De plek van Anton Valens: Bolivia

Anton Valens (48) is schilder en schrijver. Pas verscheen zijn tweede roman: Het Boek Ont. De boekenweek loopt tot 24 maart.

Waar zit je het liefst?

Ik vind het bijna onmogelijk deze vraag te beantwoorden. Van een bepaalde plek genieten heeft met zo veel dingen te maken. De kleuren, het licht, de vormen, mensen met wie je bent, ontmoetingen, je gevoel op dat moment. Lastig. Een favoriete plek... Een paar jaar geleden maakte ik een reis van drie maanden door Peru en Bolivia. Bolivia is een erg leuk land moet ik zeggen.

Waarom?

Bolivia is armer dan Peru, maar de sfeer is fijn en de mensen zijn erg hartelijk. 't Is ook een heel mooi land qua geografie en natuur. Je hebt er gigantische oerwouden, maar ook, en dat verraste mij, de kunst is interessant.

Wat is daar bijzonder aan?

Ik heb een aantal kunstacademies doorlopen en veel les gehad in kunstgeschiedenis. Dat gaat dan vaak over Westerse kunst, met hier en daar een Afrikaanse prent. Over kunst uit Zuid-Amerika, voor het tijdperk van Columbus, heb ik nooit iets geleerd. Tijdens de reis heb ik veel ruïnes en musea bezocht. In de universiteit in de hoofdstad Sucre zit een mooi museum, in La Paz trouwens ook. Culturen die geen schrift hadden, drukten hun kennis uit in potten. Ze bakten ze in allerlei vormen. In de vorm van ziektes bijvoorbeeld. Zo werden hoofden uitgebeeld van mensen die beroertes hadden gehad, of mensen met geslachtsziektes.

En beelden van de landbouw. Zaden, pompoenen en allerlei soorten vruchten en dieren. In die verzamelingen, waarvan een groot aantal bewaard is gebleven, komt een totaal nieuwe wereld voorbij. Je hebt het idee dat je een glimp te zien krijgt van iets waarvan verder, op de ruïnes van tempels na, niets meer is. Niemand weet ook precies hoe die mensen heetten. Heel merkwaardig.

Nog iets bijzonders meegemaakt?

In Sucre ben ik in een vreemd soort optocht beland. Ik slenterde door één van de achterbuurten, ik was een beetje verdwaald, en uit het niets verscheen een bonte bruidsstoet. Het waren arme mensen, maar die zien er dan toch pico bello uit. Vrouwen in gekleurde jurken met bolhoedjes op en ratels in de handen. Mannen met hoeden en lappen om hun middel. Alles liep door elkaar, van heel kleine kinderen tot bejaarden. En die gingen, als ik het goed begrepen heb, de bruid halen.

Vooraan de optocht reed een autootje vol kisten met afbeeldingen van Maria. Daarachter kwamen dansers die voortdurend rondjes draaiden. Daar weer achter wandelde een fanfare met trommelaars en blazers. Aangrijpend om te zien. Vooral de overtuiging waarmee de mensen het deden, vond ik fascinerend. Heel serieus, maar toch met een soort lol. De lokale bustochten zijn ook geweldig.

Die duren toch vaak enorm lang?

Ik vind dat juist erg fijn. Ze komen op plekken die niet in de Lonely Planet staan. Een nietszeggend garagedorpje net buiten een grote stad - dat soort locaties. Daar wandel ik dan graag doorheen. Vaak hebben de bussen pech. Dan moet je uitstappen en met z'n allen de bus aanduwen en maak je een praatje met medepassagiers. Leuk, die onverwachte situaties. Het gaat allemaal vriendelijker en gemoedelijker dan bij de superstrakke lijndiensten. Je moet je er wel aan kunnen overgeven. Als je een strak reisschema hebt, is het ronduit vreselijk. Dan kun je beter het vliegtuig nemen.

Waar wil je nooit meer naartoe?

Lourdes. De kerk is modern en niet heel bijzonder. En overal van die vreselijke souvenirs. Ik heb geloof ik niet zoveel met bedevaarts- oorden.

undefined

Meer over