De poes en de mensenrechten

DE MINISTER van Justitie maakte nogal werk van het argument. Hij fronste, keek met bestudeerd misprijzen in de camera en legde ons, onnozele burgers, uit waarom je in geval van bouwfraude maar het best kunt schikken: 'Rechtspersonen kun je immers niet in de gevangenis stoppen.' Het was natuurlijk een onzinnig...

Marjolein Februari

Ik pakte er maar eens een proefschrift bij. Het proefschrift van A.L.J. van Strien, uit 1996, waarin ze zich de vraag stelt of het strafrecht plaats biedt aan de rechtspersoon. Met andere woorden, of je het strafrecht kun toepassen op 'een onmenselijke verdachte'. Ze antwoordde met een voorzichtig ja: er is in het strafrecht wel degelijk plaats voor 'andere persoonsconstructies dan de mens'. Nee, concludeerde ik, natuurlijk kun je een frauderende rechtspersoon niet in de gevangenis stoppen. Maar dat is nog geen reden hem niet strafrechtelijk te vervolgen.

Nu ik zo snel klaar was met het argument van de minister, raakte ik van de weeromstuit geïnteresseerd in die 'onmenselijke verdachte', die 'andere persoonsconstructie dan de mens'. En helemaal toen ik in het proefschrift over rechtspersonen stuitte op een hoofdstuk over mensenrechten. Hoe zit dat, gelden mensenrechten ook voor onmenselijke constructies? De vraag leek me de moeite van het overwegen waard - daargelaten natuurlijk wat de minister ervan zou vinden, daargelaten wat het Openbaar Ministerie ervan zou vinden, daargelaten wat de parlementaire commissie, enfin, alles min of meer daargelaten.

Mensenrechten worden meestal gezien als typisch westerse uitvinding. Ooit mopperde Marx dat mensenrechtenverdragen de mens ten onrechte beperken tot een geïsoleerd individu - en die kritiek werd overgenomen door veel niet-westerse landen. Het groepsleven van Afrikaanse stammen, bijvoorbeeld, zou niet te verenigen zijn met de strikt individuele mensenrechtenbenadering van het Westen. In de mondiale onrust van de laatste maanden klinkt deze kritiek op het individualistische Westen weer overal op. Maar wat nu als de mensenrechten ook zouden gelden voor collectieven, voor 'andere persoonsconstructies dan de mens'?

Bladerend door het proefschrift van Van Strien stuitte ik op de zaak-Mikmaq, en ik begreep dat mensenrechten ook voor collectieven gelden: 'Een voorbeeld is de Mikmaq-case, waarin de leider van de Mikmaq Tribal Society namens de Mikmaq-stam klaagde over de schending van het zelfbeschikkingsrecht van volkeren.'

Goed, mensenrechten gelden dus ook voor andere persoonsconstructies dan de mens: al kun je de meeste van die constructies niet in de gevangenis stoppen, je kunt ze op andere punten wel degelijk met mensen vergelijken. Een rechtspersoon is natuurlijk een nogal ongrijpbare persoonsconstructie - 'it has no body to be kicked or soul to be damned' - maar er zijn ook grijpbare persoonsconstructies. Of, zoals de volksmond zou zeggen: aaibare persoonsconstructies. Dieren, namelijk: die lijken in juridisch opzicht ook een beetje op de mens. En volgens sommige juristen gelden de mensenrechten ook voor dieren.

Ik moet toegeven dat ik zelf pas deze week op de gedachte kwam dat dieren onmenselijke persoonsconstructies met mensenrechten zijn. Natuurlijk wist ik al wel langer dat dieren in het dagelijks leven erg op mensen lijken. Fruitvliegen lijden aan neerslachtigheid. Ratten lijden aan depressie. Vorige week promoveerde nog een biologe op een onderzoek waaruit bleek dat ratten zich na een nederlaag maandenlang niet meer kunnen verheugen op suikerwater. Natuurlijk. Dat wist ik wel. Toch had ik me bijna te laat herinnerd dat je, vanuit mensenrechtelijk oogpunt gezien, de poes niet in de theepot mag stoppen.

Het probleem is dat mijn favoriete theepot plaatjes toont van de dolle theevisite uit Alice in Wonderland. Een visite die, zoals bekend, eindigt in een poging de aanwezige zevenslaper tegen zijn zin in de theepot te stoppen. (Wie zich nu afvraagt wat een zevenslaper überhaupt bij een theevisite heeft te zoeken, moet bedenken dat de schrijver Lewis Carroll dit personage waarschijnlijk modelleerde naar het huisdier van de dichter Dante Gabriel Rossetti - een wombat die op tafel tussen de borden in slaap placht te vallen.) Ik wil maar zeggen, mijn theepot is stevig verankerd in de Europese culturele traditie, en dus stak er volgens mij geen enkel kwaad in de plaatjes van de dolle theevisite. De poes die deze week kwam logeren en meteen op de ontbijttafel sprong om stukjes kaas van mijn bord te hengelen, nam dan ook een groot risico.

Gelukkig kwam juist op dat moment het bericht dat de filosoof Peter Singer binnenkort in Nederland een lezing zal houden, en zo keerde ik nog op tijd terug naar de realiteit. Tot mijn schrik realiseerde ik me opeens dat er een persoonsconstructie op mijn ontbijttafel liep. Volgens Singer, een van de belangrijkste voorvechters van de dierethiek, zijn dieren niet-menselijke personen. En dus is ook de poes, begreep ik, een niet-menselijke persoon, of beter gezegd een onmenselijke persoonsconstructie.

Nu ik zover was gekomen, rees onmiddellijk de vraag of de poes ook een beroep kan doen op de mensenrechten. Daarover bleek internationaal nog geen eensgezindheid te bestaan. Peter Singer zet zich weliswaar in voor de bevrijding van dieren, maar kent ze geen rechten toe, en anderen pleiten juist weer wel voor het recht van het dier; zo is uiteindelijk een decennia durende discussie ontstaan over de vraag of de mensenrechten ook gelden voor niet-menselijke dieren.

Het lijkt al met al een beetje op ontbijttafelfilosofie. En je zou gemakkelijk kunnen tegenwerpen dat deze hele discussie vooral interessant is voor laboratoriumratten. Maar toch schuilt een groot belang in de vraag of de mensenrechten ook gelden voor andere persoonsconstructies dan de mens. Een antwoord op die vraag heeft gevolgen voor zieke koeien, voor frauderende aannemers die verzeild raken in een strafproces, voor niet-westerse landen die bezwaar maken tegen het westerse individualisme, voor westerse landen die waarde hechten aan het behoud van de mensenrechten, voor de wetenschap, voor onze minister van Justitie - en ja, ook voor die zacht spinnende, onmenselijke persoonsconstructie naast mijn theepot.

Meer over