De pony kids van Dublin

De stoere stadscowboys van Dublin zijn vogelvrij verklaard. De stad maakt steeds intensiever jacht op loslopende paarden en pony's. Maar de dieren zijn belangrijk voor hun jonge bezitters, die anders hun vertier zoeken in drugs en kleine criminaliteit....

Het is zondagmiddag in Dublin. Het verkeer staat op de drukke doorgangsweg vast in een file. Plots komen er vanaf een zijstraat zeven paarden en pony's aangestoven, bereden door jongens met afgetrapte sportschoenen en glimmende trainingsbroeken. Ze rijden zonder zadel, een enkeling zelfs zonder tuig, en sporen de paarden in draf het kruispunt over. Zonder acht te slaan op de auto's, galopperen ze weg uit het centrum, naar hun woonwijken aan de rand van de stad.

Het zijn de pony kids van Dublin. Zojuist nog liepen ze rond op de maandelijkse paardenmarkt in het hart van de stad. Speurend naar nieuwe pony's of paraderend op braakliggende grond bij hun housing estates; de sociale woningbouw voor de lagere klassen, getooid met sierlijke namen als Cherry Orchard en Ballymun.

Maar hoe lang nog? De gemeente maakt steeds intensiever jacht op loslopende paarden en pony's. De stoere stadscowboys zijn vogelvrij verklaard.

De gemeente zegt dat ze geen keus heeft, de paarden zijn een gevaar op de weg. Dankzij de bloeiende economie worden steeds meer snelwegen aangelegd. Elk loslopend paard kan een dodelijk ongeluk tot gevolg hebben. 'Bovendien werden er te veel paarden verwaarloosd', zegt Oene Macavoy, een stijlvol geklede, vrouwelijke ambtenaar die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de wet die het paardenbezit moet reguleren.

Sinds de wet in 1997 is ingevoerd, kunnen de pony kids officieel alleen een paard bezitten als ze een vergunning kopen, het dier een microchip in het oor krijgt en er een goedgekeurde stal beschikbaar is. Bovendien moeten eigenaren minstens 16 jaar oud zijn: de meeste pony kids zijn veel jonger.

Ze klagen dat het bijna onmogelijk wordt paarden te houden. De traditie mag dan niet oud zijn (de eerste paarden en pony's doken pas begin jaren tachtig op in de armere woonwijken) de jongeren hechten er sterk aan. Elk jaar worden honderden paarden en pony's in beslag genomen.

De paarden zijn nog niet uit de stad verdreven. In Ballymun staat midden tussen de groen-grijs uitgeslagen flats een tijdelijke manege op een drassige heuvel. Het gebouw oogt als een verlaten fabriekshal, maar blijkt vol te zitten met schots en scheef gemetselde hokken. Her en der staan pony's en achterin, voorbij een diepe plas water, staat een paard op stal. Een pluk eenden waggelt door de modder.

Stacey (11 jaar), Sinaed (12) en Tanya (12) zijn druk in de weer met het verslepen van balen hooi. Met veel kabaal komt Patrick (14), een muts diep over zijn ogen getrokken, op een grijze pony binnen gegaloppeerd. Zonder zadel, natuurlijk. Zadels zijn voor wat jes, meent Patrick. En dat je 16 moet zijn om een paard te bezitten, is onzin. 'Zelfs hij bezit een pony', zegt Sinead en wijst naar een jongetje van 9.

Er worden wel meer regels overtreden. Het gebouw waar de manege in huist, is gekraakt. Als de schemering valt, halen Stacey, Sinead en Patrick hun pony's uit de stallen en dalen van de drassige heuvel af. Terwijl een meisje midden op de weg gaat staan om het verkeer tegen te houden, drijven de anderen de loslopende dieren naar het grote voetbalveld tussen de flats. Daar wordt naar hartelust gegaloppeerd, al weten de kinderen dat het verboden terrein is.

'Als we de kans krijgen en de dieren op de openbare weg aantreffen, pakken we ze', dreigt Oene Macavoy in het gemeentehuis. Gezeten tussen lijsten van in beslag genomen pony's, snapt ze dat haar afdeling niet erg geliefd is bij de pony kids. 'Maar er is steeds minder groen in Dublin, we moesten wel tot actie overgaan.'

Voordat de paardenwet werd ingevoerd, was het leuker in Ballymun, vindt Jessica (18), die dagelijks te vinden is in de geïmproviseerde manege. 'Je zag toen overal pony's.' 'Inderdaad, overal', beaamt Brian Mangey, een jonge buurtwerker, misprijzend. 'Aan een paal in het daardoor onbespeelbaar geworden voetbalveld, in de achtertuinen tussen de rotzooi of in de leeg gegraasde voortuin van mijn moeder. Ze werden zelfs in de flats gestald, de dieren gingen in de lift omhoog.'

Mangey schudt zijn hoofd. De ergste misstanden worden nu tenminste aangepakt. Wat gebeurt er met de pony kids? 'We kunnen niet iedereen van dienst zijn; de voetballers, de duivenmelkers, de rugbyteams die een eigen terrein willen, staan ook bij ons op de stoep.'

