De prijs van duizend stoelpoten

Als jongetje bouwde hij houten xylofoontjes en lijmde hij gitaartjes uit afvalhout: 'Voor mij geen modelvliegtuigen.' Op de MTS koos hij de studie meubelbouw en liep hij stage bij instrumentbouwers....

CORNALD MAAS

Als de Maas buiten zijn oevers treedt is Walter Vermeulen (36) er altijd nog. Hij bood, langer dan was afgesproken, onderdak aan het klavecimbel van kasteel Amerongen. Want vochtige kelders veroorzaken schimmel en verroeste snaren. 'Ze belden me op, tijdens de watersnood, in paniek, - wil je 'm alsjeblieft nog even houden? Vanzelfsprekend: klavecimbels beschouw ik als persoonlijkheden.'

In zijn werkplaats glimmen, geruisloos, gerestaureerde en geconserveerde instrumenten. 'Als je ze aanraakt wis je al sporen uit.' Vermeulen raakt niet uitgesproken over de voorloper van de piano. Opent een houten kist - een exemplaar uit 1580 -, tilt een klep op: Ars musica sine fine ulla. Hij noemt de gascabines van de gemeente Utrecht, waar hij de instrumenten tevoren tijdelijk onderbrengt. 'Houtworm in mijn werkplaats, ik moet er niet aan denken.' Komende week geeft hij, tijdens de internationale klavecimbel-week in de Amsterdamse IJsbreker (3-10 april), een workshop. Niet dat alle toehoorders zijn mening op prijs zullen stellen. 'Klavecimbels kunnen zelf niet praten: dat moet ik voor ze doen. Ik ben een tegenpool van de klavecinisten die er hoe dan ook op uit zijn hun instrumenten weer speelbaar te maken.'

Vermeulen gaat pas tot restauratie over als hij de indruk heeft dat hij het instrument daarmee recht doet. 'Een klavecimbel moet kunnen worden teruggebracht naar de oorspronkelijke staat. Ik wil over alle informatie beschikken die dat mogelijk maakt. Van giswerk hou ik niet, het heeft geen zin om feitjes te verdonkeremanen.'

De restaurateur verzamelt gegevens over stijl en technieken, hout-en lijmsoorten, bouwjaar en -plaats. Desnoods reist hij af naar Parijs of Venetië om verwante instrumenten te bestuderen. Het gepieker bezorgt hem wel eens slapeloze nachten. 'Als ik uiteindelijk besluit niet te restaureren hoop ik dat zo'n klavecimbel in een museum of depot terechtkomt. Daar doe ik mijn best voor. Want het is een prachtig studieobject.' Maar ook in het andere geval blijft Vermeulen zich verantwoordelijk voelen. 'Klavecimbels die ik gerestaureerd heb en die weer zijn teruggegaan naar de eigenaars ga ik nog elk kwartaal bekijken. Ze moeten in mijn omgeving blijven. Voor Japanners zou ik nooit kunnen restaureren.'

In de hoek blinkt een klavecimbel, barok en blauw. Vermeulen meldt, met enige trots, dat het een door hem gebouwde kopie van een Italiaans instrument betreft. Vrucht van een laat op gang gekomen besef. 'Tot voor kort bestond het idee dat de oude, zestiende- en zeventiende-eeuwse instrumenten nogal krakkemikkig gebouwd zijn en niet meer beantwoorden aan de eisen van deze tijd. Dat soort redeneringen is ingegeven door onze twintigsteeeuwse fascinatie met de piano. Natuurgetrouwe kopieën van de oude klavecimbels brengen veel mooiere klanken voort dan de pedaleninstrumenten die sinds het begin van deze eeuw gemaakt worden.'

Vermeulen is geen liefhebber van het instrument dat de beroemde klaveciniste Wanda Landowski, lang voordat de eerste kopieën werden gebouwd, dank zij de pianobouwer Pleyel introduceerde. 'Heel stevig ja, zo'n instrument met een metalen frame, zo stevig dat je het zonder probleem van drie hoog naar beneden kunt gooien en toch nog verder kunt spelen. En het is, zoals Landowski voor ogen had, heel geschikt voor concerten in grote zalen. Maar oorspronkelijk is het clavecimbel gemaakt voor kámermuziek.'

Klavecimbels zijn, zegt Vermeulen, geen machines waarvan er duizenden per jaar uit de fabriek komen. 'Zo'n moderne Steinway: egaal, steriel, in het Vredenburg precies hetzelfde als in de Londense Royal Albert Hall. Van klavecimbels bestaan heel veel types, met extreme verschillen. Het vroeg-Franse klavecimbel is volslagen anders dan het laat-Franse.'

Een musicus mag, door een verkeerde inschatting, niet het onmogelijke van zijn instrument verwachten. 'Componisten moeten weten wat je wel en niet met het instrument kunt doen. Maar dan schrijven ze bijvoorbeeld een glissando voor - strijk met de vlakke hand over het klavier. Dat kan het klavecimbel-mechaniek helemaal niet hebben! Denk ik: blijf er met je poten vanaf.'

