De polar is niet dood

Franse thrillerschrijvers?..

Veel namen zal de Nederlandse lezer vermoedelijk niet weten op te lepelen. Ja, in het verleden had je LMalet en Simenon (een Belg ook nog) met zijn goeie ouwe commissaris Maigret. Maar iets recenters?

Toch is de polar in Frankrijk allesbehalve dood. Integendeel, het genre bloeit er als nooit tevoren. Neem alleen al de indrukwekkende productie. Jaarlijks verschijnen er zo'n zestienhonderd titels, die met een gemiddelde oplage van elfduizend exemplaren goed zijn voor 1,5 procent van de totale Franse boekenmarkt. Ook het aantal thrillerfondsen is de laatste jaren explosief gestegen. Hielden vroeger maar een paar uitgevers zich met spanning bezig, tegenwoordig heeft elke zichzelf respecterende uitgeverij een collectie noir.

Natuurlijk bestaat een deel van die fondsen uit vertalingen. Het Franse thrillerpubliek is dol op Angelsaksische misdaadverhalen, en schrijvers als Patricia Cornwell, James Ellroy en Mary Higgins Clark kunnen steevast rekenen op hoge verkoopcijfers. Maar sinds het begin van de jaren negentig is er ook een heel nieuwe generatie auteurs van eigen bodem doorgebroken. De verhouding tussen Franse en Engelstalige schrijvers is momenteel ongeveer fifty-fifty.

Volgens Claude Mespl, thrillerspecialist te Toulouse en auteur van de vorig jaar verschenen Dictionnaire des litttures policis, is er een simpele verklaring voor het recente succes van de Franse thriller: de toegenomen kwaliteit. 'Er wordt gewoon veel beter geschreven dan vroeger. Stilistisch is het genre er enorm op vooruitgegaan. Dat heeft weer veel te maken met het veranderde lezerspubliek. In de jaren vijftig en zestig was het thrillerpubliek veel lager opgeleid. Maar die mensen kijken nu vooral tv. De thrillerlezer van tegenwoordig heeft gestudeerd, en eist betere boeken.'

Behalve hun relatief jonge leeftijd ziet Mespl weinig overeenkomsten tussen de thrillerauteurs van de nieuwe lichting. Of het moet zijn dat een opvallend groot aantal van hen van vrouwelijke kunne is. 'Het is duidelijk dat de vrouwen aan een opmars bezig zijn wat je trouwens ook in andere landen ziet. En ze beperken zich niet meer zoals vroeger tot de psychologische misdaadroman. Ze bestrijken het hele spectrum, en schuwen geen enkel onderwerp meer.'

Ter illustratie schudt hij geroutineerd een serie korte biografietjes uit zijn mouw. Hij noemt Brigitte Aubert, 'onze koningin van de suspense', die 'Hitchcockiaanse spanning schrijft die niet onder hoeft te doen voor die van haar Amerikaanse collega's'; de ook in het Nederlands vertaalde Fred Vargas; Dominique Manotti, vermaard om haar vlammende historische kronieken over de periode-Mitterrand; Maud Tabachnik, een lesbisch-joodse schrijfster van gewelddadige actiethrillers met in de hoofdrollen een joodse inspecteur en een lesbische journaliste; Dominique Sylvain 'zij houdt erg van hoe zegt u dat? politieprocedures, net als Ed McBain'; de van oorsprong Belgische Nadine Monfils, die een serie humoristische thrillers schreef over een breiende commissaris;

en Mich Rozenfarb, een psychoanalytica 'die haar beroep verwerkt in haar oeuvre'.

Dankzij het werk van deze schrijfsters en mannelijke collega's als Didier Daeninckx, Jean-Claude Izzo en Thierry Jonquet is de kloof tussen thrillers en literatuur net als in Nederland kleiner geworden.

Mespl: 'Vroeger werden thrillers door het literaire publiek automatisch als merde beschouwd. Dat is niet meer zo.' Af en toe is er zelfs sprake van kruisbestuiving. 'De Prix Renaudot, een van de belangrijkste literaire prijzen, is vorig jaar gewonnen door Philippe Claudel met Les s grises, een echt misdaadverhaal. En meer in het algemeen zie je dat de interesse in goed geconstrueerde verhalen toeneemt. Literaire romans over onderwerpen die alleen de auteur en zijn familieleden interesseren, zijn een beetje uit.'

Ondanks die voorzichtige toenadering gaat het er in de thrillerwereld voorlopig nog een stuk gemoedelijker aan toe dan in het harde Franse literaire milieu. Mespl beschrijft de relaties tussen de thrillerschrijvers onderling als die van een echte troupe, een vriendenclub: 'Er is weinig jaloezie, en dat is elders wel anders.'

Samen organiseren de auteurs in wisselende groepjes ook allerlei activiteiten. Zo is er sinds kort een speciale boekenbeurs voor het spannende boek, de Salon du livre polar. Ook is er is een virtuele ontmoetingsplaats: de zeker voor Franse begrippen uitstekende website Mauvais Genres (www.mauvaisgenres.com).

Dat de Franse thriller in het buitenland maar mondjesmaat wordt gelezen is niet helemaal onbegrijpelijk, zegt Mespl.

'Franse auteurs zijn stilistisch goed, maar ik denk dat de meesten niet groot genoeg durven te denken om de rest van de wereld te boeien. Hun boeken missen de universele kracht van het werk van Amerikaanse auteurs als Dennis Lehane en George Pelecanos.'

Maar volgens Fred Spek, fondsredacteur van uitgeverij De Geus, is de oorzaak van dit gebrek aan internationaal succes veel prozacher: 'Onbekend maakt onbemind. Hetzelfde zie je bij Duitse, Italiaanse en Spaanse thrillers die krijgen ook niet de aandacht die ze verdienen.'

Niettemin blijft Spek het proberen met de Franse polar. Er is net weer een nieuwe titel uit van de veelgeprezen Fred Vargas (Maak dat je wegkomt), en binnenkort volgen nog twee aanradertjes: Solea, het derde deel uit de Marseille-trilogie van Jean-Claude Izzo, en Het wolvenrijk van Jean-Christophe Grangvolgens Spek een adembenemende technothriller die zich afspeelt in de Turkse gemeenschap in Parijs.

Meer over