De poot stijf houden, zet het

Wethouder Van Zanen jaagt namens 75 gemeenten op malverserende bouwbedrijven. 'Ik wil mijn geld terug.' Met dezelfde vasthoudendheid zet hij zich als landelijk partijvoorzitter in voor de VVD....

TEKST MICHIEL HAIGHTON

Voor hoeveel tientallen miljoenen euro's de gemeente Utrecht door frauderende bouwbedrijven is getild, kan Jan van Zanen nog niet aangeven. 'Maar ik wil het tot de laatste cent terug hebben.'

De Utrechtse wethouder is voorzitter van de stichting Regres Bouwnijverheid. 'Een chique naam voor een club die duurbetaalde belastingcenten terug wil.'

De stichting vertegenwoordigt vijfenzeventig gemeenten die teveel hebben betaald voor bouwprojecten door verboden vooroverleg tussen aannemers. Basis voor de juridische actie tegen de bouwbedrijven vormt de schaduwadministratie van Koop Tjuchem, die klokkenluider Ad Bos openbaarde.

Van Zanen zegt er altijd van uit te zijn gegaan dat met de lijst van Bos de omvang van de bouwfraude was afgegrensd. Totdat afgelopen zaterdag via De Telegraaf nen schaduwboekhouding opdook. Die van bouwonderneming Boele & Van Eesteren. Daaruit blijkt dat het bedrijf met circa negentig andere bouwondernemingen prijsafspraken maakte rond 250 projecten in de periode 1995-2001. Waaronder ook de renovatie van het Utrechtse stadhuis. De gemeente werd zeker 240.000 euro teveel in rekening gebracht.

In zijn werkkamer in het te duur gerenoveerde stadhuis zegt Van Zanen 'verrast' te zijn door de nieuwste onthullingen. 'Ik ging er tot nu toe van uit dat de afspraken alleen in de grond-, weg-en waterbouw voorkwam.' Had hij dan geen vermoedens? 'Ik doe nooit aan vermoedens. Bovendien ga ik altijd uit van het goede van de mens.'

Vanuit datzelfde perspectief geredeneerd meent de wethouder ook dat de bouwsector zich momenteel 'weer fatsoenlijk' gedraagt. 'Totdat het tegendeel is bewezen.' Van Zanen hecht bovendien geen waarde aan het adagium 'Eens een dief altijd een dief'.

In een boycot van bouwondernemingen die figureren in de bouwfraude gelooft Van Zanen evenmin. 'Iedereen in de bouwwereld heeft zich er schuldig aan gemaakt. Dus wat heb je aan een zwarte lijst als elke bouwonderneming erop staat. Ik vrees dat we er niet aan ontkomen in Utrecht zaken te blijven doen met bedrijven waarvan we vermoeden of weten dat zij ons in het verleden hebben benadeeld.'

Dan staat Van Zanen op en loopt naar zijn bureau. 'Bent u nu klaar met fotograferen?' vraagt hij een tikkeltje ongeduldig aan de fotograaf, die al twintig minuten om de wethouder heen cirkelt. 'Mooi, dan pak ik even een sigaartje.'Hij wil niet rokend op de foto worden vastgelegd en wacht met het aansteken van zijn sigaar totdat de fotograaf zijn spullen heeft ingepakt.

Terwijl de rook langzaam via zijn mondhoeken omhoog dwarrelt, schakelt Van Zanen over naar een ander onderwerp: de VVD. Van deze partij is hij sinds een paar maanden landelijk voorzitter. Met een tevreden gezicht stelt Van Zanen vast dat de 'dagkoers' van de VVD 'op winst' staat.

Vorige week schreven zich volgens de partijvoorzitter 'in klap' 350 mensen in als lid van de partij. Maar die forse ledenwinst is niet op zijn conto te schrijven. 'Hoofdverantwoordelijk hiervoor is Rita Verdonk.'

De VVD-minister voor Vreemdelingenzaken hield volgens Van Zanen haar rug 'kaarsrecht' in het politieke debat over het uitwijzen van uitgeprocedeerde asielzoekers. En na afloop van dat debat constateerde Van Zanen tot zijn vreugde een heel duidelijke 'piek' in de ledenaanmeldingen. 'Prachtig! Zet de VVD dus optreden: keuzes maken en vervolgens de poot stijf houden.'

Eind vorig jaar werd Van Zanen door de leden van de VVD met een overweldigende meerderheid verkozen tot landelijk partijvoorzitter. Hij voerde er intensief campagne voor, ondermeer gesteund door partijcoryfeeals Frits Bolkestein ('Van Zanen kan als een soort dominee zelfs de meest ongelovige bekeren tot het liberalisme', zegt die over hem) en oudburgemeester van Utrecht Ivo Opstelten ('Ik heb op Jan gestemd. Het is aan hem te danken dat de moeilijke politieke verhoudingen in Utrecht niet telkens op de spits worden gedreven. Jan verschaft stabiliteit').

In zijn verkiezingscampagne benadrukte Van Zanen dat de ervaring die hij in Utrecht heeft opgegaan met Leefbaar Utrecht van grote waarde kan zijn voor de landelijke VVD. De leefbaarbeweging mag dan misschien op zijn retour zijn, de voedingsbodem waarop deze partijen konden gedijen is nog spinglevend, meent van Zanen. 'De onvrede waaraan Fortuyn en eerder Henk Westbroek in Utrecht hebben geappelleerd, is nog niet verdwenen. Er is nog steeds behoefte aan politici die zeggen wat ze denken en doen wat ze zeggen. Als er morgen een meneer of mevrouw opstaat met net zo'n goed nummer als Westbroek of Fortuyn, kan het op dezelfde manier aflopen als in 2002.'

