De president heeft altijd tijd

José Ramos-Horta..

JAKARTA In mei 2006 verkeert Dili in chaos. In de stad wordt geschoten en de regering is zoek. Het regeringspaleis is verlaten. Eén deur staat open: die van José Ramos-Horta.

De minister van Buitenlandse Zaken zit aan zijn bureau en belt met wie hij maar te pakken kan krijgen, inclusief ‘majoor Alfredo’, de leider van een groepje rebellerende militairen en de aanstichter van de chaos. Desondanks wuift Ramos-Horta de Volkskrant-journalist naar binnen, en geeft tussen de telefoontjes door een interview dat ruim een uur zal duren.

José Ramos-Horta (59) heeft altijd tijd voor iedereen. Het maakt de aanstaande president van Oost-Timor in ieder geval bij de media uitermate geliefd. Dat hij vloeiend Portugees, Engels en Indonesisch spreekt, altijd sterke uitspraken doet en bovendien de Nobelprijs voor de Vrede op zak heeft, maakt zijn internationale populariteit alleen nog maar groter.

Praten is tientallen jaren lang de belangrijkste bezigheid geweest voor José Ramos-Horta. Bijna 25 jaar heeft hij onvermoeibaar gelobbyd voor Oost-Timor, dat in 1975 door Indonesië onder de voet was gelopen.

Drie dagen voor de Indonesische invasie vloog Ramos-Horta naar de Verenigde Naties in New York om internationale hulp af te smeken. Die hulp kwam niet. Indonesië lijfde Oost-Timor ongehinderd in en begon een schrikbewind dat aan meer dan honderdduizend Timorezen het leven zou kosten.

Ramos-Horta werd in ballingschap een van de belangrijkste pleitbezorgers van zijn land. Hij hield niet op regeringen en de VN te bestoken. Deze inzet werd in 1996 beloond met de Nobelprijs voor de Vrede, die hij deelde met de Timorese bisschop Carlos Belo.

De prijs vestigt niet alleen zijn naam, maar zet bovendien de kwestie-Timor op de internationale agenda. Nadat in 1998 de Indonesische dictator Soeharto ten val is gebracht, gunt de nieuwe Indonesische president, Habibie, Oost-Timor een referendum. Daarin kiest een overweldigende meerderheid van de Timorezen voor onafhankelijkheid.

Pro-Indonesische milities, gesteund door Indonesische troepen, ontketenen een golf van geweld, waarin 80 procent van de infrastructuur van Oost-Timor wordt verwoest. Internationale troepen moeten de orde herstellen.

In 2002 wordt Oost-Timor onafhankelijk. Ramos-Horta wordt minister van Buitenlandse Zaken. Het enthousiasme over de onafhankelijkheid ebt langzaam weg. Vier jaar later is Oost-Timor nog steeds het armste land van Zuidoost-Azië.

De frustratie ontaardt in een nieuwe golf van geweld. Rebellerende militairen beginnen te schieten en bloedig straatgeweld keert terug in Dili. Meer dan honderdduizend Timorezen ontvluchten hun brandende huizen. Opnieuw moeten internationale troepen de orde herstellen in Oost-Timor. De onbuigzame premier Mari Alkatiri wordt tot aftreden gedwongen.

Ramos-Horta volgt Alkatiri op als premier. De afgelopen tien maanden heeft hij weinig bewerkstelligd, maar zijn prestige blijkt groot genoeg om Francisco Guterres te verslaan. Guterres is de kandidaat van Fretilin, dat met strakke hand wordt geleid door Alkatiri. Een overwinning van Guterres zou Oost-Timor waarschijnlijk verder hebben gepolariseerd.

Als president mag José Ramos-Horta nu gaan doen wat hij het beste kan: praten, en zijn land vertegenwoordigen waar en wanneer dat maar wordt gevraagd.

Michel Maas

Meer over