag vooraf of Uit den Bogaard de hond eigenlijk wel tot kunst heeft getransformeerd. Aangezien bij hem zowel het beeld als de verbeelding te gronde gaan in de geur valt een ontkenning met reden te verdedigen.

Volledigheidshalve moet echter worden opgemerkt dat de zaak in wezen niet zó gemakkelijk kan worden afgedaan, omdat Territoria nu juist allerlei grenzen slecht tussen verschillende artistieke media en technieken. Terwijl bij Uit den Bogaard het primaat heerst van de geur, domineert bij Peter Jongelie en Ed Bezem het geluid.

Hun in het machinegebouw opgestelde Tai-Tendo, een variatie op het computerspel Nintendo, is een interactieve installatie voor telkens twee deelnemers tegelijk. Die kunnen tegenover elkaar gaan zitten in ronddraaiende karretjes met een monitor, joystick en geluidskanon en elkaar zodoende met digitale tonen bombarderen. Gaandeweg blijkt pas dat hun onder in beeld verschijnende 'score' weinig steekhoudend is. De kanonnen zijn onschuldige muziekinstrumenten, eenvoudig te bedienen, zodat zelfs leken er lustig op kunnen samenspelen: tegenover elkaar gezeten èn op afstand, via Internet.

Deze 'emancipatie' van kunstenaars en hun publiek oftewel de artistieke inzet van levende wezens (hetzij voor hun dood, hetzij erna, maar hoe dan ook met lijf en leden) is op Territoria een terugkerende notie en de opvallendste gebiedsuitbreiding van de tentoongestelde kunst. Beweerde wijlen Joseph Beuys nog dat in ieder mens een kunstenaar schuilt, Territoria demonstreert dat ieder mens - en elk dier - kan promoveren tot kunstwerk.

Door zichzelf tot living sculptures uit te roepen, is het duo Gilbert & George inmiddels sedert decennia aan geen museum of andere expositieruimte meer gebonden. De gentlemen hoeven maar de paden op en de lanen in te wandelen of het landschap om hen heen baadt in hun kunstzinnige gloed, getuige de wat dit betreft hoogmoedige ansichtkaartencompilatie Postcards (1972).

Nog verder gaat de Française Orlan, die onlangs omwille van de kunst haar zevende plastisch chirurgische ingreep onderging - een kleine verandering aan haar slapen. Zoals ook bij voorgaande gelegenheden, regisseerde ze deze operatie tot in detail. Dankzij interactieve telecommunicatie kon men het welslagen van haar happening op veertien over de wereld verspreide plaatsen gade te slaan.

In een onbedoeld maar daardoor des te relativerender contrast met deze ijdele alomtegenwoordigheid, staat het ontbreken van Orlans beelden op de expositie in Amsterdam. Een video die permanent te zien zou zijn, is onderweg naar Territoria vooralsnog ergens blijven steken. De kunstenares annex het kunstwerk heeft evenwel beloofd zichzelf te exposeren in een forumdiscussie op vrijdagavond 18 augustus.

Wilma Sütö

Meer over