De plek van Edzard Mik: Amorgos

Edzard Mik (51) is schrijver. Hij deed voor zijn jongste roman Mont Blanc onderzoek in de Alpen.

Laat me raden, u zit het liefst op een berg.

Nou, meer een enorme heuvel eigenlijk. Een rij heuvels. Op Amorgos, een lang en smal eiland, een van de Cycladen. De heuvels daar zijn kaal en leeg. Als je bovenop staat, kun je aan beide kanten het blauw van de Egeïsche zee zien. Verder is het veel steen, hier en daar vervallen molentjes, en een stralend wit klooster dat tegen de berg is gemetseld. Misschien kom je wat geiten of schapen tegen.

U gaat er heen om alleen te zijn?

Ik wandel er ook met mijn vrouw en dochtertje. Maar als je met anderen bent, zwakt je gevoel af. Dan beleef je het minder intens.

Het klinkt lieflijker dan de Mont Blanc.

Het is er ruig, maar op een kleiner formaat. Ik houd van de Alpen, maar ik vind ze ook angstwekkend. Er gaat een soort rusteloosheid en agressie van uit. Je wéét dat de natuur het laatste woord heeft; er vallen elk jaar doden, ook onder wandelaars. Die heuvels op Amorgos stralen meer rust uit, maar het is toch net alsof je over de ruggenwervel van een heel groot beest wandelt. De aardkorst fascineert me, hoe die schuift, hoe die omhoog komt uit de zee.

U moet wel iets met het land hebben. Uw vrouw, de componiste Calliope Tsoupaki, is Grieks.

Calliope was de eerste Griek die ik in mijn leven ben tegengekomen, als we de man van de snackbar niet meetellen. Dat was in Amsterdam in 1998. Haar familie woont in Piraeus. Daar gaan we ook altijd op bezoek als we op vakantie gaan. Het is soms een beetje jammer dat we elk jaar alleen naar Griekenland gaan; ik ben met mijn vrouw nog nooit ergens geweest, waar we ons allebei vreemdeling voelen.

Heeft Griekenland u en uw werk beïnvloed?

Dat weet ik eigenlijk niet zeker. Mijn volgende roman gaat over een liefde tussen een Nederlandse man en een Griekse vrouw, dat wel, maar dat heeft niets met Amorgos te maken. Griekenland heeft mijn zintuigen misschien verscherpt. Het is een ware rijkdom: de wind die je voelt, de zon die brandt op je huid, het uitzicht is heiig. Het is heet, je zweet. Je ruikt rozemarijn en tijm. De geur van de zee. Ik ben graag in de buurt van de zee.

Waarom juist Amorgos? Het is zeven uur varen van Piraeus!

Ik heb met mijn vrouw meer eilanden bezocht, en dit beviel het beste. Ongetwijfeld zijn er mooiere of vergelijkbare Griekse eilanden, maar dit is het toevallig geworden. Als het me ergens bevalt, kom ik graag terug. In principe één keer per jaar, in de zomervakantie. Mijn dochtertje, ze is negen, kan daar vrijuit spelen, het heeft iets heel praktisch. Maar ik weet dat ik me daar prettig voel.

Een beetje een gewoontedier? U heeft er vast een stamkroeg.

We zitten in het dorp Lagkada, daar zijn wat taveernes waar ik regelmatig kom. Bij Nikos is het altijd goed. Hij serveert graag zo'n grote zwaardvis, zelf gevangen. Hij maakt Griekse gerechten, geen girosschotel of zo, dat zou te plat zijn, maar echt de authentiek Griekse keuken.

Authentiek Grieks. Dat begrip is rekbaar.

Dat is het rare. Het eiland is de laatste jaren toeristischer geworden, al valt het nog wel mee. Het rustige soort toeristen komt hier, zogezegd. Maar je hebt dus ook witblauwe huisjes of appartementen die speciaal voor toeristen zijn gebouwd. Soms heb ik het gevoel dat ik in een themadorp woon, maar dan in Griekse stijl. Authentiek bestaat eigenlijk niet meer. Maar het zou wat te romantisch gedacht zijn om te zeggen dat dit niet het echte Griekenland meer is. Ook toerisme is echt Grieks. Mensen verdienen er hun geld mee.

undefined

Meer over