Overigens vindt Van Zanen het jammer dat Westbroek zijn raadszetel heeft opgegeven. Natuurlijk heeft hij respect voor Westbroeks reden hij werd bedreigd om de politiek te verlaten. Maar vanuit staatsrechtelijk oogpunt heeft hij er moeite mee. 'Als verpersoonlijking van die beweging heeft Westbroek het vertrouwen van heel veel kiezers gekregen. Het zou goed zijn als diegene die het vertrouwen heeft opgehaald ook zo lang mogelijk blijft zitten om dat vertrouwen waar te maken.'

Er is nog een argument waarom Van Zanen wel eens terug verlangt naar Westbroek: het debat. 'Hij gaf er kleur aan. Er zijn momenten in raadsdebatten dat ik denk: nu zou ik willen horen wat Westbroek hiervan vindt.' Maar soms denkt Van Zanen ook het omgekeerde: 'Westbroek kon de boel ook enorm ophouden.'

Van Zanen houdt van het gesproken woord. In 1996 ontving hij uit handen van Frits Bolkestein de Thorbeckeprijs voor 'politieke welsprekendheid'. Hij ziet het als zijn hoofdtaak om van de VVD een 'ideeen debatpartij' te maken.

Vorige maand werd hij op zijn wenken bediend. In de partij brak een kortstondige maar felle richtingenstrijdlos. Staatssecretaris Melanie Schultz riep dat de VVD een 'sleetse partij' werd die teveel 'parelkettinkjes telt', andere collega's (onder wie staatssecretaris Marc Rutte) pleitten voor een fusie met D66 en een socialere koers.

Geen geslaagde exercitie, vindt Van Zanen. Het ging volgens hem te veel over de vorm en te weinig over de inhoud. 'Maar verder heb ik geen probleem met wat rumoer hoor. Ik kom uit Utrecht. Dus ben wel wat gewend.'

Het partijvoorzitterschap combineert Van Zanen met zijn baan als wethouder in Utrecht. Van Zanen heeft Economische Zaken en Financiin zijn portefeuille, aangevuld met Openbare Ruimte en Monumenten. Het antwoord op de vraag wat hij de lokale economie als wethouder EZ in deze moeilijke tijden te bieden heeft, getuigt van eerlijkheid: 'Betrekkelijk weinig.'

Als lokaal bestuurder heeft hij vrijwel geen grip op economische processen die landelijk dan wel mondiaal hun oorsprong vinden. Wel zegt hij er samen met zijn collega's in het college van B en W aan te werken dat Utrecht een aantrekkelijke vestigingsplaats is blijft voor ondernemingen. Bovendien probeert hij waar mogelijk de 'kleine economie' te stimuleren. 'Een goede infrastructuur, voldoende parkeermogelijkheid, een goed opgeleide beroepsbevolking en een goede woningmarkt dragen daartoe bij.'

Van Zanen was al jong betrokken bij de partij. Op zijn veertiende sloot hij zich midden jaren zeventig aan bij de JOVD. De middenstanderszoon uit Edam (vader was architect, grootvader een kaasboer) bleek een actief lid dat niet onopgemerkt bleef; in 1981 werd hij verkozen tot vice-voorzitter van de JOVD.

Vrijwel hetzelfde patroon herhaalde zich daarna in Utrecht. Ook hier toonde hij zich een betrokken lid. Of er nu folders op de markt moeten worden uitgedeeld of over lokale issues wordt gedebatteerd, Van Zanen is van de partij. In 1990 werd zijn inzet beloond met een raadszetel, enkele jaren later aangevuld met het fractievoorzitterschap.Een plek die hij in 1998 verruilde voor het wethouderschap.

Binnen zijn eigen fractie geniet Van Zanen veel respect en bewondering. 'Jan heeft een traditioneel liberaal hart, maar een moderne geest', zegt fractievoorzitter Albert van den Bosch. Maar er is ook kritiek. De fractie vindt dat Van Zanen zich binnen het college soms te weinig profileert als VVD-wethouder.

'Ik wil wat meer heilig liberaal vuur in hem zien branden. Jan is naar mijn mening veel te collegiaal binnen het college. Wat dat betreft kan hij een voorbeeld nemen aan wethouder Spekman, die scoort af en toe goede PvdA-punten. Dan denk ik ook wel eens: man laat nu eens van je horen', zegt Van den Bosch.

Van Zanen deelt de kritiek niet. 'Ik weet dat hij er zo over denkt. Maar ik benader de invulling van mijn wethouderschap vanuit een puur staatsrechtelijke opvatting. Namelijk dat we als college collegiaal opereren.' Wat volgens hem niet wegneemt dat hij geen liberale punten aan de orde stelt in het college.

'Ik kan aantonen dat in het Utrechtse college buitengewoon veel door de VVD naar voren gebrachte punten worden gerealiseerd.' Op dicteersnelheid: 'Kijk eens naar het opknappen van de parken! Kijk eens naar de gemeentelijke tarieven! Kijk eens naar de infrastructuur, de woningbouw, de veiligheid en parkeergarages! Allemaal keiharde VVDpunten!'

En hij steekt tevreden nog een sigaartje op.

Meer over