De wijkbewoners die zich inzetten voor de pony kids denken daar anders over. In Ballymuns vrouwencentrum, gehuisvest in een naar urine stinkende torenflat, ageert Kathleen Maher tegen het in het wilde weg in beslag nemen van de paarden. Maher, een gezette, door de wol geverfde actievoerster, vertelt met smaak hoe de verenigde paardenbezitters in 1998 het gemeentehuis met pony's en al bezetten. 'Je ziet nu minder paarden in Ballymun, maar dat komt ook omdat we ze beter verstoppen. De boodschap is nog steeds dat we ons niet de wet laten voorschrijven.'

En inderdaad, in uithoeken van de wijk tref je nog illegale paarden die rustig aan een touw in de berm van de weg staan te grazen. Lang zal dat niet voortduren. Want Ballymun, de enige hoogbouwwijk in Dublin, wordt voor twee miljard euro volledig gerenoveerd. In acht jaar tijd worden alle flats gesloopt om plaats te maken voor eengezinswoningen voor de twintigduizend inwoners. Glimmende folders presenteren het toekomstige Ballymun als een residentie. Zonder paarden.

Ballymun werd eind jaren zestig gebouwd als een snelle oplossing voor de woningnood. Voor slechts elf miljoen pond werden zeven hoge betonnen flats uit de grond gestampt, omringd door langgerekte appartementenblokken en open velden. Al snel trokken gezinnen die het zich konden veroorloven weg, de alleenstaande moeders en de door de gemeente gehuisveste daklozen bleven achter. In 1997 was 50 procent van de bewoners werkloos en maar liefst 70 procent afhankelijk van de bijstand. De economische boom heeft slechts lichte verbetering gebracht.

Eenderde van de Ballymunners is jonger dan 14 jaar en de wijk heeft hen niet veel te bieden. 'I see seven towers, but I see only one way out', zong de Ierse band U2 eind jaren tachtig over Ballymun, refererend aan het drugsgebruik onder jongeren. Zeker een op de acht gebruikte een paar jaar geleden harddrugs. 'Het zijn er nu minder', zegt wijkagent Patrick McManahan. 'Maar verdwijnen zal het drugsprobleem nooit, hoezeer de wijk wordt opgeknapt.'

Daarom zijn de pony's belangrijk, benadrukt hij, ze zijn een afleiding voor jongeren die anders hun vertier zoeken in drugs of kleine criminaliteit. Overal in Ballymun zie je kinderen rondhangen tussen de met graffitti bekladde flats en de met uitgebrande autowrakken bezaaide speelvelden. Er wordt veel geschreeuwd, soms wat geduwd en getrokken. 'Die kids hebben vaak meer respect voor hun paarden dan voor elkaar', zegt McManahan.

Ciarn Murray, de manager van Ballymuns renovatieproject, formuleert het diplomatieker: 'We onderkennen dat de paarden een belangrijke rol kunnen spelen om de jeugd weg te houden van. . . ehhhh. . minder gezonde levensstijlen', zegt hij in zijn kantoor, uitkijkend over de hijskranen die overal in Ballymun aan het werk zijn.

Er is grond gekocht aan de andere kant van de ringweg ('in een landelijke omgeving') waar stallen worden gebouwd. De projectmanager: 'Maar tegelijkertijd willen we af van de traditie dat de paarden individueel bezit zijn. Waarom niet een manege voor de hele gemeenschap, waar de kinderen afwisselend op de paarden kunnen rijden?'

Hij glimlacht minzaam. 'Natuurlijk, het vergt een omwenteling in het denkpatroon. We stimuleren het debat hierover alleen maar. Het gaat er uiteindelijk om wat het beste is voor Ballymun.'

Geconfronteerd met Murrays uitspraken, windt Kathleen Maher zich nu echt op. 'Die man is zó arrogant', sputtert ze in het vrouwencentrum. 'Hij luistert niet naar ons, hij kijkt niet naar onze behoeften.' De paardenbezitters willen een nieuwe manege ín de wijk.

Maher: 'De paarden zijn een deel van onze cultuur, maar dat snappen die grijze pakken niet. Die zien ons als ruw, ongeletterd, smerig volk dat moet worden aangepakt. Ze zijn niet geïnteresseerd in de betekenis van paarden voor kinderen. Ze zeggen dat ze hier een paradijs gaan bouwen. Maar voor wie?'

Het lijkt erop dat Dublins autoriteiten het liefst alle paarden uit de stad willen werken, al zeggen ze enkel de ergste misstanden te willen bestrijden. 'Het conflict over de paarden is een uiting van een veel groter conflict in Ierland, die tussen de booming economie en de aanhoudende armoede onder delen van de bevolking', constateert de Ierse publicist Fintan O'Toole in de inleiding van een fotoboek over de pony kids. 'Het is alsof Dublin, als nieuwe welvarende stad, niet kan wachten de ongemakkelijke kanten van haar recente verleden te begraven.'

In het gemeentehuis staat Oene Macavoy op en strijkt haar elegante broekpak glad. Het paardenprobleem is onder controle, en in vijf jaar hopelijk opgelost, zegt ze ten afscheid. 'Ze kunnen in Ballymun de paarden niet langer houden zoals ze gewend waren. De stad verandert, daar moeten zij zich aan aanpassen.'

Meer over