Vermeulen koestert de relatieve eenvoud van zijn lievelingsinstrument. 'De moderne pianist hoeft zich niet druk te maken: hij heeft wat omvang, toonhoogte en dynamiek betreft veel meer mogelijkheden dan de klavecinist. Die moet met beperkte middelen het uiterste zien te bereiken. Het gebruik van de registers bepaalt, als bij het orgel, de klankkleur. Het geluid van het klavecimbel klinkt minder gepolijst dan dat van de moderne piano, het lééft meer, het heeft iets magisch. De snaar wordt opgetild door het plectrum, de toon ontwikkelt zich en sterft dan langzaam weer weg. Prachtig.'

De restaurateur houdt, al sinds zijn jeugd, van barok- en renaissance-muziek. 'Het is toch niet voor niets dat in moderne composities nog zo vaak muzikale motieven uit die periode voorkomen? Moderne muziek maakt me onrustig. Vind ik te chaotisch.'

Zijn vader speelde viool, zijn moeder piano. 'Als de pianostemmer kwam lag ik ònder het instrument. Was ik gefascineerd door het beroeren van de snaren.' Op zijn zolderkamertje bouwde hij kleine instrumenten. 'Ik verzamelde afvalhout en bouwde, met simpele materialen, een xylofoon. Of lijmde een gitaartje. Voor mij geen modelvliegtuigen.'

Toen al wist Vermeulen dat hij instrumentbouwer wilde worden. 'Het heeft me wel eens benauwd dat dat altijd mijn ambitie is geweest. Waarom, vraag ik me wel eens af, heb ik nooit om me heen gekeken en me bezig gehouden met andere dingen? Is dat niet gek?'

Aan de MTS volgde hij een opleiding tot meubelmaker. Het leek hem de meest geschikte weg om zijn doel te bereiken. Tijdens zijn stage bezocht hij instrumentbouwers en bereidde hij, in stilte, zijn toekomst voor. 'Op school werd ik opgeleid tot het opzetten van Sanders Meubelsteden - grote plattegronden, eiken bankstellen. Met de economie-docenten had ik steeds ruzie. Moest ik uitrekenen hoeveel één stoelpoot zou kosten als vijftig man personeel, gedurende veertig werkuren, aan duizend stoelpoten zou werken. Het was een mannetjesschool. Ik zat midden tussen de zoons van fabriekseigenaren voor wie een baan al geregeld was.'

Vermeulen koos, als enige van zijn klas, voor de specialisatie instrumentbouw. Zijn werkplaats heeft hij inmiddels achttien jaar. Hij strijkt met de hand door het rossige halflange haar, wijst op zijn baard. 'Ze zeggen dat ik het prototype van de klavecimbel-bouwer ben. Iets van een ouwe hippie heb ik wel.'

Aan de restaurateur trekt de tijd voorbij zonder sporen achter te laten. 'Mij wordt wel eens gevraagd of ik niet een paar eeuwen terug had willen leven, toen de klavecimbelbouw zijn hoogtepunt beleefde. Maar dat geloof ik toch niet. Het idyllische idee dat wij hebben van stoffige werkplaatsjes waar rustig gebouwd werd klopt niet. Hoe meer ik van de geschiedenis van het klavecimbel te weten kom, hoe zekerder ik weet dat die dingen toen in een waanzinnig tempo werden gemaakt. Aan een Engels klavecimbel zoals dat hier staat is hooguit een week of twee gewerkt. Niks voor mij.'

Vermeulen is het liefst, in alle rust, op zijn minst een half jaar met een restauratie bezig. In de Utrechtste steeg waar hij - boven zijn werkplaats - woont is het doodstil. In de kroeg komt hij niet, de bus mijdt hij, van de drukte in het winkelcentrum Hoog Catharijne wordt hij 'niet goed'.

Af en toe breekt hij er even uit. Bezoekt hij het Festival Oude Muziek, of ontmoet hij een clubje restaurateurs. Bespreekt hij met een glazenier, een goud- en zilversmid, en een klokken- en textielrestaurateur de ethische aspecten van zijn vak. 'Het is een eenzaam beroep. Ik ben, buiten de conservator van het Haags Gemeentemuseum, de enige in Nederland die klavecimbels restaureert. De wachttijd voor restauratie van een instrument is inmiddels tot zo'n twee jaar opgelopen.'

Vermeulen zal, af en toe bijgestaan door een leerling, desnoods tot diep in de nacht voortploeteren. 'Soms denk ik wel eens dat ik me juist vanwege die rust op het restaureren van klavecimbels heb gericht.'

Hij herinnert zich een afschrikwekkende confrontatie uit het verleden. 'Ik zit in Rotterdam op de MTS, wil in het weekend naar huis met de trein, is de bovenleiding gesprongen. Zie ik opeens een hele muur mensen op me afkomen. Ik heb me omgedraaid en ben weggerend. Anders zou ik verpletterd worden.'

Hij laat een harp zien die hem ter restauratie werd aangeboden. De zangbodem, ziel van het instrument, is door te dikke snaren ontwricht. Na rijp beraad - van bijna een jaar - heeft Walter Vermeulen besloten de harp met rust te laten. Wikken en wegen, en niet tokkelen.

Meer over