DE POOLSE VERLOSSER

SINDS paus Johannes Paulus II in mei 1985 mijn eigen straat aandeed, heb ik een zwak voor hem. Dat heeft niks te maken met enig godsgeloof, maar alles met zijn tegenstanders....

De Utrechtse grachtengordel had zich voorbereid op de komst van honderdduizend gelovigen. Maar die vroege zondagochtend bleven de straten leeg. Wel was er 's middags een demonstratie van een paar honderd stenengooiende punkers, krakers en lesbo's, die met kreten als 'Paus, rot op' de binnenstad onveilig maakten. Veel omstanders, zelf net van God los, vonden dat erg leuk. Het lied 'Popie Jopie', uiting van een ketterse (kudde-) geest, had zijn werk gedaan.

De pretogen van de Poolse paus waren duidelijk niet aan Nederlanders besteed. Dat voor het eerst sinds de zestiende eeuw - de Nederlander Adrianus VI was de laatste niet-Italiaanse paus tot Karol Wojtyla werd uitverkoren - een paus vaderlandse bodem betrad, raakte ons niet.

Die ongevoeligheid voor historische symboliek verklaart meteen waarom zijn rol bij het beëindigen van de Koude Oorlog hier nauwelijks serieuze interesse heeft gewekt. Het boek Zijne Heiligheid van de journalisten Carl Bernstein en Marco Politi, biedt alle anti-papisten die niet vertrouwd zijn met 'de verborgen geschiedenis van onze tijd' een kans hun achterstand in te halen.

Veel nieuws onthult het boek overigens niet. Het zal niemand zijn ontgaan dat het Vaticaan met de keuze van een Poolse paus het Kremlin uitdaagde, al moet daar geen strategie achter worden gezocht. In augustus 1978 was Johannes Paulus I - 'de lachende paus' - tot opvolger van Paulus VI gekozen, maar hij stierf na een maand. Bovendien had het Vaticaan onder kardinaal Casaroli een eigen Ostpolitik, die in het teken stond van toenadering tot de communistische wereld. Daarin pasten geen provocerende pausbezoeken aan Polen (zoals in 1979), of steun aan de vrije vakbond Solidariteit (in 1980 opgericht).

Gelovigen zullen in het verhaal van de Poolse paus geen toeval zien, maar de hand van God. In 1981 werden president Reagan en Johannes Paulus kort na elkaar het slachtoffer van een moordaanslag, die zij allebei op miraculeuze manier overleefden. Dat schiep tussen beide mannen een sterke lotsverbondenheid. Dat was belangrijk, want hoewel Amerika een christelijke natie is vond de paus het kapitalisme een vloek. De Californiër Ronald Reagan, een katholiek van Ierse afstamming, kon echter op zijn sympathie rekenen, net als William Casey, de diepgelovige baas van de CIA.

Casey was het brein achter een geheime strategie die de Sovjet-Unie in het nauw moest drijven. Daarin was een belangrijke plaats ingeruimd voor Polen. Zo werd de vakbond Solidariteit door de CIA financieel ondersteund. Daarbij werd gebruikgemaakt van het netwerk van de katholieke kerk. Tegelijkertijd stond de paus kritisch tegenover de Latijns-Amerikaanse kerk, die ontvankelijk was voor marxistisch georiënteerde bevrijdingstheologen. Bij de linkse revoluties in Midden-Amerika stond de paus aan de kant van Washington.

Dit bondgenootschap lijkt misschien voor de hand liggend, maar in de ogen van Johannes Paulus II was het materialistische westen even verderfelijk als het atheïstische communisme. Hij hoopte dat het oosten, eenmaal van het kwaad bevrijd, een wereldwijde spirituele wederopstanding zou inluiden. De paus zag zich als kruisvaarder voor de vrede, maar liet zich begin jaren tachtig overtuigen dat kritiek op plaatsing van NAVO-kruisraketten niet opportuun was.

In Sovjetleider Gorbatsjov herkende hij onmiddellijk een bondgenoot, en de paus was ontgoocheld toen de conferentie van Reykjavik (1986), waar plotseling het perspectief van een wereld zonder kernwapens opdoemde, door Reagans vasthouden aan SDI mislukte.

Het wereldbeeld van de Oost-Europeaan Wojtyla week dus sterk af van dat van Reagan, ondanks hun gemeenschappelijke zendingsdrang. Voor de communistische wereldkerk maakte dat weinig uit. Als het boek van Bernstein en Politi iets onthult, dan is het de paniek waarin het Kremlin verkeerde nadat Wojtyla paus was geworden. Waar het westen nog onder de indruk was van de geopolitieke positie van de Sovjet-Unie, ontwaarden Brezjnev en de zijnen onmiddellijk een wereldwijd complot van 'reactionaire krachten'.

Het boek spreekt zich niet uit over de vraag of de KGB een hand had in de aanslag op de paus, maar er blijkt wel uit dat de Sovjetleiders zichzelf véél zwakker achtten dan dat ze in het Westen werden voorgesteld. Hun paranoia maakte hen extra bevreesd voor de mystieke kracht van charismatische figuren als Wojtyla en Reagan.

Het zou best kunnen dat Nederlanders deze episode nooit naar waarde zullen schatten. Sinds de beeldenstorm (1566) bij ons heeft huisgehouden, staan wij als afvalligen bekend. Ketters zijn al ontketend en hebben geen Verlosser meer nodig. Daarin schuilt ook de grote tragiek van de Poolse kerkvorst. Sinds Wojtyla zijn anti-communistische missie in Oost-Europa heeft volbracht, is zijn ster minder gaan stralen - zelfs in zijn katholieke vaderland.

Meer over