De praktijkjongens en de pedagoogjes

JE KUNT van Johan Derksen, de capabele en sociaal vaardige hoofdredacteur van Voetbal International, zeggen wat je wilt, maar een plan van Johan Cruijff aan de man brengen, om nog wat andere sponsors dan Nuon te interesseren voor de masterclass van zijn idool, dat kan hij....

Op zijn advertentie in VI volgden zaterdag columns in Trouw, Algemeen Dagblad, NRC Handelsblad en de Volkskrant. Concurrent Sportweek reageerde deze week met een verhaal van vijf pagina's.

Laat ik het voorzichtig zeggen: we zijn nogal sceptisch, op Matty Verkamman in Trouw na.

Dat is niet zo vreemd: niemand in Nederland is zo gek op oud-internationals als Verkamman. En het zijn oud-internationals die door Cruijff, Keizer en Jansen zullen worden ingeschakeld voor het doceren van de masterclass.

(Rectificatie: ze krijgen géén hulp van Jaap de Groot van De Telegraaf, zoals ik vorige week triomfantelijk beweerde. Hij is, liet hij mij weten, wel actief voor de Johan Cruijff Welfare Foundation, op vrijwillige basis, maar heeft niets van doen met de masterclass. Ik heb mijn doorgaans betrouwbare bron vanzelfsprekend onmiddellijk de wacht aangezegd.)

Wat het initiatief zo interessant maakt, is dat Cruijff er zijn naam aan heeft verbonden. Cruijff spreekt! Nou ja, Derksen spreekt namens hem, maar het is wel Cruijff.

Veel collega's wijzen op de spanning die dit revolutionaire Marshall-plan voor het ten dode opgeschreven Nederlandse voetbal - als ik overdrijf, doe ik dat omdat Derksen mij daartoe heeft geïnspireerd - teweeg brengt. De 'praktijkjongens' komen in opstand tegen wat gemakshalve de 'onderwijzers' worden genoemd.

Zijn J'accuse schreef Cruijff ruim een jaar geleden al in VI. De meest kenmerkende passages: 'Sommige dingen begrijp ik niet. Als ik voorzitter van een club zou zijn, nam ik een trainer met een grote voetbalcarrière in zijn bagage. Een man met status, die op basis van zijn persoonlijkheid respect afdwingt bij de spelers.'

En: 'Trainen is niets meer dan het overdragen van kennis en vaardigheden. Die kennis en vaardigheden doe je vooral op tijdens je voetbalcarrière (. . .). Alleen goede voetballers kunnen de volgende generatie spelers alle finesses van het voetbal bijbrengen.'

Gullit nam onlangs op de televisie de onderwijzers op de korrel. Ze zouden in Nederland eerder voor een baan als trainer in aanmerking komen dan hij, de praktijkjongen. Toen Gullit werd ontslagen door Chelsea en opstapte bij Newcastle United, ging bij die clubs de vlag uit en werd een week lang feest gevierd, maar dat terzijde.

Barry Hulshoff, een praktijkjongen die zich in België zonder succes specialiseerde in het oplappen van kleine clubs, leverde onlangs in Trouw ook een bijdrage aan de discussie.

In het Nederlandse voetbal verliezen de praktijkjongens het van de pedagoogjes, zei Hulshoff letterlijk. Hij vreest dat Nederland 'een papieren voetballand' aan het worden is.

Pedagoogjes, daar zijn zelfs Cruijff en Derksen niet op gekomen. Maar wie zijn dat dan, die pedagoogjes? Wie zorgen er toch voor dat de praktijkjongens in de WW zitten en ons voetbal naar de verdommenis gaat?

De meeste clubs in de eredivisie, dertien, worden getraind door praktijkjongens, er van uitgaand dat een praktijkjongen minimaal tien jaar in de eredivisie of een vergelijkbare competitie heeft gespeeld. Ten Cate (NAC) en Maaskant (RBC) reken ik ook mee. Beiden hebben, weliswaar op lager niveau, een profloopbaan van zeventien jaar achter de rug.

Bij AZ en De Graafschap zijn dit seizoen praktijkjongens, Van der Lem en McDonald, vervangen door onderwijzers, Van Stee (zes jaar prof, maar goed) en Marsman. Het omgekeerde vond plaats bij Sparta waar Roks een stap terug moest doen voor Van Hanegem. Bij Fortuna maakte de ene praktijkjongen, Duut, plaats voor een andere, Thijssen.

Blijven over: De Haan (Heerenveen), Vergoossen (Roda JC) en Westerhof (Willem II), plus Adriaanse (Ajax). Hij voldoet aan de eis van een praktijkjongen, maar zit als oud-onderwijzer in het andere kamp. Dit zijn ze dan, de pedagoogjes die van Nederland een papieren voetballand dreigen te maken.

De Haan is de ultieme onderwijzer, Westerhof maakte een puinhoop van de jeugdopleiding van Ajax (volgens Cruijff dan) en Adriaanse heeft hem in interviews meermalen stoer weerwerk geboden. En hij werd ook nog eens tegen de zin van Cruijff benoemd tot trainer van Ajax, zijn doodzonde.

Als het toppunt van kwaad ziet Cruijff de KNVB, de voetbalbond met wie hij de afgelopen 35 jaar talloze malen in conflict kwam en die hij altijd, en vaak terecht, heeft beschimpt. De KNVB wordt in technisch opzicht geleid door Louis van Gaal. Uitgerekend Van Gaal trad als trainer van Ajax en Barcelona in zijn voetsporen - en niet zonder succes.

Dat Van Gaal zestien jaar profvoetbal speelde en Adriaanse twaalf, doet er niet toe: zij zijn de pegagoogjes en worden alleen al op grond daarvan incapabel geacht.

En zo kan het initiatief voor de masterclass van Cruijff worden teruggebracht tot een ordinaire vete, een logisch gevolg van de eeuwige drijfveer van Cruijff, rancune.

Nog niet zo lang geleden werden Van Gaal en Adriaanse door Cruijff onbeschaafd, hypocriet en oncollegiaal genoemd. Dat verklaart het een en ander. Ze hebben het gewaagd de mythe te ontheiligen.

En dan dit nog. Ik hoop het niet, waarom zou ik, maar ik vermoed dat het opvanghuis voor de praktijkjongens nooit zal worden geopend, om praktische redenen.

En wie denkt dat Cruijff uit idealisme handelt, moet dringend de klassieken (her)lezen.

Meer over