De prof op de praatstoel

Het huis van de Nederlandse taal heeft vele kamers. Met genoegen betrad Arjan Peters die van Hermann von der Dunk, die zijn jongelingsjaren te boek heeft gesteld.

Toen Lodewijk van Deyssel terugblikte op zijn leven, resulteerde dat in Gedenkschriften. Hij zou nooit zeggen dat hij gewoon herinneringen opschreef. Zelfs ervan gewagen dat hij memoires opstelde, zou eerder horen bij minder monumentaal ingerichte geesten. De tijd van Van Deyssel is voltooid verleden, maar totaal verdwenen is zijn toon niet. Af en toe duikt er een nazaat op die met genoegen volzinnen smeedt die het eigen leven promoveren tot een presentie van heroïsche proportie.

De Utrechtse historicus Hermann Walther von der Dunk (Bonn, 1928) is een stralend voorbeeld. Hij grijpt het otium van zijn emeritaat aan om zijn jongelingsjaren te boekstaven. Na het eerste deel van zijn gedenkschriften (Terugblik bij strijklicht, 2008) is er nu het vervolg, Voordat de voegen kraakten, over de jaren vijftig. Een hoogleraar contemporaine en cultuurgeschiedenis verkiest de praatstoel boven de hangmat en zal ons finaal bijpraten, want hij weet álles nog. Ja, ook die zomervakantie in 1955, naar Italië, die aldus begon: 'Zes personen - deze keer niet zoals bij Pirandello 'op zoek naar een auteur', maar met de nodige kampeerbagage in de oude Peugeot, een groot deel op het dak (van de bagage welteverstaan!) - vertrokken op een vroege, zonnige julimorgen, gepaste vreugdevolle verwachtingen in het hart, om alvast dadelijk vijftig meter verder bij de hoek van de Gezichtslaan voor het huis van onze buurman door de eerste weigering van de motor tot stilstand te komen.'

Wat een genot te ontdekken dat het nog bestaat, iemand die het geduld heeft om na een arbeidzaam leven de pontificale sokkel op te trekken waarop zijn standbeeld, want dat gaat er komen, na zijn verscheiden voor eeuwig rusten kan.

In 1956 was de jonge Hermann Walther leraar in Arnhem, en student-assistent van de historicus Geyl. Tot zijn taken behoorde het regelen van de maandelijkse studententhee, die werd geschonken door mevrouw Lien Geyl. 'Daarvoor was enige klutsing van het gezelschap gewenst, ouderejaars en jongerejaars, plus mijn aanwezigheid om te beletten dat uitsluitend de bebaarde gastheer het woord voerde.'

Voor afstuderen was voldoende tijd. 'Er heerste vanuit de huidige, tot efficiëntie, stroomlijning, reclame en hoge productiecijfers gedwongen universiteit gezien nog een restant van de voorname attitude waarbij de geest superieur zijn eigen dagritme bepaalt en zich een voor de bestuurlijke instanties en botte buitenwacht onzichtbare rijping wenst te veroorloven. En wij rijpten - zij het de een wat meer dan de ander.' Na de orgeltoon éven nog een vals steekje van de prof, bedoeld voor diegenen die, mochten zij nog in leven zijn, dat zelf heel goed weten.

Von der Dunk herinnert zich; een spektakel om dit mee te maken. Dat dit boek tegelijk verschijnt met Woord! De taal van Nederhop van Vivien Waszink, laat zien hoeveel kamers het huis van de Nederlandse taal heeft. Wat zou Kleine Viezerik van Dunk vinden? Ik vermoed een waarderend 'Dikke shit ouwe'. En rapper Darryl zou vast ook zijn respect tonen. 'Dik, lauw, ziek.'

Gelijk hebben ze. Dunky is gruwelijk.

H.W. von der Dunk: Voordat de voegen kraakten - Student in de jaren vijftig

Bert Bakker; euro 24,95.

undefined

Meer over